AARDIG OM TE WETEN


1.

Het kan voorkomen, dat een boek dat je in gesproken vorm wilt lezen niet in de collectie van de blindenbibliotheek is opgenomen en, bij navraag, ook niet in de planning voor productie voorkomt. Dat is dan een tegenvaller, zeker in het geval dat het een boek betreft dat je zeer graag had willen lezen. Wat doe je dan? Leg je je erbij neer met de populaire hartekreet voor de huiselijke kring “helaas, pindakaas” , of zoek je naar een mogelijkheid de collectiekeuze van de blindenbibliotheek in de door jou gewenste richting te krijgen voor het concrete geval? Laatstgenoemde keuze kan effect hebben, mits er een goede – dus overtuigende - argumentatie bij gegeven wordt. En als je er een schepje bovenop wilt doen, zet je een kleine lobby in beweging van lotgenoten die, na enige toelichting en argumenten beluisterd te hebben, best bereid blijken te zijn om je gemotiveerde wensuiting in de richting van de blindenbibliotheek te ondersteunen.
Bij de redacteur van dit tijdschrift heeft deze methode gewerkt, nadat hij eerst van de bibliotheek de reactie kreeg dat de door Wim Hazeu geschreven biografie van Simon Vestdijk niet in de collectie zou worden opgenomen. Er was, zo werd gemotiveerd, al een biografie van Vestdijk in de collectie aanwezig. Dat was ook het geval. Het betreft de biografie die Hans Visser over Vestdijk had geschreven. Het bijzondere was en is nog steeds dat deze levensbeschrijving omstreden werd geacht, niet in de laatste plaats door Mieke Vestdijk, de weduwe van de schrijver, met wie hij een paar jaar voor zijn dood in 1971 was getrouwd en van wie hij nog twee kinderen had gekregen. De biografie van de hand van Hazeu had wel de goedkeuring van de weduwe gekregen. Het mocht dan wel om de beschrijving van het leven van dezelfde persoon gaan, maar het was duidelijk dat van onderlinge vervangbaarheid geen sprake kon zijn. Dat voerde deze redacteur in zijn reactie naar de bibliotheek aan. Met de gevoeligheid die er kennelijk toch wel een beetje was en de beperkte lobby als ondersteuning raakte de blindenbibliotheek, die kennelijk weerhouden werd door de omvang van circa 1000 bladzijden, overtuigd. Het gesproken boek werd in productie genomen.
Wie deze biografie leest, kon volop genieten van de beschrijving van het leven van de veelschrijver Simon Vestdijk. Wat heeft deze man veel gedichten, essays, novellen,beschouwingen en romans geschreven. Hij heeft 52 romans het licht doen zien. Dat is een grote prestatie, zeker gelet op de kwaliteit die er, wellicht met oog voor een kleine golfbeweging, aan toegekend wordt. En dan mag niet vergeten worden, dat de Tweede Wereldoorlog, met voorspel en invloed achteraf, een flinke inbreuk op het schrijversleven van Simon Vestdijk betekende. Hij werd gegijzeld, samen met een aanzienlijke hoeveelheid belangrijk geachte Nederlanders, in Sint Michielsgestel. En dat leverde hem ernstige beperkingen op om te kunnen schrijven. Ook na zijn vrijlating bleef de oorlogsituatie op hem drukken, want zonder aanmelding van de Kultuurkamer was een bestaan als schrijver niet toegestaan. En dat plaatste Vestdijk voor een dilemma, want een aanmelding betekende heulen met de Duitsers en zonder deze stap was het schrijversbestaan niet mogelijk. De biografie kan er niet volledig duidelijk over zijn wat Vestdijk precies heeft gedaan. Het komt erop neer dat er wel van een aanmelding gesproken kan worden, maar dat het offieciële aanmeldingsformulier niet is gebruikt. Een biografie vergt onderzoek en dat dit is verricht blijkt ut het boek. En er is nog een belemmering geweest voor de veelschrijver, welke hem vanaf ongeveer zijn zeventiende levensjaar opspeelde. Dat waren zijn depressies, die hem soms voor enige maanden veroordeelden tot volledige niets doen. Was dat misschien het gevolg van de topproductie waaraan de schrijver zich in zijn goede tijden overgaf? Of wist hij juist, door zich op het schrijven te storten, te voorkomen dat depressies een nog grotere rol in zijn leven konden spelen dan zij al speelden? Het is een vraag die eigenlijk niet beantwoord kan worden.
Simon Vestdijk schreef en bestond niet los van de literaire wereld in zijn tijd. Dit betekent, dat een beschrijving van zijn leven literatuurgeschiedenis oplevert. En dat maakt deze biografie extra aantrekkelijk.

2.

Literatuur is een gebied dat niet exact begrensd is. En in de loop der tijden zijn er ook verschillende visies op de begrenzingen geweest. Naast de schone letteren werden vroeger geschiedenis en filosofie ook wel tot de literatuur gerekend. Eigenlijk valt er wel het één en ander aan te voeren voor een brede benadering. De consequentie is dat er twee velden ontstaan: één waarin sprake is van fictie en één die gevormd wordt door non-fictie. Het laatst genoemde veld is dan alleen literatuur als het literair is geschreven. En dat wil zeggen, dat er op een originele manier van taal en compositie gebruik gemaakt is. Er moet om aan deze criteria te voldoen op een creatieve manier met een feitelijk verhaal zijn omgegaan.
Neem nu het onlangs in een Nederlandse vertaling verschenen boek van Montesquieu, met als vertaalde titel “Over de geest van de wetten” . Dit werk is zo oorspronkelijk en met zoveel aandacht voor taal en compositie geschreven, dat welbeschouwd van literatuur moet worden gesproken. Geldt dat ook voor de vertaling? Ja, want de vertaalster heeft in die mate kwaliteit geleverd dat ontkenning van literatuur niet mogelijk is.
Bij de betekenis van dit boek van Montesquieu wordt niet dagelijks door veel mensen stilgestaan. Toch is die betekenis er zeker wel, want de inrichting van onze staat en van een veelheid van andere staten qua machten is erop gebaseerd. En bij het noemen van de Trias Politica gaan waarschijnlijk veel hersenen aan het werk, met als resultaat een moment van herkenning, al dan niet teruggaand tot een les op de middelbare school.
Montesquieu gebruikt veel woorden en heeft een dik boek, zijn levenswerk, nodig om de vleugels van zijn denken te kunnen uitslaan. De titel “Over de geest van de wetten” doet vermoeden dat de schrijver zich slechts op juridisch terrein beweegt. Dat is , echter, niet het geval. Het gaat over een diversiteit aan wetmatigheden die te ontdekken zijn in en in aansluiting op het leven van mensen in verschillende omstandigheden en in verschillende tijden. Dat levert boeiend leeswerk op, zelfs na iets meer dan 250 jaar. Het werd dus tijd, dat er een vertaling in het Nederlands verscheen. Door toedoen van uitgeverij Boom is dat mogelijk geworden.
Ook dit klassieke werk zou in een voor blinden en slechtzienden toegankelijke vorm geproduceerd moeten worden. Een omvang van zo´n 860 bladzijden roept doorgaans bedenkingen van praktische aard op. Maar deze mogen toch niet van doorslaggevende betekenis zijn, nu het een klassieker van enorme betekenis betreft . Een voorzichtige suggestie voor het opnemen in de collectie van gesproken boeken ligt bij de blindenbibliothee. Zou het ervan komen?

3.

Bent u ook op de Ziezo-beurs in Houten geweest? Wie een bezoek aan deze beurs heeft gebracht, heeft kunnen constateren dat vernuftige technieken in het algemeen en electronica in het bijzonder veel kunnen bijdragen aan de realisering van hulpmiddelen die lezen en schrijven voor blinden en slechtzienden mogelijk maken. Eigenlijk behoren lezen en schrijven tot de sfeer van levensbehoeften en zou het allemaal normaal genoemd moeten worden. Toch stemt het tot vreugde. Aan deze vreugde zou afbreuk gedaan worden, als de mooie hulpmiddelen onbereikbaar blijken te zijn voor wie er dringend om verlegen zit. Het is goed om elkaar te ondersteunen bij het kunnen beschikken over lees- en schrijfhulpmiddelen. Wie een bijzondere ervaring heeft in dit verband, kan deze, uiteraard, in Pointe kwijt.

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar beginpagina van website