Ongelovige olijven

Door Martin Doorn

De steen lag er zolang Memed het zich kon herinneren. Het was een grote platte steen die op ideale zithoogte, als was hij er voor gemaakt, hier lag. Bij nader inzien was hij er ook voor gemaakt, al kon niemand vertellen door wie. Zittend op de steen kon je met je rug leunen tegen de olijfboom en kijken naar de bewegende lichtvlekjes die door het bladerdak heen op de grond vielen. Zittend in de schaduw kon je bijna de gehele olijfboomgaard overzien en bovendien de ingang van het huis in de gaten houden. Toch werd je niet opgemerkt door voorbijgangers, omdat je geleund tegen de olijfboom en bovendien in de schaduw vrijwel onzichtbaar was. Memed noemde de steen zijn denksteen. Vaak zat hij hier in zijn eentje na te denken over de dagelijkse dingen. Zo ook vandaag. Vorige week was hij twaalf geworden. Een belangrijke leeftijd in zijn cultuur. Met twaalf werd je man en kreeg je andere verantwoordelijkheden. Tot nu toe, bedacht Memed heb ik er nog niet veel van gemerkt. Zijn vader, Baba, zou hem de familiegeschiedenis vertellen. Maar het was er nog niet van gekomen. Trouwens wat viel er te vertellen. Wist hij al niet alles? Zijn moeder was dood, evenals zijn opa en oma. Hij leefde nu al zeven jaar alleen met Baba in de kleine boerderij. Met deze gedachten in zijn hoofd merkte hij niet dat Baba hem naderde. Hij schrok op uit zijn gepeins toen Baba met zachte stem vroeg of hij naast hem mocht komen zitten. Memed schoof een stukje op en Baba nam naast hem plaats. Ze zwegen geruime tijd. Dat was niet ongewoon. Door de lange tijd dat ze nu met zijn tweeën leefden hadden ze aan een half woord genoeg. Baba ging verzitten en schraapte zijn keel. Hij wilde iets gaan zeggen, maar bedacht zich. Dit gebeurde nog enkele malen, maar tenslotte zei hij: ‘Memed, weet je van wie deze grond is?’ Hij maakt een wijds gebaar over de olijfboomgaard en de schapen die rustig onder de bomen graasden. ‘Van u Baba’. Gaf Memed ten antwoord. Baba knikte. ‘Weet je van wie die grond is?’, vroeg Baba en wees op het stuk grond van de kibboets die aan de westkant van de boomgaard lag. Nu knikte Memed en zei: ‘Ja die is van de Joden’. Baba schudde het hoofd. ‘Nee Memed. Die grond is gestolen van de Palestijnen die met de stichting van de staat Israël zijn gevlucht’. Memed zweeg. Hoewel hij had gehoord van het verjagen en vluchten van de Palestijnen had hij de ware toedracht tot nu toe nooit gehoord. ‘Vluchten; , ging Baba verder is eigelijk niet het juiste woord. Voor de stichting van Israël waren er al zogenaamde Joodse kolonisten die in dit gebied aanslagen pleegden op Palestijnen en op de Engelsen die het hier voor het zeggen hadden. Er werden aanslagen gepleegd op de Engelse bestuurders en er is zelfs een moordaanslag gepleegd op een Engelse minister. De Joodse terroristen van toen, waaronder de bekende Mosje Dajan. zijn nu de helden van toen. Zo zie je maar al naar gelang je verliest of wint ben je bevrijdingsheld of terrorist’. Baba zweeg lange tijd. Terwijl hij lange trekken aan zijn sigaret nam. Toen ging hij verder. ‘Zo heten verdrevenen nu vluchtelingen’. Baba stond op en verdween in de richting van de boerderij. Memed keek hem na. Zijn spieren waren gespannen en zijn gedachten waren verward. Hij keek naar Baba, toen opzij naar de kibboets. Kon het waar zijn wat Baba verteld had? Kon het waar zijn dat Ester, zijn vriendinnetje uit de kibboets de dochter was van landdieven? Maar Baba was een wijs man. Voor het overlijden van oma en opa was hij leraar aan de universiteit van Ramalla geweest. Hij had die baan moeten opgeven om de boerderij over te nemen. Bovendien had Baba hem nooit verboden met Ester te spelen en haar nooit onvriendelijk behandeld. Memed zuchtte. Hij was nu twaalf en had zojuist zijn eerste levensles van Baba gekregen. Een half uur later schoof Ester naast hem op de denksteen. Ze kneep hem even liefkozend in zijn arm en gaf hem een sinaasappel. Ester bracht vaker sinaasappels, appels, nectarines of ander fruit mee dat ze in de kibboets teelden. Memed keek naar de sinaasappel en toen naar Ester. Kon hij de sinaasappel aannemen. Hij was geteeld op gestolen grond. Gestolen van de Palestijnen. Zijn volk. Ester zag zijn twijfel en zei: ‘Eet op hij is heel zoet’. Memed stopte de sinaasappel in zijn broekzak en zei: ‘Ik bewaar hem voor later’. Ester stond op. ‘Je bent vandaag niet in een goede bui Memed. Ik ga naar huis’, zei ze en liep weg.

Enige dagen later kwam Baba weer naast Memed op de denksteen zitten en stelde de volgende vraag: ‘Memed, weet je hoe je oma en opa gestorven zijn?’ Memed antwoordde dat het een ongeluk was geweest. Baba schudde zijn hoofd weer, net als de vorige keer en de spieren van Memed spande zich opnieuw. Baba stak een sigaret op en nam een diepe teug. ‘Op een vroege morgen, begon hij, jij was toen vijf jaar en samen met je moeder en oma waren jullie bij mij op bezoek in Ramalla, stonden twintig Israëlische soldaten en een bulldozer voor de boerderij. Opa was dus alleen thuis. Zonder enige waarschuwing begon de bulldozer de boerderij omver te schuiven. Opa werd onder het puin bedolven en overleed vrijwel direct. Toen de soldaten zijn laatste doodskreet hoorden hielden ze op met vernielen. Later verklaarden ze dat ze er van overtuigd waren dat de boerderij reeds lang verlaten was en dachten dat er niemand meer woonde. Volkomen onzin natuurlijk want de tuin lag er onderhouden bij en de boerderij was volledig ingericht. De enige verklaring is dat de soldaten dachten dat opa ook was meegegaan naar Ramalla. Ze zagen nu, nu er niemand thuis zou zijn, hun kans schoon de boerderij te vernielen. Er is een Israëlische regel dat verlaten boerderijen van Palestijnen afgebroken mogen worden. Opa kende die regel en was daarom niet meegegaan naar Ramalla. Vergoeding voor de door de militaire gemaakte fouten is nooit gekomen. Oma is enkele maanden later van verdriet gestorven.’ Hier zweeg Baba en staarde naar de lichtvlekjes op de grond. Memed had tranen in de ogen en dacht aan de vreselijke dood van zijn opa. Het was geen pretje twaalf jaar te zijn. Een gevoel van onrecht welde in hem op. Hij keek naar Baba die nog steeds naar de grond staarde. Memed haalde diep adem en zei: ‘Maar Baba Israël is toch een democratie. Wij Palestijnen woonden hier toch al voor de Joden kwamen en wij zijn toch ook Israëlisch burger?’ Baba wendde zijn blik vanaf de grond naar de kibboets en toen naar Memed. ‘In een democratie is iedereen gelijk en heeft iedereen gelijke rechten. Israël is gebaseerd op racisme. Als je van Joodse afkomst ben heb je alle rechten. Ben je van Palestijnse afkomst heb je weinig rechten. Je bent alleen Jood als je moeder Joods is. Niet als je vader Joods is. Dat is op zich natuurlijk al volkomen onzin want je krijgt evenveel genen van je vader als van je moeder. Zelfs voor de wetten tellen niet-joden niet mee. Ze kunnen niet eens trouwen in Israël en moeten uitwijken naar Cyprus om wettig te trouwen. Het waren ook de Israëli die de wapens leverden aan Zuid Afrika om de zwarten er onder te houden. Tijdens de wereldwijde boycot van dat land gingen ze er gewoon mee door. Baba schudde meewarig zijn hoofd. ‘Geloof maakt heel wat kapot.’ Memed opende zijn mond om iets te vragen, maar Baba hief zijn hand op en zei: ‘Later Memed, je kunt niet alles tegelijk leren.’ Baba stond op en liep naar huis. Memed bleef op de denksteen zitten en stelde vast: ‘ik ben dus een tweederangs burger van Israël.’

De volgende morgen stopte er een vrachtwagen met twee mannen voor het boerderijtje. Ze stapten uit en bonsden op de deur. Zonder omhaal vertelden ze dat de stroom werd afgesloten omdat de houten palen waaraan de stroomdraden opgehangen waren vervangen zouden worden door betonnen palen. Baba vroeg hoelang het zou duren voor er weer stroom was. De mannen haalden hun schouders op. Zij waren alleen voor het omhalen van de houten palen. Voor de nieuwe betonnen palen kwamen weer andere mannen. Het zou drie maanden duren. Het veelvuldig klagen van Baba hielp niets. Wel was het merkwaardig dat er in de kibboets al die tijd gewoon stroom was. Op één van die duistere stroomloze avonden vroeg Memed gezeten in de, slechts door kaarsen verlichtte kamer aan Baba: ‘Hoe is mijn moeder overleden?’ even begon de onderlip van Baba te trillen, maar hij vermande zich en vertelde: ‘Op een avond kreeg je moeder hoge koorts. In de kibboets heb ik om een dokter gebeld. Deze wilde pas de volgende morgen komen. De koorts werd erger en we zijn toen met de auto op weg gegaan naar het ziekenhuis. Bij elke controlepost werden we langdurig tegengehouden door Israëlische soldaten. Steeds weer werd de auto grondig onderzocht. Het duurde uren en je moeder werd steeds zieker. Tijdens het oponthoud bij de vijfde controlepost is zij overleden.’ Memed voelde zijn nekharen prikken. ‘Waarom was Baba eigelijk in dit rotland gebleven?’

In de volgende maanden leerde Memed dat de aanvallen die Israël deed in de omringende landen zoals Libanon waar diverse bloedbaden werden aangericht onder onschuldige burgers, door de westerse wereld werden aangeduid als interventies. Het doden van Palestijnse leiders werd een liquidatie genoemd. Als de Palestijnen in de tegenaanval gingen waren het plotseling koelbloedige moorden. Hoewel Baba nog steeds fruit en groente in de kibboets kocht, begon Memed zich ongemakkelijk te voelen in het gezelschap van Ester. Dat kwam niet alleen doordat hij nu de Palestijnse geschiedenis begon te begrijpen, maar omdat Ester lichamelijk begon te veranderen. Ze kreeg borstjes en vrouwelijke rondingen. Het maakte Memed onrustig en hij voelde zich een beetje een verrader.

De zon was nog maar net op toen het gesnerp van kettingzagen door de muren van de boerderij naar binnen drong. Baba en Memed kleedden zich snel en gingen naar buiten. Wat ze zagen schokten hen beiden. Een tiental mannen van de kibboets met even zoveel kettingzagen velden in rap tempo alle olijfbomen die langs de erfafscheiding stonden. Baba rende zwaaiend met zijn armen op de mannen af. De kettingzagen zwegen toen ze Baba zagen. Baba vroeg ze waarom ze zijn olijfbomen aan het omzagen waren. Een man met een zwarte baard beweerde dat het niet de bomen van Baba waren omdat de erfgrens verkeerd liep.Baba rende naar huis terug om de eigendomspapieren en de kadastertekeningen te halen. Nauwelijks had hij de mannen verlaten of de kettingzagen knetterden en weer vielen enkele bomen. Hijgend keerde Baba even later terug met de papieren en hield ze onder de neus van de zwarte baard. Deze glimlachte en zei: ‘O, dan heb ik mij vergist.’ Grinnikend liepen de mannen met de kettingzagen terug naar de kibboets. Baba stond verslagen naar de chaos te kijken. Zevenentwintig olijfbomen waren geveld. Nieuwe aanplant zou er zeven jaar over doen om voor het eerst vrucht te dragen. De pogingen van Baba om schadevergoeding te krijgen liepen zoals verwacht op niets uit. Er zat niets anders op dan nieuwe olijfboompjes te planten.

Er gingen weer jaren voorbij waarin Memed vele gesprekken voerde met Baba. Baba vertelde over de vele oorlogen die in dit gebied gewoed hebben. Bezettingen door de Turken, de Romeinen, de Kruisvaarders, de Egyptenaren en de Engelsen. Zelfs Mustafa Kemal, de latere president van Turkije en bekend onder de naam Kemal Ata Turk, had hier gevochten tegen de Engelsen. Vooral werden echter de wereldgodsdiensten onder de loep genomen. De Koran en de Bijbel werden bestudeerd. Het Hindoeïsme en Bhoedisme werden doorgesproken. Het werd Memed langzamerhand steeds duidelijker dat aanhangers van welk geloof dan ook, zichzelf als de meest ideale mens beschouwden. Zo werd al spoedig duidelijk dat de god van de Joden een racist was. Hij riep het Joodse volk uit tot de uitverkorenen en beloofde hen land dat aan de Palestijnen toebehoorden. Samen moesten ze vervolgens lachen om het feit dat dit uitverkoren volk er veertig jaar over gedaan had om die paar honderd kilometer af te leggen van Egypte naar Palestina. Baba merkte nog op dat als je de denkwijze van de Joden volgde Noord Amerika moest worden teruggegeven aan de Indianen en Australië aan de Aboriginals. Bovendien was het creëren van een land op andermans grondgebied al eens mislukt. Kijk maar naar Liberia, dat op initiatief van de vroegere Amerikaanse president Monroe werd gesticht voor de vrijgekomen slaven.Dat vonden de mensen die er woonden ook niet leuk en tot vandaag de dag zijn er onlusten. Met al de opgedane kennis begon Memed meer en meer te twijfelen aan de woorden van zijn koranleraar, maar Baba had hem ten strengste verboden over hun studies en gesprekken met iemand te spreken.

Op een vroege morgen werden ze uit hun slaap gewekt door het kabaal van machines. Buitengekomen ontdekten ze dat pal naast hun erfgrens waterputten werden geboord. Het gezicht van Baba verstrakte. ‘Wat doen ze Baba?’, vroeg Memed. Baba draaide zich om naar zijn olijfboomgaard en zei met zachte stem: ‘De Joden stelen ons water.’ In de volgende weken werden er pompen op de waterputten gezet en het water opgepompt om de gewassen in de kibboets te besproeien. Weer stond Baba machteloos. De pompen stonden op grond van de kibboets, al pompten ze ook het water onder de grond van de olijfboomgaard weg. De gevolgen lieten niet lang op zich wachten. Al na twee maanden verlepten de nieuw aangeplante jonge olijfboompjes. Na een half jaar begonnen ook de andere bomen die het dichts bij de waterputten stonden te verkleuren en te verdorren. In de oogsttijd bleek dat ook de andere bomen in de olijfgaard minder olijven opbrachten. Baba besloot nu de olijfboomgaard minder opbracht, meer schapen te gaan houden. Hiervoor moest de schaapskooi vergroot worden en Baba diende een aanvraag voor een bouwvergunning in. Elke dinsdag ging hij naar de stad om te vernemen of zijn vergunning al werd afgegeven. Hij moest er dan om negen uur zijn, zich melden aan het loket en vervolgens uren wachten tot hij werd opgeroepen. Telkens kreeg hij dan te horen dat zijn aanvraag nog in behandeling was. Toen hij voor de twaalfde keer zat te wachten om opgeroepen te worden kwam er een man naast hem zitten. Deze man, met een keppeltje op, had zich zojuist bij het loket gemeld en moest ook wachten tot hij werd opgeroepen. ‘Wat duurt het allemaal toch lang, verzuchtte de man tegen Baba. Het is nu al drie weken geleden dat ik een vergunning heb aangevraagd voor een garage en ik heb hem nog steeds niet.’ Baba wilde zeggen dat hij al drie maanden op een vergunning wachtte, maar de man werd aan het loket geroepen. Even later kwam hij triomfantelijk met de vergunning zwaaiend naar Baba terug. Baba voelde zijn woede opkomen, maar zei alleen: ‘Ik wacht al drie maanden op een bouwvergunning.’ De man met het keppeltje keek hem verbaasd aan en liep vervolgens terug naar het loket. Baba zag dat hij heftig gebarend en wijzend op hem een verhit gesprek voerde met de loketbeambte. Even later kwam hij op Baba af en nam hem mee naar het loket. De vergunning lag klaar. Samen verlieten ze het kantoor terwijl Baba de man uitvoerig bedankte. Nog geen half jaar later werd op de boerderij een brief bezorgd met de mededeling dat er een strook land werd onteigend ten behoeve van de aanleg van een weg. De weg bleek dwars over de grond van Baba te gaan lopen. Dwars door de olijfboomgaard. Protesten werden afgewezen onder het mom van landsbelang. Het argument van Baba dat de weg nergens heen ging werd afgewimpeld met de mededeling dat de rest van de weg die buiten het grondgebied van Baba viel, later zou worden aangelegd.Weer vielen zestig olijfbomen ten prooi aan de kettingzaag. De olijfboomgaard werd nu doorsneden door een onverharde weg die van nergens naar nergens ging.

Memed zat op zijn denksteen en peinsde. Hij begreep vele dingen niet. Baba werd niet kwaad ondanks dat hem in de afgelopen jaren veel onrecht was aangedaan. Hij kocht nog elke week fruit bij de kibboets, terwijl hij die mensen nu meer en meer als vijanden was gaan zien. Af en toe kwam Ester nog wel een praatje met hem maken, maar Memed voelde zijn gevoelens voor haar veranderen. Ze behoorde tot het vijandige kamp. Wel was hij steeds meer gaan begrijpen van de tactiek van de Israëli. Vooral de Palestijnen in de bezette gebieden werden zwaar getroffen door al de pesterijen van de Israëli. In Gaza waren met behulp van Europa een haven en een vliegveld aangelegd. De Israëli lieten echter niet toe ze te gebruiken. Baba vertelde dat dat wel te verklaren was. Nu moest het fruit en de bloemen eerst ingevoerd worden in Israël en daarna weer uitgevoerd worden uit Israël. Dat betekende eerst invoerrechten en dan weer uitvoerrechten. Het vervoer door Israël moest gebeuren door Israëlische vrachtwagens en chauffeurs. Kassa voor Israël dus. Door het overladen van de producten ontstond veel schade. Bloemen en fruit stonden urenlang in de brandende zon terwijl ze door Israëlische soldaten op ruwe wijze op wapens doorzocht werden. Hierdoor werden veel bloemen en fruit beschadigt, zodat ze onverkoopbaar werden. Intussen ging het moorden over en weer door. Al werden de moorden door de Israëli dan liquidaties genoemd. Als er onschuldige Palestijnen vermoord werden werd dat steevast als een vergissing gepresenteerd. Ook het stelen van land op de Westelijke Jordaanoever ging met toestemming van Amerika gewoon door. Memed werd er treurig van. Toen hij er ’s avonds met Baba over sprak, zei deze: ‘Dat is wat een geloof met je doet. Jouw god staat altijd aan jouw zijde. Daarom geloof ik niet.’ Memed schrok even. Hoe kon Baba dit zeggen? Natuurlijk ze hadden samen de Koran en de Bijbel bestudeerd en geconstateerd dat er voornamelijk onzin in stond. Baba had hem als voorbeeld uitgelegd dat het verhaal over de ark van Noach niet waar kon zijn. Een schip bouwen dat van alle dieren een paartje kon bevatten was in die tijd onmogelijk. Een houten schip kan niet langer zijn dan ongeveer zestig meter. Hout is eenvoudig niet sterk genoeg. En op een schip van zestig meter kan je nog niet eens een paartje van alle bestaande insecten kwijt. Om nog maar te zwijgen van al die vissen. Werd het water door al die regen soms brak? Konden zowel de zoutwatervissen als de zoetwatervissen in dat brakke water leven? Na enige tijd vroeg Memed toch weer: ‘Maar Baba, er moet toch iets zijn?’ Baba grinnikte. ‘Ja jongen, zei hij. De nadenkende, maar bange mensen noemen dat ‘intelligent design. Nou als je naar het heelal kijkt moet dat wel een sufferd geweest zijn die dat ontworpen heeft. Het is een grote chaos. En wat hebben we aan vlooien, luizen, teken, malariamuggen en het aids-virus? Die zogenaamde geschapen natuur is een voortdurende strijd op leven en dood, waar vele dieren ondragelijk lijden.’

Memed was al ruim achttien toen er weer vrachtwagens kwamen aanrijden. Deze keer beladen met vangrails. Langs de nutteloze weg werden vangrails geplaatst. Op de opmerkingen van Baba dat dat volkome zinloos was en hem zou belemmeren met de schapen de weg over te steken werd met een schouderophalen gereageerd. Het verzoek van Baba om een kleine doorgang te laten voor zijn schapen werd nors afgewezen. Toen de vangrails klaar was zat er niets anders op dan de schapen ’s morgens en ’s avonds één voor één over de vangrails te tillen. Baba en Memed werkten zich elke morgen en avond in het zweet om dit karwei te klaren. Na enige weken kwam Baba op een middag terug uit de stad met twee glimmend nieuwe ringsleutels. Elke morgen en avond werd een stuk vangrails losgeschroefd, de schapen er door gelaten en vervolgens werd de vangrails weer vastgeschroefd. Ook deze morgen zat Baba gehurkt bij de vangrails om de bouten los te draaien. De zon was nog niet boven de horizon geklommen zodat het nog schemerde. Plotseling naderde er een Israëlisch pantservoertuig waar even later soldaten uitsprongen. Geweren in de aanslag. Baba trok zich er niets van aan en ging gewoon door met het losschroeven van de bouten. Een eerste zonnestraal ketste op zijn glimmende moersleutel en een soldaat schreeuwde: ‘Hij heeft een wapen.’ Mitrailleurvuur ratelde en Baba sloeg zonder geluid achterover. Bloed sijpelde uit kogelwonden in zijn borst. In een enkel ogenblik was zijn leven uit hem weggeschoten. Memed stond verstard naast het lijk van zijn vader en staarde naar het groepje militairen. Tussen hen in ontwaarde hij Ester. Ze keek hem niet aan, maar keek naar de grond. Memed maakte de met bloed bevlekte moersleutel los uit de hand van Baba en hield hem omhoog in de richting van de militairen. Zonder een woord stapten deze weer in hun voertuig en reden weg, richting kibboets. Enige dagen later ontving Memed een brief van de overheid waarin werd medegedeeld dat hij de vangrails niet mocht losschroeven ten behoeve van de schapen. Geen woord over het vermoordden van Baba. Memed zette de traditie van Baba voort en kocht elke week fruit bij de kibboets. In het begin keken de soldaten argwanend naar hem en werd hij voortdurend gecontroleerd. Memed liet zich dat met een glimlach om zijn mond welgevallen. Ook ging hij door met het loshalen van de vangrails. De soldaten vertoonden zich niet meer. Een half jaar later liep Memed ongehinderd, de soldaten controleerden hem al lang niet meer, door het hek de kibboets op. In zijn linkerhand de plastic tas waarin hij zijn gekochte fruit vervoerde. Zijn rechterhand in zijn broekzak. Rustig liep hij de schuur, die dienst deed als fruitopslag en barak voor de militairen, binnen. De soldaten zaten rond een grote tafel en begroetten hem met een hoofdknik. Ester zat tussen hen in, maar durfde hem nog steeds niet aan te kijken. Memed liep naar de tafel en ging achter Ester staan. Hij keek de tafel rond en spande toen zijn vingers om het knopje in zijn rechter broekzak. Hij drukte. De volgende dag stond in de krant dat er acht militairen waren omgekomen bij een aanslag, waaronder een vrouw. Ook de Palestijnse terrorist was omgekomen.

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar beginpagina van website