Van de redactie



Oktober is de maand van de Geschiedenis. Het speciale magazine dat - gratis verkrijgbaar - voor deze maand is uitgegeven, heeft een 'Woord vooraf', dat opent met de volgende woorden: 'De maand van de Geschiedenis gaat dit jaar terug naar tijden van onvrede en verdeeldheid, maar ook van optimisme en eendracht. Van durf en kracht om door te breken, én van onderdrukking en verraad. Opstand is het thema….'.
Er wordt in het kader van deze maand veel georganiseerd, o.a. lezingen, evenementen, radioprogramma’s en tentoonstellingen in musea. Ook verschijnt er een geschiedenisessay. Dit jaar is het geschreven door Nelleke Noordervliet. De titel is: ‘Door met de strijd’’, ondertitel: ’Nederland in opstand’. Op de achterflap van het boekje wordt kort de inhoud geschetst. Ik citeer de kern ervan: 'De mensen die het grondgebied bewoonden dat nu Nederland heet hebben keer op keer de machthebbers uitgedaagd. (….) Maar Nederland heeft ook aan de andere kant gestaan en opstand onderdrukt. Deden we het goed als opstandelingen? Waren we fair en barmhartig als machthebbers?'

Nelleke Noordervliet begint haar essay met het hoofdstuk ‘Opstand is jong’, waarin zij voorbeelden geeft van opstanden waarin jonge mannen en vrouwen een rol speelden. Het eerste voorbeeld betreft Mohammad Hatta, de latere vicepresident van Indonesië, die in 1928 als Indonesisch student in Nederland werd vrijgesproken. Hij was toen 25 jaar en voorzitter van de studentenvereniging Perhimpoenan Indonesia. Met een paar vrienden werd hij vervolgd wegens opruiing. De politie had op hun studentenkamers gezocht naar verdachte geschriften.
Mohammad Hatta had in voorarrest een lange pleitrede geschreven die hij tijdens de rechtszitting aan de rechter gaf. Later bewerkte hij deze rede tot het pamflet ‘Índonesia Merdeka’ (Indonesië onafhankelijk).

Het tweede hoofdstuk heet ‘Bataven tegen Romeinen’. Nelleke vertelt hierin een verhaal aan de hand van een schilderij van Rembrandt, waarop Batavenleider Julius Civilis centraal staat tijdens een plechtig moment. Met zijn mannen zweert hij een eed om de Romeinen te verdrijven. Zo zullen zij zich verzetten tegen de bezetters van hun gebied. Dit schilderij werd gezien als een weergave van de mythe over de oorsprong van de Nederlanden zoals die in de tijd van Rembrandt (de zeventiende eeuw) bestond. De Nederlanders hadden hun onafhankelijkheid op de Spaanse tiran veroverd zoals de Bataven het machtige Romeinse Rijk op de knieën hadden gekregen.

Hoofdstuk 3 heeft van Nelleke de titel ‘De geest van het verzet’ gekregen. Zij begint hierin met een kleine beschouwing van haar eigen puberteit. Een onhandelbare protestpuber was zij niet geweest. Haar geestelijke ontwikkeling had haar de aanwezigheid van een goede God ontnomen. Zij kwam in opstand tegen de illusie.

Hoofdstuk 4 is getiteld ‘Opstand tegen Spanje’. Het gaat over beantwoording van twee vragen. Was de Opstand tegen Spanje een Goede Opstand? En: Wat was de eerste inspiratie en wat gebeurde ermee?
Nelleke Noordervliet is katholiek opgevoed en daarmee heeft zij in haar jeugd een ander perspectief op de Opstand gekend dan de protestantse visie van waaruit de Opstand werd geïnspireerd. Dit onderscheid komt aan de orde in dit hoofdstuk. Ook gaat Nelleke in op een veranderende kijk op de geschiedenis.

Aan het vijfde hoofdstuk heeft Nelleke de titel ’Mijn favoriete opstand’ ‘gegeven. Het gaat over de periode rond 1800 in de Nederlandse geschiedenis. Patriotten kwamen op, namen in veel steden het bestuur over en verzette zich tegen het als slap ervaren regime van stadhouder Willem de Vijfde. Voor weerstand tegen het verzet was deze aangewezen op zijn echtgenote, prinses Wilhelmina van Pruisen, die steun kreeg van haar broer Frederik Willem II, koning van Pruisen. Deze stuurde een afgetraind leger, aangevoerd door de hertog van Brunswijk, dat de patriotten uit stadsbesturen verdreef. De opstand van 1781 tot 1813 is Nellekes favoriete opstand. Deze speelde zich af in de tijd van de Verlichting, de Franse revolutie en het regime van Napoleon, idealen en macht die Europa overspoelden. In 1781 kwam baron Joan Derk van der Capellen tot den Pol met zijn anonieme, vurige pamflet ‘Aan het volk van Nederland’. Daarin schreef hij o.a. over vrijheid van meningsuiting en de tirannie van stadhouder Willem V en diens vrienden. Het pamflet zette aan tot onrust en maakte Nationale gevoelens los. Zo ontstonden de patriotten, die zich tot de hiervoor al vermelde komst van het Pruisische leger in 1787 konden laten gelden. In 1795 veranderde de situatie door de komst van beroepssoldaten van het Franse leger. De patriotten konden toen de Bataafse Republiek vestigen en in 1798 de eerste en moderne grondwet van Nederland gestalte geven. Toen Napoleon aan de macht kwam, leidde dat tot een Franse overheersing die tot in 1813 duurde. Daarna volgde de Nederlandse soevereiniteit. Er kwam een Oranje terug, de zoon van stadhouder Willem V, die in 1815 koning Willem I werd. De opstand van de patriotten werd als fout weggezet. De orangisten konden zich weer laten gelden.

Hoofdstuk zes is betiteld met ‘De macht uitgedaagd’. In dit hoofdstuk liggen de volgende vragen voor. Hoe bracht Nederland het eraf als tegenpartij, als uitgedaagde, als machthebber? Hoe reageerde Nederland op volwassen, krachtige, ideologisch gewortelde opstandigheid?

Nelleke kijkt naar 1830, toen in Brussel de opstand tegen de koning ontstond. Weg met Willem! Een onafhankelijkheidsverklaring volgde.
Willem I ging niet naar Brussel om met de opstandelingen te praten. Hij stuurde zijn zoon. Een andere zoon benoemde hij tot generaal van een leger dat de Belgen mores moest leren. De internationale gemeenschap reageerde niet en liet de Belgen zelf kiezen. Zo werd Leopold van Saksen-Coberg-Saalfeld hun eerste koning. Dat hij protestant was, werd door de katholieke Belgen op de koop toegenomen.
Willem wilde zijn kracht tonen. Er volgde een actie van Jan van Speijk, kapitein van een kanonneerboot, die richting Antwerpen ging. Door toedoen van zijn sigaar ontplofte zijn schip, dat daardoor niet in handen van de Belgische vijand viel. Willem trok tegen de Belgen ten strijde in de Tiendaagse Veldtocht. Met moeite organiseerde hij een behoorlijk leger. De veldtocht verliep voor Willem I en zijn zoon, de opperbevelhebber, niet eens zo ongunstig. Vanwege een dreigend Frankrijk en gebrek aan steun van Pruisen volgde geen actie meer. Willem trok zijn legertje terug en wachtte koppig tot 1839 met zijn erkenning van de scheiding.

Hoofdstuk 7 draagt als titel ‘Intussen op Curaçau’. Het begint met de omzetting van de Nederlandse koloniën van handelsbasis tot wingewest. Er werd een zogeheten ‘batig slot’ op de vaderlandse begroting beoogd dat tot een ernstig tekort op de menselijke balans leidde. Nederland stuurde troepen af op onwillige rijksgenoten. Een eeuw later gebeurde dat weer en toen werd het heftiger. Op 17 augustus 1945 riep Indonesië de onafhankelijkheid uit. In december 1949 volgde pas de formele Nederlandse erkenning. Macht hád moeite om macht af te staan. Twee jaar na zijn eigen bevrijding van de Duitse bezetting stuurde Nederland een leger naar Indonesië om daar de bevolking te onderwerpen. Wat was hiervoor de rechtvaardiging?
Zij vertelt over Tula, die op een plantage op Curaçau werkte en op 17 augustus 1795 besloot dat het genoeg was. Hij had gehoord van opstanden op Haïti en was op de hoogte van moderne ideeën over mensenrechten. Medestanders volgden, een spoor van vernielingen werd getrokken en slaven werden bevrijd. Het gouvernement in Willemstad organiseerde handhaving van de orde. Tula werd verraden en met gruwelijke tortuur – botten gebroken, gezicht verbrand, onthoofd - gedood. Zo verging het ook medestanders.

Hoofdstuk 8, ‘De noodzaak van geweld’. Nelleke noemt het uitroepen van Indonesië op 17 augustus 1945, meer dan zeventig jaar geleden. Welke jonge Indonesiër weet dat nog? En wat weet een jonge Nederlander van Jan Pieterszoon Coen, die (in de 17e eeuw) veel Indonesiërs heeft omgebracht? Coen kreeg een heldenstatus in de 19e eeuw. Zijn wandaden moeten echter in de geschiedenisboeken blijven bestaan. Verstoppen en uitwissen mag niet. Geschiedenis moet vanuit alle hoeken verteld kunnen worden. Mohammad Hatta heeft erop gewezen dat belangrijk is hoe het volk vrijheid overgedragen heeft gekregen, vreedzaam of met geweld en bloed. Hij wilde de onschuld van de opstand bewaren.

Hoofdstuk 9, ‘Excessen, incidenten en structureel geweld’. Nelleke ziet op de weerstand die negentiende eeuws nationalisme en imperialisme opriepen. Het kwam tot ethische politiek in Indië, waarvan het doel was uitwassen te beperken. Daarnaast woedde er een wrede koloniale oorlog. Zonder de Japanse bezetting van Indonesië zou de onafhankelijkheid wellicht niet veel geweld gekend hebben. Ook was er het zelfbeeld van de Nederlander, dat ernstig beschadigd was door de Duitse bezetting. Het proces naar onafhankelijkheid was nogal smoezelig. Zo werd een gesloten akkoord door Nederland van een eigen uitleg voorzien. Het liep naar een smerige, koloniale oorlog. Dat onze soldaten daar goed werk hadden gedaan, ís inmiddels door kennis achterhaald. Bewustwording van de feiten verliep echter traag, terwijl toedekkend zwijgen over de veteranen en de Nederlandse overheid snel ging. Later zijn boekjes opengedaan over toepassing van geweld, excessen. Dat stopte ook weer. Er waren diverse belangen om de beerput dicht te houden. En de veteranen moesten steeds worden gespaard. Er werd veel vergoeilijkt. Na meer dan 70 jaar zal er echter een onafhankelijk onderzoek worden gestart.

Het tiende en laatste hoofdstuk: ’Wie regeert is nooit onschuldig’. Nelleke geeft een overzicht van West-Europese landen en hun onafhankelijkheidsoorlogen na de Tweede Wereldoorlog, die extreem gewelddadig waren. En in de landen zelf waren er twee kampen: voor onafhankelijkheid en voor behoud van de kolonie. Nelleke schrijft: 'De geschiedenis van de dekolonisatie is ongeveer overal langs gelijke lijnen verlopen, met meer of minder geweld, maar altijd met pijn'.

In het slotgedeelte van haar essay schrijft Nelleke Noordervliet genuanceerd positief over de democratie in Nederland en de ontwikkeling ervan bij de jonge generatie. Daarbij profileert zij ten opzichte van andere landen. Daar kan opstand nodig zijn.

10 Oktober 2018, Jaap van der Hoest

***
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website