Van de redactie


Sinds Pointe 25 jaar bestond, in 2011, zijn al weer 5 jaar gepasseerd. Dat levert het zesde lustrum op. Anders gezegd: Pointe bestaat 30 jaar.
Is Pointe nu oud geworden? Nee, niet in de betekenis van star en stijf en losstaand van eigentijdse ontwikkelingen. Wel is een zekere volwassenheid verder ontwikkeld. Er is sprake van steeds met bijdragen terugkerende schrijvers en af en toe – met name in verband met een schrijfwedstrijd – dienen zich nieuwelingen aan. Ik probeer als redacteur met hen contact te krijgen met het oog op een volgende bijdrage. Dat lukt niet altijd. Dat betekent echter niet, dat ik deze aanpak aan de kant zet. Niet geschoten is, immers, altijd mis.
Moet er niet gepoogd worden jonge schrijvers voor bijdragen aan te trekken? Ja, dat vind ik wel. En daarom zal ik er in de komende periode een aandachtspunt van maken. Hiermee wil ik de nu in Pointe verschijnende schrijvers niet wegdrukken. Zij verdienen respect voor de bijdragen die zij in de loop van de afgelopen jaren hebben geleverd. En ik blijf graag werk van hen ontvangen.
Dit periodiek biedt een mogelijkheid om te kunnen publiceren aan amateurschrijvers en –dichters die blind of slechtziend zijn. Het levert hun een eenvoudiger opstapje op. Tegenover de schrijvers die gelezen willen worden, staan de lezers die kennis willen nemen en plezier willen genieten van verhalen, gedichten, columns en besprekingen die van de hand zijn van auteurs die evenals zijzelf blind of slechtziend zijn. Dit betekent niet, dat het in het opgenomen werk altijd maar over het omgaan of stoeien met een visuele handicap gaat of zou moeten gaan. Nee, zo klein is de wereld van Pointe niet. Van alles en nog wat kan het onderwerp zijn. En het is tevens goed mogelijk om het er juist wel over te hebben. Over anders moeten waarnemen in een wereld waarin het oog als belangrijkste zintuig opgaat, wordt in de literatuur weinig geschreven. Kennelijk zijn er schrijvers nodig die daarin vanuit eigen beleving kunnen voorzien. Dat maakt het zinvol om hen te stimuleren. En dat wil Pointe doen.
Er is echter nog meer. Bij goed schrijven behoort kwaliteit. Dat houdt primair in, dat blijk gegeven wordt van beheersing van taal, niet slechts van de taal. Het vakmanschap moet ontstegen worden door originaliteit te gebruiken. Een mogelijkheid daartoe is het kiezen voor andere woorden dan die welke doorgaans in vergelijkbare omstandigheden gebruikt worden. Dat getuigt van een wat andere benadering. Maar dat is het niet alleen, het kan ook het kiezen voor een bijzondere vorm zijn en evenzeer – en niet in de laatste plaats – een van het gewone afwijkend perspectief. En hier ligt een aansluiting bij het niet of sterk onvoldoende kunnen zien. Immers, wie dat niet kan, zou weliswaar een als normaal aanvaard gezichtspunt kunnen overnemen, en van daaruit schrijven, maar kan evengoed kiezen voor een invalshoek die overeenkomt met zijn of haar niet-visuele waarneming. En daarmee opent zich meteen de weg tot het hanteren van bijzondere woorden, woorden die door een andere beleving worden ingegeven.
Deze visie van mij is ambitieus en bergt een literaire doelstelling in zich. Is dat niet te zwaar? En waarom kunnen blinde en slechtziende schrijvers en dichters geen gebruik maken van hun verbeelding?
Ja, ik zet zwaar aan en dien de soep heet op. Dat deze op dezelfde temperatuur gegeten moet worden en dat het niet altijd zo zwaar moet, vormt echter de praktijk die ik voor Pointe toepas. Het is zo dat het bij literatuur vaak om fictie gaat en dan kan een auteur geheel los van eigen waarnemingsvermogens met inbeeldingsvermogen zintuiglijk schrijven. Het materiaal dat nodig is om in woorden verbeelding gestalte te geven, betrekt hij of zij dan door middel van taal van elders (strekkend van sociale omgeving tot bibliotheek). Op deze wijze wordt goedbeschouwd afgedaan aan oorspronkelijkheid, maar dat hoeft geen probleem te zijn. Wel kan het extra inspanningen vergen, omdat bijvoorbeeld kennis moet worden verkregen over details (zoals van een bepaald interieur). Dit kan echter vergeleken worden met zogeheten researchwerk waar alle schrijvers zich voor gesteld weten als zij zich op een gebied begeven dat zij niet of onvoldoende kennen.
Pointe is een doorlopende uitnodiging aan wie niet of sterk onvoldoende ziet en toch wil schrijven en gelezen wil worden. Wie geschreven werk van eigen hand aanbiedt, mag zich uitgedaagd weten, omdat er – of dat rechtstreeks geuit wordt of niet – over geoordeeld wordt door lezers en mede-schrijvers. En natuurlijk heb ik als redacteur ook een beoordelende rol. Deze begint bij een eerste contact, meestal door middel van een e-mailwisseling en leidt tot een conclusie over al dan niet plaatsen in Pointe. In zo’n eerste contact zal ik altijd blijk geven van een tegemoetkomende instelling. Ik wil stimuleren tot schrijven en een mogelijkheid bieden en niet afhouden.

Het 30-jarige bestaan van dit periodiek – mijn redactie ervan inbegrepen – gaat niet ongemerkt voorbij. De verwachting dat er een schrijfwedstrijd, een prijsvraag, gehouden zal worden zal nu zeker ontstaan bij de lezers van deze woorden. En daarvoor is grond aanwezig, want het is eerder voorgekomen dat bij een lustrum van Pointe een schrijfprijsvraag werd georganiseerd. Het is een terechte verwachting. Er is een prijsvraag. Deze keer kunnen verhalen geschreven worden bij een thema dat voor iedere deelnemer ruime mogelijkheden biedt voor eigen invulling en tevens voor een invulling vanuit een gekozen persoon. Het thema is ‘mijn verhaal’. In deze editie zijn de prijsvraagregels, de samenstelling van de jury en de nodige praktische informatie voor deelname opgenomen. Ik voeg hieraan nog twee woorden toe: doe mee.

28 Januari 2016, Jaap van der Hoest

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website