Twee gedichten van Jaap van der Hoest


Gevallen stadslover


Opkrullende lichtgrenzen
om dagen, zomen gelegd
vanuit opkomend duister,
gevallen stadslover kleurt,
nog niet verregend, straten,
wachtend op het opwaaien,
verwijderend reinigingswerk.

Vertel mij over herfstgevoel,
hoe het nadert en verdwijnt
in ít lichtfeest, jaarwende,
goed gekruid in woorden
voor 'n opwellende smaak,
versterking naar het voorjaar.


Geschilderd


Een van foto geschilderd schip,
verstild in een deining van verf,
houdt mijn vader vast in verhalen
over zijn varen over grote oceanen
tussen wereldhavens, onder luchten
zonder einde, geschiedenis omvattend.

Hier, wees hij zijn werkplaats aan, scheeps-
timmerman, na de oorlog aangemonsterd,
terug als dwangarbeider, zijn onvoldoende
spierkracht. Zeemijnen dreven nog rond.

Een dunne omlijsting, grens met toen, nu
mijn vader nooit meer zelf vertellen kan,
een schip van ooit in zwijgen achterliet
aan de muur van zijn laatste slaapkamer,
waarin mijn moeder als aan wal achterblijft.


***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website