Hoe ik mij verzoende


een brief van Willemeine Bol

Wolfheze, 15 januari 2016

Aan zuster Caroline

Dag lieve zuster

Het is lang geleden, maar herinnert U zich nog dat kleine brutaaltje, die durfal. Dat spontane grietje, dat altijd door de lange internaatsgangen zingend liep te rennen. U was voor mij en voor ons allemaal, de leuke zieken-non. Als we voor controle of iets anders naar het St. Radbout ziekenhuis moesten, ging U mee. In al die wachtkamers, waar wij uren moesten wachten, las U ons spannende verhalen voor. Soms reisden we helemaal vanuit het zuiden naar Den Haag voor de speciale ogendokter. Het was altijd een klein feest, als we iets mankeerden. Misschien heb ik daar wel het veilig-zijn-gevoel van over gehouden, als ik nu in een ziekenhuis vertoef.

Kunt U zich nog herinneren dat we naar Lourdes gingen? Een heleboel nonnen, die een grote groep blinde kinderen begeleidde. Gingen wij niet met een speciale ziekentrein? Dat moet wel zo zijn, want mijn moeder reisde apart en mocht niet in dezelfde trein waar ik mij in bevond. Ik weet nog dat U een bedje voor mij maakte in het bagage net. Een deken als matras, een kussen en een deken voor over mij heen. U dekte mij toe en ik sliep heerlijk. Wat moet ik klein geweest zijn, als ik daar zo makkelijk in paste.

Zuster Laetitia was de dirigent van het blinde kinderkoor. We hadden uren en uren gestudeerd zodat we luidkeels en in heilige vervoering voor Maria, bij alle kerken en diensten konden zingen. Ik hoor de fransen nog roepen: "attention! Les aveugles!" Dan werd er ruim baan gemaakt voor al die nonnen, de stoet van blinde kinderen en mijn moeder, die natuurlijk voorop liep.
En weet U nog van Liesje, die niet goed kon lopen? Maar die moest natuurlijk juist mee. Het was vreselijk zwaar om de rolstoel te duwen, door smalle steegjes en over kerkpleinen met kinderkoppen. Ik liep vaak naast U en mijn moeder hielp mee om de stoel de heuvels op te krijgen. Ze sprak er schande van; mijn moeder, omdat iedereen U alleen het werk liet doen. Vooral voor laetitia had ze weinig respect, die moeder van mij. Ze hield niet van arrogantie en autoritair gedrag.
En toen, daar, op die plek die eindelijk stil was na al het devote gekrakeel, maakten wij op een avond samen een wandeling. Ik herinner me niet meer hoe dat zo kon gebeuren, maar ik weet nog wel hoe we hand in hand trapjes op en af gingen en door steegjes liepen. Het was een stille avond en Terwijl wij daar op het gemak wat keuvelden, hoorde ik in de stilte een man zingen, die begeleid werd door zwoele gitaar muziek. Omdat het zo vertrouwd voelde, kon ik U vertellen over mijn schaamte en mijn angst om met zo’n achterlijke blindenstok als een zielige, abnormale blinde over straat te moeten. Ik durfde niet. Ik wilde niet. Ik was niet bang van de straat, maar ik schaamde me dood. Dat was toch geen gezicht. Ik moet zelfs toen al, als meisje van tien, heel ijdel zijn geweest. Stel je voor: je hebt een mooie jurk aan, leuke schoenen, haren in de krul en dan loop je daar idioot heen en weer tikkend met een witte stok met twee rode bandjes. Het kon toch niet. Echt niet. Maar het moest!
U luisterde. Alle terughoudendheid viel weg. Ik weet nog hoe opgelucht en blij ik was, omdat ik het allemaal mocht zeggen. Gewoon zomaar vertellen, zonder nadenken. Zonder schroom. Na mijn laatste verongelijkte uitbarsting, werd het weer stil en we beklommen in vredig zwijgen de trap terug op naar ons hotel.
Later, in de trein terug naar huis, haalde U mij uit de coupé. Mijn maag zakte naar mijn buik, want zoiets betekende vaak dat je zonder besef van iets verkeerds te hebben gedaan, op je kop kreeg. Terwijl de trein voortraasde en wij met ons twee alleen in de gang stonden, zei U: "ik kan me zo goed voorstellen dat je je schaamt als je over straat moet. Maar ik heb eens naar je gekeken toen je, zoals jij dat noemt, met die achterlijke blindenstok over straat liep. Je bent trots en dapper. Je hebt een houding van: wie doet me wat. Ik zou het veel zieliger vinden, als je zonder stok ging lopen en je je overal aan zou stoten. Of dat je langs de muren zou moeten voelen om te weten waar je bent. Als ik jou over straat zie gaan, dan loopt daar een zelfverzekerde meid die weet wat ze wil. Ga zo maar door, het komt goed met jou. Jij gaat je wel redden. En die stok, och dat went wel. Laat ze maar kijken. Jij bent dapperder dan vele anderen. Dat moet je heel goed onthouden."
En ik heb het onthouden. Vooral dat ik dapper ben en dat U mij waardeerde om dat kleine brutaaltje, die durfal die ik eigenlijk nog steeds ben. Ik heb over de hele wereld gereisd en durf nog steeds alles.
Bedankt

Lieve groet

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website