VAN DE REDACTIE

Als redacteur krijg ik zelden schriftelijke reacties op de inhoud van dit tijdschrift toegezonden, hoewel ik mij er wel voor openstel en het ook vermeld staat in de colofon, met mijn e-mail adres jvdhoest@kabelfoon.nl erbij.
Wellicht moet ik met enige regelmaat oproepen tot toezending van reacties, zodat er over onderdelen van de inhoud een uitwisseling van meningen kan ontstaan. Het kan zelfs de zinnen scherpen. Het mag, hopelijk, niet verwonderen dat ik hierbij onderling respect voorsta.

Voorgaande woorden komen niet uit de lucht vallen. Ik heb er een aanleiding voor. Ik ontving een e-mail, waarin een reactie stond op het verhaal 'Schaamlippen', van Yves Taffin, in het vorige nummer. Het is – dat kan niet ontkend worden – een nogal expliciet verhaal. Dat er is gereageerd, mag dan ook niet verbazen.
Ik geef hierna de inhoud van de bij mij ingekomen e-mail weer, geanonimiseerd. In deze e-mail staat:

“Ik weet niet zo heel goed hoe ik er woorden aan zal geven, maar ik ben een beetje verbijsterd wat betreft de laatste Pointe. Ik wil geenszins de moraalridder uithangen hoor, en iedereen is natuurlijk vrij om te schrijven wat hij wil, maar het moet me toch even van het hart, dat ik echt niet zit te wachten op een platvloers pornoverhaal. Ik vind dat dat het blad Pointe geen recht doet.
Als de drie verhalen, of zoals jij al zei, drie novellen ook van dit hout gesneden zijn, dan vind ik het jammer dat hij zoveel ruimte neemt en krijgt voor publiciteit. Ik zou het best fijn vinden, als je in overweging wilt nemen om het blad enigszins op niveau te houden”.

Ik schreef en verzond een reply, luidend:

“Ik stel het op prijs dat je op de inhoud van Pointe reageert. Ik begrijp je opmerking over het verhaal 'Schaamlippen'. Over plaatsing ervan heb ik zitten dubben. Voor een eerder nummer heb ik het ook laten liggen. Uiteindelijk heb ik het als uitzondering toch opgenomen. Als een verhaal met eenzelfde kwaliteit nog eens wordt aangeboden, zal ik het afhouden en niet opnemen.
Overigens vind ik het prettig van je te vernemen dat je Pointe een warm hart toedraagt. Ik meen dat uit je woorden te mogen opmaken”.

Ik ontving vervolgens als reactie:

“Weet je, misschien is het goed als je dit soort verhalen niet meer publiceert, maar je zou het ook de lezers eens kunnen vragen.
Ik houd zeker wel van mooie erotische beschrijvingen, als ze in een context van een verhaal passen. Want natuurlijk is erotiek een belangrijk geleefd verschijnsel van onze karakters en ons leven. Maar ja, dat is alleen maar mijn mening”.
En ik schreef terug:
“Het is voor mij eigenlijk niet eens het onderwerp, maar de wijze van schrijven. Als er grof, plat en met effectbejag wordt geschreven, betreft het doorgaans lectuur en is er van literatuur, zelfs van een light versie ervan, geen sprake. Soms kan dat net even anders zijn en heeft het over de grens gaan effect, bijvoorbeeld om een milieu of personen neer te kunnen zetten. Dan kan het over seks gaan, maar evenzeer over geweld, agressie, vernedering, discriminatie of zware belediging. En de beoordeling kan op zich per lezer verschillen, maar naarmate het te erg wordt, neemt het aantal zich ertegen kerende lezers toe.
Het blijft een discussie en dat is welbeschouwd de beste weg. Auteurs moeten reacties krijgen en daarop reageren, direct of via media. Als het door middel van een censor zou gaan, moet dat afgewezen worden.
Als redacteur wil ik graag reacties hebben en discussies van schrijvers onderling zou ik zelfs willen toejuichen. Ik ben er dus blij mee dat je je mening geeft. Als je dat wilt, mag je ook een opiniestukje voor Pointe schrijven. Zelf denk ik er nog niet aan om het aan de lezers van Pointe voor te leggen. Mocht ik een bijzondere vorm vinden, dan kan ik misschien tot andere gedachten komen”.

Dat schreef ik. En daarmee was de e-mailwisseling – zo bleek na enige tijd – beëindigd. Om het aan de lezers van Pointe voor te leggen – wat ik nu doe – heb ik de vorm gekozen die zich met het voorgaande heeft ontvouwd.

Er is een oud adagium, luidend: 'grenzen zijn er om overschreden te worden'. Daar zit veel in, maar naar mijn mening niet alles. Bij kennelijk aanwezige grenzen moet de potentiële overschrijder – als deze een publicerend schrijver is – een moment van vooruitzien in acht nemen. En dat moet een redacteur die een tekst aangeboden krijgt vervolgens ook. Gebeurt dat niet, zowel in het eerste als in het tweede geval, dan moet er 'over de grens' een vervolg kunnen zijn. En dat vervolg behoort reflectie in te houden. Grenzen mogen, overigens, niet zomaar opgelegd worden. De geschiedenis kent hiervan, immers, nare voorbeelden. Maar voor inachtneming ervan mogen redenen verondersteld worden. Hierover mogen dialogen en polemieken niet uitblijven. Deze kunnen zelfs geboden zijn. Pointe staat ervoor open.

8 april 2012, Jaap van der Hoest
***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website