Muziek en meer



Arabesken


Een ragfijn mozaïek gegrift op wanden,
geblakerd in de zon staat de moskee
waarin het beeld verschraalde tot idee
slechts achterliet een anagram op snee.

Een ganzenpen trekt lijnen op de banden
waarin gebonden staan de grote woorden
die enkel slechts twee oren hoorden
maar wier notatie vaster bindt dan koorden.

Over de toetsen warrelen twee handen
die noten van hun balken slaan tot klanken
en ruggen buigen om een God te danken
die in het oor zich spint tot fijne ranken.

Claire de lune


Een glazen nacht staat achter zwarte bossen.
Het meer ontspant zich in het blauwe licht.
De koele stilte draagt haast geen gewicht,
de schaduw bergt een dromerig gezicht.

Wat droppels vallen loodzwaar op de mossen.
Een nachtklok in een somber klooster luidt.
Een non spoedt zich haar celdeur uit,
haar mond tot prevelend gebed getuit.

De lichte wind gaat een gedicht verlossen
dat vastgebonden aan de sterren hangt
en naar een dichterlijke pen verlangt,
die het in maanlichtklare regels vangt.

Debussy


Voor 't lege raam zit in de nacht te schrijven
de componist, die onbedwongen kracht
tot klinken uit het stille Al verwacht
om zijn bezinning tot akkoord te lijven.

Akkoorden, die als kleine jonken drijven
op 't maandoordrenkte meer van deze nacht,
die, door zijn zoekend handgebaar bevracht,
tot op de einder zullen varen blijven.

Klavier, werp los de klankeloze banden
waarmee ik aan de stilte lig gemeerd,
en laat uw branding beven in mijn handen.

Neem mij als schip, voordat mijn romp verteerd

en deze kleine haven zal verzanden,
en kies de golven waar mijn klank regeert.

Feuilles mortes


De koude wind komt door de gracht gevaren Br> en trekt de droge bla'ren van de takken.
Het water stijfselt die aaneen tot plakken
en laat als brood die in haar diepte zakken.

Het is de rekening van alle jaren;
de bomen die zich met het water voeden
betalen aan de wind met dorre hoeden
om aan de gracht het water te vergoeden.

Voor deze plaat heb ik nog moeten sparen
een diepe stem gegrift in diepe groeven
die mij opnieuw en steeds weer zal bedroeven
laat mij een kleine Griekse juli proeven.

Holiwox cakewalk


Onzichtbaar danst de marionet.
Onzichtbaar trekken dunne draden
die door geen schim zichzelf verraden
doch die met macht zijn overladen.

Onzichtbaar danst de pirouette
die door geen pen lijkt voorgeschreven
slechts door haar wil lijkt aangedreven
slechts door haar lijf lijkt ingegeven.

Onzichtbaar danst het kabinet
al danst het als een holle dwaas
al danst het als een houten klaas
al heeft het zelfs geen cake tot aas.

Jardins sous la pluie


De regen valt in loodrechte gordijnen,
die even plooien in de zoele wind.
De bomen tasten over 't natte grind
met takken door de waterwaas verblind.

De aarde tekent borrelende lijnen,
die duiken uit het natgeslagen gras.
Waar naast een bloembed of een pad een plas
zich gootjes graaft in 't natte grasmatras.

Het herenhuis draagt naakte raamkozijnen.
Ineengedoken zit zijn hoge stoep.
Verschoten staat de fiere beeldengroep.
De deur valt open voor een laatste roep.

La cath\édrale englouti


De kathedraal staat in de blanke zee
verzwolgen door de gladde waterlagen,
die enkel stilten door haar ramen dragen
en oesters planten op haar torenkragen.

De blauwe roggen dalen naar benee
en nestelen zich in haar trapportalen,
zich went'lend op de rose schelpenschalen
zijn zij de laatste klank van madrigalen.

De wieren drijven met de stromen mee
en plakken zich op haar verspilde muren.
Er is een eind gekomen aan de uren
slechts tijdeloosheid eeuwenlang zal duren.

La fille aux cheveux de lines


Een vlasblond meisje aan een spinnewiel
dat uit haar hand een linnen draad laat glijden
een beeld van onschuld en van prilheid beiden
maar niet een beeld uit lang vervlogen tijden.

Van oude wijze vrouwen was de stiel
uit dode huid de levensdraad te spinnen,
waaraan een mensenleven kon beginnen
dat ondergeschikt was aan de Schikgodinnen.

De dichter van het oude bühnenspiel
wou deze oude machten gaan ontkennen.
wou door de man het leven laten mennen
al moest hij tot de duivel zich bekennen.

Les sons et les parfumes tournant dans l'air du soir


De avond daalt met wijkende geruchten
bejaard gemompel op het warme plein
de klank van glazen die geledigd zijn
en van heel ver het fluiten van een trein.

De avond zweeft met uitgestreken luchten
die eucalypten dragen in hun wangen
waaraan lauriers in kleine wolkjes hangen
waarin lavendel zich heeft laten vangen.

De avond drijft met uitgespreide vluchten
waarmee hij meevoert geuren en geluiden.
In een auberge een klavier gaat luiden
dat vult ons oor met geuren uit het zuiden.

Minstreels


De zwarte stemmen dreunen zwaar als trommen.
Ze schudden aan de witte music hall
waar witte mensen dansen op het bal
nadat ze zijn ontvloo'n het hoorngeschal.

De zwarte benen glanzen licht als kommen
waarop weerkaatst een gouden zonnestraal.
De zwarte borsten heffen de bokaal
die witte monden laaft wel duizend maal.

Dat zwarte ritme nooit meer zal verstommen,
de zwarte toetsen op de witte slaan.
De zwarte vingers blijven verder gaan
totdat geen witte voet meer stil kan staan.

Poisson d'or


Zie, een onzichtbare oneindigheid,
hun Kosmos, bollend door de waterdruk,
waar gouden vissen wenden met een ruk
en stoten nooit de wanden stuk.

Het water, willoos van beweeglijkheid,
waarin de vissen komen en weer gaan,
een gouden weerschijn trekkend in hun baan,
en stomverbaasd soms voor de glasmuur staan.

Daarbuiten mennen ze de eeuwigheid
waar water niet meer zoals water is
en waar geen druk en ook geen later is,
maar slechts een onberoerd geklater is.

Puerta del vino


O, laat ons zingen van de Spaanse wijn
gestampt door voeten van de senoretten
geperst door slagen van de castagnetten
gekruid door zweten van de baskenpetten.

O, laat ons klinken op de Spaanse schijn
van matadoren die de stier bevechten
van oratoren die het onrecht slechten
van dictatoren die de waarheid echten.

O, laat ons wenen om de Spaanse pijn
om Moren van hun moedergrond verdreven
om Joden met hun vadergod vergeven
om ketters op de brandstapel geheven.

Rouillards


De nevel houdt het vergezicht versluierd
verschraalt de bomen van het bos tot schimmen
verschraalt de ramen van het huis tot glimmen
en laat slechts zien een landschap zonder kimmen.

De nevel kwam vanmorgen langs gekuierd,
was geeuwend opgerezen uit de sloten
waar hij zich had gehesen op de boten
nog zonder weten wat hij had besloten.

De nevel heeft zo urenlang geluierd
en elk uur dat hij zat, maakte hem dikker
nu zit hij als een opgeblazen kikker
zijn schouders voor mijn oog. Ik zie geen flikker.

Voiles


Een sluier houdt haar aangezicht verhuld
en laat mij naar haar ware trekken raden.
Een boot legt aan met kratten volgeladen
die ongeopend stap'len op de kaden.

Een sluier houdt de werk'lijkheid verguld
en laat de filosoof zijn vragen stellen.
Vanuit het pakhuis komen lossers snellen
om uit elk krat de drogerij te pellen.

Die sluier houdt mijn aandacht steeds gevuld
en laat mij voluit van haar waan genieten.
De loods de diepten in zijn lood liet schieten
laat mij de letters om een boek te nieten.

***
terug naar de inhoudsopgave van alle gedichten

terug naar de beginpagina van de website