Veel en van alles



Beeldgeschreeuw


De beeldbuis doet niks anders meer dan schreeuwen
met wijdopen glazen mond
vol wijdopen gezichten
kakofonie van kleuren
felle kleuren
wilde kleuren
die staan te springen
springen van het glas
springen af op mij
om mij te persen op mijn stoel
erop vast te pinnen
te plakken
te planten
opdat ik zitten zal
opdat ik kijken zal
opdat ik horen zal
alle etmalen lang
mijn leven lang
dag na dag, uur na uur
zal kijken
zal ondergaan de dreun
van de buisbeat
die de wijdopen monden doet
schreeuwen
schreeuwen op maat
scanderen in crescendo
de beat die handen klappen laat
de beat die voeten stampen laat
de beat die uit het dak laat gaan
miljoenen schreeuwende gezichten
twee miljoen zwaaiende armen
aanzwellend wanneer de weke hand
van de beeldbuisman hen wenkt
schreeuwen en stampen uit alle macht
om de lawaaimeter te plezieren
om de quizmaster te plezieren
om de showmaster te plezieren
om de miljoenen te plezieren
en daarbij lachen
luid lachen
luidkeels lachen
oorverdovend lachen
tot je broek ervan afzakt
tot je broek ervan nat wordt …

De PR-mannen met hun HBO-stemmen
bepraten het geschreeuw
bepraten het gestamp
bepraten het gelach
achteraf
een serieus kwartier op de buis
bepraten het ernstig
in hun beschaafde schuttingtaal
met gladde stemmen
zonder ironie
kutprogramma, gelul op de buis, geen gezeik
met je billen bloot
laat zien dat je kloten hebt
bepraten de schreeuwende beeldbuis
de stampende beeldbuis
de gierende beeldbuis
die weer miljoenen heeft gekluisterd
aan hen, uiteindelijk, nietwaar?
jawel
Big brother, miljoenen
Neuken doe je zo, miljoenen
Tranen met tuiten, miljoenen
dubbel van het lachen, miljoenen
trappen onder de gordel, miljoenen
Katja, Gordon, Vanessa, miljoenen
WK pijltjeswerpen, miljoenen
en Vondel? geen hond
en Vestdijk? geen hond
en Vermeulen? geen hond
en Vermeer? geen hond
nou ja, een magere honderdduizend, hooguit,
afschaffen die handel
afschaffen die subsidies
honderdduizend maal beschaving
is geen score, toch?

Blinde wandelaar
(Blinde man loopt met witte stok tikkend op straat en hoort zichzelf en de wereld)


Partituur
(staccato)
tik tik tik tik tik tik tik
tik tik tik tik tik tik tik
tik tik tik tik tik tik tik
(ad libitum)

(presto)
tik tiktiktik tik
tiktiktiktiktiktik
tik tiktik tik

(staccato)
tik tik tik tik tik tik tik
tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik tik
(ad libitum)

(alourdo)
tjok tjoktjok tjok

(recitatief)
Getverderrie! Getverderie!
Getverderrie nog aan toe!
Getver de getver derrie

(alourdo)
Tjok tjokktjok tjok

(recitatief)

Getverderrie! Getverderrie!
Getverderrie nog aan toe!
Getver de getverderrie!

(alourdo)
tjok tjoktjok tjok

(Duet van A en B)
A: Meneer!
tjok tjoktjok
A: Meneer, mag ik u wat zeggen?
tjok tjoktjok tjok
A: Meneer, mag ik u wat zeggen?
B: Spreekt gij tot mij?
A: Meneer, er steekt een worst aan uw stok!
B: Een wat?
A: Een frikadel, geloof ik.

Damrak in zomerpak
(een choreografie)


ik loop tango
middag vrij
de zon schatert
het asfalt staat volop woorden
de lucht transpireert
lijven alom
ik loop tango
zolen overal
zolen van overal
dezelfde merken
schuiven schuifelen
ik loop foxtrot
hakken ernaast
lage hakken hoge hakken
klikken rap
ik loop quickstep
quick quick quickquick slow
quick quick quickquick slow
kleding dreunt disco
kapper stinkt haarlak
café geurt koffie
koffie blaast hasjiesj
chinees riekt bami
kroegje puft bier
bios toont bloot
ik loop chachacha
bellende bellen
een tram raast voorbij
vol haringen
keffende claxon
een peer in een Jaguar
jaagt
rinkelgekinkel
een pruim op een racefiets
hangt
ik loop walsen
ramen lokken vrouwen
deuren lokken mannen
bij drommen
ik sta mambo
de gevels schieten vonken
vanaf de overzijde
waar de AEX klimt en krimpt
Heineken stijgt
Nutricia zakt
Cocacola stijgt
Adidas zakt
zakken! halen! zakken! halen!
rien ne va plus
ik loop jitterbug
een straat in Babylon
hello, hallo, allo
you are welcome
immer gerade aus
buenos dias
terima kasi banjak
nishewo
on parle français
salam aleichoem
sjalom
gracias, chulio
rot op, weet je
scheisse, sjit, stront aan de knikker
een straat in Babylon
Damrak Amsterdam
voel een handje in mijn zak
mijn achterzak
karatestoot elleboog
karatetrap achteruit
kindergejank
moors ventje
Aladin
twee kleerkasten voor me
maak mij kungfu dun
slalom tussen
Scylla en Charybdis
rotsen slaan op elkaar
godverdomme, vuile klootzak!
een politiefluitje
smeris, weg weze!
ik loop hiphop
een meisje, meneer?
een knaapje, mevrouw?
ik loop hiphop
een knaapje, meneer?
een meisje, mevrouw?
ik loop hiphop
balletje, balletje?
fruitautomaat?
kettingbrief?
escort op lantaarnpaal
ik hiphop hiphop
een etalage lonkt naar mij
van de overkant helemaal
de Bijenkorf
ik hiphop hiphop
het monument doet moeilijk
bladdert af
twee hondjes tillen pootjes
geen lust voor oog meer
eenmaal 's jaars in gebruik
rythm and blues, mijn stap
een politiesirene
een pooier gepakt
een ambulancesirene
een hoertje gehakt
een junk stort voorover
languit
geen troep op de stoep
ik loop hakkend
zolen zolen hakken hakken
illigale zolen
legale hakken
pech in een klein hoekje
geluk ook
een manometer onder druk
lieve lijven
die verstijven
als de coke
komt bovendrijven
geen ruimte meer
geen adem meer
bossa op de plaats
hallo moeder, hallo Bandung
help
geen ruimte meer
geen adem meer
dan
room at the top
room service
een corner cadeau
luctor et emergo
ruimte, lucht, adem
de Dam
de Dam van Amsterdam
Amsterdam die grote stad
Amstelredam eigenlijk
Amstel rede dam
ik ben eruit
900 meter in 30 minuten
geen woorden meer op asfalt
alleen nog klinkers
oude klinkers
uit den Gouden Eeuw
ik loop, schuifel niet meer
de zon schatert tweemaal intussen
maar ik loop, schuifel niet meer
ik loop calypso

De kleuren van de kust


Het hoge blauw van de stille luchten
het krijsend blauw van de wind daaronder
het zilte groen van de zee
met het krullend wit van zijn branding.
Het botsend grauw van de dammen
waartussen het zompig bruin van de vloed
gekraagd door het schelpkrakend bruin van eb daarboven
uitlopend in het rulle oker van het strand.

Voel mij gehuld in een vochtig nat grijs.

Het moeizame wit van het duinzand
dat als de zon brandt onder mijn zolen
het geknipte vaalgroen van het helmhaar
dat hangt op het voorhoofd van het duin.
Het glibberend bruin van de houttrap omlaag
die uitkomt op het gladde zwart van de strandweg
die afscheidt het stekend paars van de struiken
vormend de zoom van het harsgeurend woud.

Het roerloze brons van de stammen, de dikke,
met het fluitend en tjilpend groen van hun lover
het galmend mosbruin van de stammen, de dunne,
met het prikkende groen van hun naalden.
Het oranje kloppen van het diepst van het woud
en de bruine roep van de koekoek erachter
waar het malse groen van de weiden schemert
met het droge geel van het strodak
waaronder ik huis, deze vakantie.

Ik loop met gespitste oren
om de kleuren te horen
met mijn neus in de wind
om de kleuren te ruiken
met de tong uit mijn mond
om de kleuren te proeven
met mijn vingers vooruit
mijn voetzolen gespannen
om de kleuren te voelen
want mijn beslagen ogen vangen geen kleur.

Godheid


Er zit een bronzen godheid in mijn hand
De laatste wereld die hij overziet
Het zonlicht zet hem in een kleine brand
en maakt hem aan het eerste uur verwant
toen hij gebieder werd van een verschiet ...
een droom die langzaam wegvoer op verstand.

In memoriam tres arbores
(voor mijn vrouw)


Vanmorgen werden ze geëxecuteerd
mijn drie grote vrienden
op een koude wintermorgen
op een woensdagmorgen
met koude zon in een lucht van sneeuw
werden ze geëxecuteerd
mijn drie grote vrienden
veelarmig in de winter
dichtgekroesd in de zomer
zitplaats van de vogels
slaapplaats van insecten
wieg van de vlinders
kalender van seizoenen.

Mijn drie grote vrienden
bomen voor mijn balkon
veroordeeld waren ze
door een kale rechter
warm gestadhuisd
gevonnist werden zij
door een kale beul
goed gezaagtand
de kale kop
de kale geest
die overzicht wenst
gezicht op
een woestijn
waar ik verdorst
een rotswand
waar ik versteen
een sneeuwveld
waar ik bevries
en op mij
die zit
onbeschut nu door hun lover
onbeschermd nu door hun takken
op mijn balkon
in zijn kale blik.

Vanmorgen werden ze geëxecuteerd
mijn drie grote vrienden.
Driemaal heb ik om ze geweend

Junk blues


mijn naam is pietje
en ik heb geen grietje
voel me daarom zo stom

mijn naam is pietje
tril als een rietje
en ik val haast om

kom niet in een roes
val daarom pardoes
in de blues

heette ik maar dikkie
en had ik een stickie
dan wou ze vast wel

heette ik maar dikkie
dan haar rikketikkie
sloeg voor me als de hel

kom in een roes
val daarom pardoes
uit de blues

vandaag is maandag
maandag is baandag
met werk, wel een uur

vandaag is maandag
maandag geen gaandag
het leven is duur

kom niet in een roes
val daarom pardoes
in de blues

heb liever dinsdag
dinsdag is pinsdag
bij de pinautomaat

heb liever dinsdag
dinsdag is insdag
op de hoek van de straat

ik kom in een roes
val daarom pardoes
uit de blues

ik heb geen petje
zij wel haar verzetje
vrijt met m'n vrind

ik heb geen petje
zij geeft 'm van jetje
laat mij met d'r kind

kom niet in een roes
val daarom pardoes in de blues

heb g'lukkig een broeder
die woont bij z'n moeder
hij is pedofiel

heb g'lukkig een broeder
mijn broeder mijn hoeder
met hart en met ziel

ik kom in een roes
val daarom pardoes
uit de blues

loop maar te gillen
m'n billen die rillen
want ik heb geen speed

loop maar te gillen
met rillende billen
voel me een miet

kom niet in een roes
val daarom pardoes
in de blues

nou ben ik weer wakker
en voel me een kakker
de bus kwam voorbij

nou ben ik weer wakker
ben voor de bakker
ben vrolijk en blij

kom in een roes
val daarom pardoes
uit de blues

Dertig Leidschendammer haikoes



1.


ik loop in de straat
mijn voet doet mijn hoofd verslag
de straat loopt in mij

2.


haar mond is een mes
haar tong snijdt diep in mijn hart
haar tand ziet niet rood

3.


woorden in mijn oor
klanken slaan gedachten los
woorden in mijn mond

4.


hij zocht in de berg
zocht het hele oerwoud af
vond het bij zichzelf

5.


rein als Sneeuwwitje
schoon als slapend Doornroosje
Assepoester's droom

6.


vliegt sneller dan licht
valt op alle plaatsen neer
komt niet van zijn plek

7.


roept in de woestijn
schreeuwt aan het strand van de zee
slechts leegte hoort toe

8.


kom, ik doe je pijn
blijf, ik heb nog niet genoeg
stil, je hebt mij lief

9.


de wolven huilen
de vossen blaffen droevig
de mensen lachen

10.


klein schip hoe vaar je
roerloos mag geen koers genoemd
geen ster verwacht je

11.


geel stuift het op zand
blauw wentelt het in water
rood snakt het naar lucht

12.


hij zei het tot God
God zei het tot hem terug
hij zei mij: dood ze

13.


een lijn met een pen
een streep met een dun penseel
een streek met een kwast

14.


hoor ik een viool
of hoor ik klarinetten
ik hoor mijn hart slaan

15.


ik drink een glas thee
eet er een appelflap bij
ik hoef niet op jacht

16.


het sprookje is uit
een mooie droom is voorbij
een deun wordt gedicht

17.


gedachten in mij
gedachten van anderen
gedachten van mij

18.


gebied de dienaar
vraag de mens die langs je gaat
verzoek de koning

19.


kort is het leven
nog korter zal de dood zijn
lang valt het wachten

20.


hij sprak tot het volk
hij sprak tot heel de wereld
hij sprak voor zichzelf

21.


zij is een spiegel
waarin ik mij zie elk uur
mooier dan ik ben

22.


sla haar met de zweep
sla haar met tien karwatsen
zij kust je voeten

23.


de zon breekt open
en blaast een waaier licht uit
ben slechts warme steen

24.


voet trapt op een bloem
hand rukt twijg af van een tak
oog dat geen oog heeft

25.


zijn hond poept op straat
haar kat piest in onze tuin
bij hen glimt de vloer

26.


het kind ziet de dood
heeft al de moorden gezien
het kind mag leven

27.


geld klinkt al niet meer
ritselt slechts nog als papier
wordt een vingerdruk

28.


naakte nimf in kerk
geklede non op naaktstrand
tegendeel wekt lust

29.


kom hier en klaag niet
ga heen als je blijft klagen
ben een en al oor

30.


heb je mij geroepen
heb ik je niet eens gehoord
toch zie je mij aan

Lichtschuw


Vanuit de oorsprong mijner dromen
zag ik een licht de berg op komen
en op diens ijsspits blijven dralen,
om dan de hemel te omzomen.

Uit angst voor 't schitt'ren van dat licht
heb ik verduisterd mijn gezicht
en het verborgen in de dalen,
toen sloeg het Al zijn deuren dicht.

Moeder van de vermoorde kinderen


Haar oog reikt in de verte
maar geeft geen beeld
Haar oor reist met de tijd
maar geeft geen uur
Haar handen liggen roerloos
tasten zonder rust
Haar benen staan verlamd
rennen eindeloos

Overal om haar
is geschrei
Achter haar schouders
is gesnik
Naast haar heupen
is gehuil
Voor haar knieën
is gegil
Rond haar enkels
is geween

Overal om haar
voelt zij de voetjes
Overal aan haar
klemt zij de handjes
Haar stem is zand in haar keel
blijft roepen
hun namen
blijft schreeuwen
hun namen
Haar haren zijn duizendmaal antenne
blijven horen
haar naam

Zij vlucht voor de einder
waarachter ze verschenen
Zij vliegt naar de einder
waarachter ze verdwenen
Zij zit
hulpeloos, hopeloos, reddeloos
en zoekt
hulpeloos, hopeloos, radeloos

Ergens, hoog boven haar,
tussen de wolken
de pieken van de bergen
zweeft het belang
een woord, een kreet
gebruld door een man, groepen mannen,
granaten tussen hun tanden
bommen aan hun vingers
kogels in hun ogen
tanks onder hun zitvlak
waarmee ze willen treffen
de andere man, groepen mannen,
waarmee ze treffen duizendmaal meer
het kind
van de starende moeder ...

Naastenliefde


ik had slechts wat munten over
terwijl jij vroeg om brood

ik had slechts wat vodden over
terwijl jij vroeg om kleding

ik had slechts wat stoepen over
terwijl jij vroeg een dak

ik had slechts wat tranen over
terwijl jij vroeg een hand

ik had slechts wat wensen over
terwijl jij vroeg een land

ik had slechts wat woorden over
terwijl jij vroeg om leven

Olie


Eens was het een vuile hand
die het plakte aan een wand:
gans het raderwerk staat stil
als uw macht'ge arm het wil.

Nu is het een schone hand
die het intoetst voor een krant:
heel het raderwerk staat stil
nu de olieprijs het wil.

Straks is het een lege hand
die weer zand schept uit het zand:
gans het raderwerk staat stil
daar de olie niet meer wil.

Profeet


Ik ben van huis naar huis gelopen
en stootte alle deuren open
om door de gang mijn woord te schreeuwen,
waarna ik kwaad ben afgedropen.

De laan liep eindelijk ten einde
waar slechts een lege kim zich lijnde
waarheen de oceaan der eeuwen
met dove massa's verder deinde.

Schilderij


Het stelt niks voor
dat schilderij
vlekken verf lukraak neergekwakt
opeen geplakt
verward vertakt
al naar de luimen van het doek
zijn grauwe huid
vol bobbels en vol vouwen
toch een tableau vivant
tableau van ergernis, van wrevel
tableau zonder figuur
is dat kunst?
nee, is nep
gemakkelijke nep ook
namaak Appel
stelt niks voor
helemaal niks

Ik blijf toch kijken

zie onder het paars opeens een lepeltje
van geel plastic
gejat uit een vliegtuig, vast
in het rood grillige sporen
vingerafdruk van een autoband
een stuk vet papier
plakkerig
heeft vast om een vuile boterham gezeten
een stokje in het groen, tandenstoker,
voor een rotte tand, bruin gepunt
de blikken dop van een colafles
de stenen dop van een fles Heineken
de indruk van een hak in bruin
bah, het bruin stinkt
hondenpoep, jawel, maar niet origineel
Salvador Dahli
jaren dertig
een stuk krant
niet meer te lezen
afgeplakt met hansaplast
een knopje, lijkt wel een bellenknop
ik druk erop
er rinkelt een schel belletje
uit een donkerblauw vierkant
dat zijn bladeren van bomen
afgevallen bladeren
des feuilles mortes
kan ze niet thuisbrengen
kastanje, beuk, iep?
de kop van een vis
een echte vis, stinkt smerig
kan 'm niet thuisbrengen
geen walvis in elk geval
bah, een stuk maandverband
een stuk pampers luier
de helft van een bril in goud
wat een kitsch
een muntstuk tussen geel en groen
oude munt, een oud kwartje
een bananenschil, duidelijk, helgeel, chiquita,
over de helft van het doek is een stuk nylon getrokken
schuin
van een nylon zak
uit een supermarkt

ik kijk naar het groezeldoek
de groezelige ondergrond van het tableau
van spatten verf
van strepen verf
geen kwast, gespoten
heel bont en toch grauw
zie toch eenheid in al die verfklodders
al die vodden opgeraapt
zo van de straat
een vuile straat

Ik aanschouw een stuk van mijn wereld
van onze wereld
de rijke wereld
gezien van de onderkant
van beneden naar boven
niet de etalage van de volgestouwde winkels
niet al die lokkende waar
maar de geconsumeerde waar
de verteerde waar
de uitgeworpen waar
neergekwakt op de hoek van een straat
een vuile straat
zomaar, als lukrake verfklodders
een groezelig, een vies tableau vivant
wereld van het afval
onze wereld
mijn wereld
het afval van de rijke wereld, de verkwisterswereld
die niet wil delen
die bergen maakt
waarop magere kinderen en uitgedroogde vrouwen
kunnen grasduinen
op duinen van afval
gelijk op een vruchtbare berghelling

ik zie de afvalwereld voor mij
op het schilderij
het schilderij
dat niks voorstelde
stelt zeker wat voor
mijn wereld
mijzelf

Ik buk me om naar het signatuur te kijken
Jansen, staat er,
Jansen, onthoud die naam

Troostrijk


Laat ons de lach des levens niet versmaden
al is ons hart met smarten overladen
zoveel er schaduwen van bomen zijn
en blad'ren op de herfstverwaaide paden.

Zoals de mist de hemel doet vergrijzen
zo komt het leed ons naar de ogen rijzen
Pak de bokaal en klink de purp'ren wijn
en laat de mond de vreugd' des levens prijzen.

Is niet de zee een hel voor wie verdrinken
een marteling voor wie erin verzinken?
Doch voor de albatros is zij domein
en elke wiekslag doet haar lof weerklinken.

Vragen


Wanneer de dag verstreken is
en elke kans verkeken is
dan keer ik in mijzelf terug.

Dan vraag ik: wat heb je gedaan?
ben je gekomen of gegaan?
antwoord, maar antwoord niet te vlug.

Heb je een kleine daad gesteld?
Ben je geweken voor geweld?
Of heb je louter toegezien?


Heb je je handen uitgestrekt?
Daarbij misschien je nek verrekt?
Of bleef je tellen steeds tot tien?

Heb je een medemens bewaard?
of heb je slechts naar hem gestaard
terwijl hij wegzonk voor je oog?

Heb je een vreemde vrouw gekust
of bij je eigen vrouw gerust
terwijl je geest naar elders vloog?

Heb je je hulpgeroep gestaakt?
Een lange wandeling gemaakt
en zeewind laten waaien door je haar?

Bij Arti flipperkast gespeeld?
Je op een and're plek verveeld?
En had je tegen niks bezwaar?

Zo kan ik aan het vragen blijven
je duizend brieven blijven schrijven
waarin ik je tot antwoord maan.

Jij hebt je in je slaap gestort,
sloeg op geen toets van 't toetsenbord,
Mijn vragen komen nimmer aan.

Zonder profeet


Voor mij heeft nimmer een profeet gesproken
en nimmer ben ik ook ineengedoken
voor de vermetelheid van mijn gedachten,
nooit heeft een godheid daarom zich gewroken.

Mijn oren zijn voor 't brullen doof gebleven
mijn ogen heb ik aan de nacht gegeven
en over hield ik slechts mijn eigen krachten,
wier scheppingsdrang mijzelve bracht tot leven.

***
terug naar de inhoudsopgave van alle gedichten

terug naar de beginpagina van de website