TUSSEN KERST EN OUD-EN-NIEUW

een verhaal van Jaap van der Hoest

“Momenteel heb ik kerstverlof. Dinsdag 2 januari 2007 ben ik weer op kantoor.
Voor bijzondere situaties kunt u contact opnemen met mijn collega Jan, telefoonnummer…”
Zij had hem een e-mail gestuurd, naar zijn kantoor. Daar zou hij wil zijn gedurende de dagen tussen kerst en oud-en-nieuw. Waar zou hij anders kunnen verblijven, verslaafd aan zijn werk als hij was. En ook al zou het een rustige tijd zijn, bij afwezigheid van andere kantoorgenoten valt er altijd wel iets nuttigs te doen. Waarom zou het niet in het hoofd van een sluwe advocaat kunnen opkomen in een periode van grote afwezigheid binnen de gemeentelijke organisatie een procedure tegen de gemeente te beginnen, een kort geding bijvoorbeeld om te voorkomen dat gewacht kan worden tot een tijd van betere bezetting van het gemeentelijk apparaat. Hij had haar wel eens verteld dat deurwaarders bij voorkeur op vrijdag, de rustigste dag van de week tegenwoordig, een dagvaarding komen betekenen of een exploot presenteren om beslag te laten leggen op gelden die mogelijk onder de gemeente berusten. Opzet viel niet te bewijzen, maar opvallend was de frequentie op vrijdag wel.
Hij was er niet. Dat moest zij aannemen. Even gaf zij een beetje ruimte aan de gedachte dat hij zijn afwezigheid zou kunnen voorwenden en dat hij een lang verlangd moment had gevonden om zich te verdiepen in een goed juridisch boek of eindelijk tijd had gevonden om een spraakmakend artikel te schrijven voor een tijdschrift met voldoende gezag om zijn neerwaarts gegane reputatie weer op een voor hem aanvaardbaar geacht niveau te brengen. Nee, deze gedachte aan een voorgewende afwezigheid wilde er bij haar toch niet in. Zij kende hem niet als iemand die verstoppertje speelt.
Zou hij dan gewoon thuis zijn, bij zijn gezin? Zou hij dat prettig vinden? Zij kon het zich niet voorstellen. Hij had haar bij herhaling gezegd, dat hij in zijn thuissituatie op de grenzen van zijn ontplooiingsmogelijkheden stuitte. Dat was weliswaar te voorzien geweest bij het aangaan van een relatie en het inrichten van een nestje, maar de concrete confrontatie ermee had hij andere koek genoemd. Och ja, zei hij dan soms en gaf vervolgens een uiteenzetting over denken op de korte en op de lange termijn. Hij zou over de drukte van dagelijkse dingen, met al het eraan vastzittende gezeur, moeten kunnen heen zien en zijn blik dienen te richten op een tijd waarin weer ruimte zou zijn voor lezen en schrijven. Dat bleef hij de bezigheden vinden die hem tot een mens kunnen maken. Hij vergeleek het wel eens met schaatsen, waarvan pas echt gesproken kan worden bij lange slagen in een mooi cadans en prachtig bochtenwerk en dat in een helder contrast staat met miezerig gekrabbel en een aaneenschakeling van pogingen om het evenwicht niet te verliezen. Bovendien, zo voegde hij steeds aan deze vergelijking toe, riep dat schaatsen bij hem het beeld op van vaart en doelmatig gebruik van energie. Bij haar riep het nu een winters beeld op, dat, hoewel het winter was, ver van de actualiteit leek te staan. IJs en sneeuw hadden zich nog niet gepresenteerd en het vermoeden rees – niet bij haar alleen, overigens -, dat het van deze verschijnselen in steeds verminderde mate zou komen. De vraag waar dat heen zou moeten leiden, speelde bij haar op. Over zo´n vraag en ermee verband houdende problemen wilde zij altijd graag met hem praten. Hij kon haar een beetje houvast geven in een wereld die zoveel onduidelijkheden en onzekerheden kent. Maar waar zou hij momenteel zijn?

Communicatie per e-mail vond zij aangenaam. Je was in de gelegenheid om redelijk snel iemand te bereiken en een terugbericht te ontvangen. En bij dit vlotte verkeer bestond toch de mogelijkheid om de ingetikte tekst nog eens na te lezen en aan te passen alvorens deze te verzenden. Er was ook nog die andere vorm: chatten. Nee, die manier van communiceren stond haar niet aan. De teksten vlogen daarbij over en weer en ook nog in combinatie met een veelheid aan tegelijk lopende contacten. Een soort simultaan schaken leek het haar wel, maar dan op laag niveau, omdat het kennelijk niet om nadenken ging, maar om het eruit floepen van direct invallende gedachten en associaties. En dan moest het ook nog eens zo snel dat er geen tijd was om woorden goed en volledig uit te schrijven. Zij had voor zichzelf besloten daaraan niet en misschien wel nooit te beginnen, toen zij een nichtje en een neefje ermee bezig had gezien.
Zou hij zijn mobiele telefoon wel aan hebben? Dat was niet uitgesloten. Ze overwoog echter om hem niet mobiel te bellen. Zij zou plotseling in zijn actuele werkelijkheid terecht komen. En het was maar de vraag wat dat zou kunnen betekenen. Hij zou in een winkelcentrum kunnen lopen met vrouw en kinderen. In zo´n omstandigheid zou hij slechts beperkt kunnen reageren, met nee´s en ja´s wellicht en een paar aanvullende woorden, meer niet. Of hij zou op visite kunnen zijn bij familie of kennissen. Dat zou helemaal een penibele situatie opleveren. Er zou meteen gevraagd worden wie er aan de lijn was en waarom hij in deze periode van rust rond de feestdagen lastig gevallen werd. En als hij te midden van vrienden zou verkeren, waarvoor hij spaarzame ruimte benutte onder de pretentie van netwerken, zou hij mogelijk ernstig bestookt worden met vragen, direct gesteld of in de vorm van gebaren of getrokken rimpels van vergelijkbare betekenis. Maar misschien zat hij in zijn studeerkamer thuis, wat naar zijn zeggen een zeldzaamheid was, om bij te lezen en eenvoudig schrijfwerk te verrichten. Door nu niet te bellen zou zij de kans mislopen om een bevestiging te krijgen van zijn bestaan en zijn stem even te horen. Ze zou weer kunnen weten dat hij er ook voor haar was. Goed, hij was er niet alleen voor haar. Zo ver had ze het niet kunnen krijgen. Nog niet, dacht ze er een beetje boosaardig achteraan. Nee, dat stadium wilde ze niet echt gaan bereiken. Ze wilde hem niet losweken. Daar zou uiteindelijk niemand bij gebaat zijn. Het moest platonisch blijven en met de instemming van zijn vrouw. Was dat een onmogelijke wens? Als zij in de positie van zijn vrouw zou verkeren, zou zij wellicht enige terughoudendheid moeten betrachten bij het delen van haar man. En nu stapte zij gemakshalve aan de gezinsituatie voorbij. Ze was met fictie bezig. Hoe zouden haar ideeën tot werkelijkheid kunnen worden?
Enigszins overrompeld door zichzelf pakte zij de telefoon en tikte, direct vanuit haar eigen geheugen, zijn mobiele nummer in. Laat de waarheid maar spreken, dacht zij en bemerkte een gevoel van overmoed. Tot haar grote teleurstelling ging zijn telefoon niet gewoon over. Meteen hoorde ze zijn stem, die haar meedeelde: “ Dit is de voicemail van Boris ter Streefheuvel. Ik ben even niet bereikbaar. Wie een boodschap wil achterlaten, kan na de piep inspreken”. Ze beëindigde de verbinding, omdat ze niet na de piep wenste in te spreken. Zoiets kwam haar zeer onaangenaam voor. Vreemde gevoelens kreeg zij bij het idee, dat hij haar via een opgenomen stem zou horen. Het zou de afstand symboliseren tussen hem en haar, terwijl zij juist nabijheid verlangde.

Hoe moest zij met hem in contact komen in deze periode tussen kerst en jaarwisseling, waarin iedereen op zijn eigen terp scheen te zitten? Ze had wel eens een film gezien over een situatie die zich nu voor haar aan het ontwikkelen was. Deze speelde zich af in een tijd die nog geen hedendaagse communicatiemiddelen kende. De vrouw die een man wilde veroveren had postgevat in haar auto op een niet al te opvallende plek, die zicht bood op zijn voordeur, om toe te slaan op het moment dat hij zijn huis zou verlaten. Zou zij dit ook gaan doen? Waarom niet en waarom wel? Nee, postvatten behoorde niet tot haar stijl. En goedbeschouwd was er in de straat voor zijn huis helemaal geen situatie die zich er voor zou lenen. Het ontbrak aan de combinatie van onopvallendheid van haar voor iedereen uit zijn omgeving en zichtbaarheid van hem voor haar. Ze nam plaats achter haar computer. In dat apparaat zat haar mailbox, iets dat als voorwerp niet eens bestond. Daarin waren de berichtjes opgeslagen die zij samen uitgewisseld hadden. Ze had de teksten bewaard en niet naar de prullenbak toe geklikt, om de weg naar een definitieve vernietiging te vermijden. Nadat ze zich tot het postvak-in toegang had verschaft, las zij de mailtjes die hij haar had gestuurd. Ze kwam terecht bij het bedankje dat hij haar met een mooie omlijsting van lieve woorden had gestuurd voor de sollicitatiebrief die zij aan de hand van de brokken informatie over hem, zijn opleidingen en werkervaringen en, natuurlijk, zijn motivatie voor hem had gemaakt. Hij had voor een verzorgde presentatie bij die sollicitatie geen tijd gehad en een afgeraffeld schrijven zou zijn kansen op voorhand verkleinen. Ze had haar medewerking vanuit haar professionaliteit als directiesecretaresse, met de actuele betiteling van managementassistente, gegeven en er een fraaie gelegenheid in gezien om hem en zijn achtergronden te leren kennen. En die andere baan voor hen had haar ook wel iets geleken. Hij zou daardoor verder van huis gaan werken, een situatie waarbij zij de inschatting maakte dat zij elkaar vaker zouden kunnen ontmoeten. Ze had haar fantasie veel ruimte gegeven en voorpret gevoeld. Hoe zou het staan met die sollicitatie? Ze had nog niet van hem vernomen dat hij voor een gesprek was uitgenodigd. Met de muis dirigeerde ze het pijltje op haar beeldscherm naar het kruisje rechtsboven. Met een klik was haar mailbox verdwenen en kwam het bureaublad tevoorschijn, waarop ze een foto van haar nieuwe neefje had gekopieerd. Vier weken geleden was het ventje geboren en na het kraambezoek had zij hem, door toedoen van haar drukke en vooral verwarrende leven, niet meer gezien. Ze pakte de telefoon en kreeg snel verbinding. Haar vraag of het goed was dat zij de nieuwe spruit mocht komen bewonderen werd direct positief door haar broer beantwoord. En tevens nodigde hij haar uit om een paar dagen te komen logeren, nu hij het idee had gekregen dat zij daar eindelijk tijd voor had. Zij stemde met gespeelde terughoudendheid in.

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar beginpagina van website