TANTE MIEKE - 17 januari 1999 tot april 2005


een biografie van Hans Godfroid
Deel 2


(het eerste deel verscheen in het februarinummer van Pointe; het afsluitende deel 3 zal in het juninummer verschijnen)

Oom Dolf


Het stabiele element in lange jaren was oom Dolf. Hij was een Fries en hier zou ik het bij kunnen laten omdat hierin alles besloten ligt. Of is het misschien omgekeerd en ben ik allen die enige overeenkomst met oom Dolf vertoonden als Fries gaan kenschetsen? Ik noem wat eigenschappen die voor mij het woord Fries representeren: Betrouwbaar, vroom, menselijk, rechtvaardig, rechtlijnig, humoristisch, monter, genietend, zorgzaam. Zijn dit eigenschappen van Friezen of beschrijf ik met deze trefwoorden oom Dolf? Ik ben wat aarzelend om over oom Dolf te schrijven, want wat ik ook schrijf, ik zal hem te kort doen. De man is voor mij het prototype van hoe alle ooms zouden moeten zijn, ik heb eerbied voor hem gehad en ik wil zijn nagedachtenis eren.
Het laatste wat ik van oom Dolf zag, was zijn geopende doodskist. Hij lag thuis opgebaard, hij gleed langzaam naar de dood. En in de dood leek hij nog zo levend, zoals hij in de voorkamer lag opgebaard. Ik droeg Annemarieke van vier op mijn arm om in de kist te kijken. Mijn moeder en tante Mieke waren er bij. Na wat geruststellende woorden voor mijn dochter begon ik recht uit mijn hart hardop te bidden, eigenlijk voor haar. Ik bid zelden en al helemaal nooit hardop. De woorden vloeiden uit mijn mond, hoewel ik me toen niet en nu niet herinner wat ik gezegd heb. Het was ook voor tante Mieke bedoeld, om haar te steunen en in zekere zin te beloven zorg voor haar te blijven houden. Ik voel me om die belofte nog wel eens bezwaard. Maar toen was het goed, voor mij, voor Anne, voor tante Mieke. Mijn moeder snikte. Was het omdat oom Dolf en tante Mieke in zeker opzicht voor mij belangrijker waren, schuldgevoel? Ouders hebben andere taken en ik geloof dat ze wat mij betreft, daar wel aan voldeden. Oom werd begraven op het zelfde kerkhof als mijn grootmoeder. Mijn eerste begrafenis die net als deze, eindigde in een reünie van mensen die door de overledene verbonden waren. In de laatste jaren van zijn leven werd hij doof en als tante Mieke met ons in een zwaar gesprek gewikkeld was, kon hij, bewust of onbewust een vraag stellen die niets met het onderwerp te maken had, maar steeds getuigde van een warme betrokkenheid bij ons leven. Zijn sigaren werden afgepast, zijn borreltje werd afgemeten, alle goede zorgen ontnamen hem datgene wat hem zo kenmerkte als levensgenieter, maar zijn opgewektheid bleef. Pas toen hij niet meer te hanteren was door de eigenzinnigheid waarmee hij greep op zijn leven probeerde te houden, werd hij op den duur onverpleegbaar voor tante Mieke.
Rookwolken blazend uit zijn sigaar, was alleen zijn aanwezigheid al rustgevend. In een speciaal voor hem aangeschafte stoel die veranderde naarmate hij stijver werd, domineerde en regeerde hij grote gezelschappen tijdens verjaardagen. Daar zat een nichtje naast hem, dan weer een oud-collega, een buurmeisje bij zijn knieën. Hij werd soms geadoreerd tot ongerustheid van tante Mieke die graag maat hield. Oom Dolf liet zich graag met zorg omringen wat hij in hartelijkheid en liefde terug gaf. Hij reed geen auto, deed niets aan het huishouden dan cokes op de kachel scheppen. Ik zag hem nooit gras maaien of helpen met de afwas. Misschien was dat zo omdat er altijd wel iemand was die, vrijwillig of door zachte pressie gedreven, zich voor dit karwei aanbood. Hij was er eenvoudig de man niet naar. Hij schonk je een bodempje cognac in, hij bad voor het eten en las op zondag uit de bijbel. Hij floot, zong en neuriede tot op het toilet. Naar het schijnt steeds psalmen, maar ik ben niet voldoende terzake kundig om dit te kunnen beoordelen. Hij was de man van de beschaafde grapjes, de Friese citaten en de geleerde aanhalingen. Hij was op zijn best als hij in Friese zang kon jubelen en als hij ons met een Fries spreekwoord of gezegde kon corrigeren. Niet dat ik daar veel van verstond, maar zijn gezicht stond op pret. Zijn hoogtepunt in humor en folklore heb ik maar zelden meegemaakt: De opvoering met zijn vriend Nijdam van het lied "De bargjes van omke Jan". Voor wie dit niet kent, stelle zich twee oudere, in grijs pak gestoken heren voor, met pretogen, omringd door de hele verjaardag, in een act tussen de schuifdeuren. Een lied over varkentjes met imitaties in woord en gebaar van de olijke beestjes, in een snel opeenvolgende reeks: "En daar kommen ze allen weer an, pst, an, knor, an, pppt, an, allen weer an en daar kommen ze allen weer an".
Een ander vast nummer voor jonge kinderen was "de reus". Aangekondigd door tante Mieke werd de deur van de eetkamer met veel gerommel op een kier gezet en het hoofd van oom verscheen ter hoogte van de bovenstijl, met een rare hoed op of een andere vermomming, de reus gesticuleerde en balanceerde onzichtbaar op een keukenkrukje. Het zal hem eenmaal verboden zijn door een medisch specialist, want mijn kinderen kennen de reus niet.
De schuiftrompet van het Leger des Heils werd nooit door iemand zo klagelijk bespeeld als door oom Dolf, tussen zijn lippen en met bolle wangen. Het was humor van een bijzondere soort. Het is nauwelijks voor te stellen dat hij in de zestiger jaren nog het Wagenings lyceum heeft geleid, lang haar voor jongens verbood en ook op het uiterlijk van meisjes nogal kritisch was, die radeloze ouders ontving, ontspoorde jongeren trachtte bij te sturen en tezelfdertijd streng en rechtvaardig was. Een uitstekende leraar. Ik mocht erbij zijn op zijn afscheid, honderden handen schudde hij. Twee mensen herkende hij niet. Een week later liep hij in de stad, wees op een voorbijganger en zei tegen tante Mieke: "Van die man daar wist ik de naam niet". De hele familie was present, ook mijn grootmoeder. We werden in het welkomstwoord genoemd na "meneer Van der Veen, mevrouw Van der Veen, ..", dodelijk vervelend voor een jongen van een jaar of tien, toch was ik vereerd met zo’n geliefde oom. Op datzelfde lyceum heeft hij tante Mieke ontmoet, ze was een leerling van hem. Geen liefde op 't eerste gezicht. Toch heeft hij zijn leven lang veel van haar gehouden en liet dat ook dikwijls blijken, zonder gêne, met een kus, een vriendelijk woord, een attentie. Ze waren zeer verschillend maar vulden elkaar aan. Ze hebben samen veel jong leed verzacht, leerlingen, studenten, buurkinderen, neefjes en nichtjes. Als het nodig was, namen zij ze in hun huis voor kortere of langere tijd op, of begeleidden op andere wijze, uit geen ander motief dan liefde en gehoorzaamheid aan God. Oom Dolf was diep gelovig aan het Woord, tante Mieke meer aan de strekking. De kerkgang was een blijde plicht en in huis leefde het geloof als een vanzelfsprekendheid. Net als zijn liefde voor zijn vrouw, verbloemde oom Dolf zijn liefde voor de Heer niet. Door zijn gezang, zijn gebed en zijn milde vermaningen. In de meer aardse liefde, waren een flink aantal kinderen in competitie om de eerste plaats bij oom Dolf. Voor het kleine publiek verzamelde hij van alles. Ik heb nog een album met sigarenbandjes waarvan hij de inhoud met plichtsbesef in rook deed opgaan, om zijn neefje niet teleur te stellen bij diens eerstvolgende bezoek, Oom rookte de hele vaderlandse geschiedenis op: Willem I, Willem II, Karel I, Schimmelpenninck, Elisabeth Bas. Van de laatste weet ik niet welke nationaliteit hij, of is het zij, heeft Wilde havanna's bevat mijn collectie niet, waarschijnlijk omdat Fidel Castro al over Cuba heerste en oom was politiek gesproken, niet rood. Ik had enige invloed op zijn assortiment bandjes door op hoogtijdagen hem steeds een zondagse sigaar cadeau te doen, verpakt in een kokertje, met de stille wens het bandje terug te krijgen. Tante Mieke en oom Dolf dronken tamelijk veel koffie buitenshuis, want behalve sigarenbandjes verzamelde ik ook suikerzakjes en die kreeg ik uit alle uithoeken van het land. Wij, de drie kinderen Godfroid, zagen reikhalzend naar een bezoek van oom en tante uit, dat aangekondigd werd met een druk op de claxon net voor aankomst. "Daar zijn Dogga en tante Mieke!" Tot mijn veertiende zei ik nooit anders dan Dogga tegen oom Dolf. Waarom? Geen idee, het kan te maken hebben met mijn gebrabbel als kleuter, die woorden als oom en Dolf te lastig vond. In mijn pubertijd begon ik me te generen voor die koosnaam, vooral tijdens de beroemde familiereünies, waar ik me toch al niet bijster op mijn gemak voelde. Als de dag van gisteren herinner ik me dat een veel oudere en deftiger neef mij vol formele belangstelling vroeg: "En, hoe gaat het met je?", waarop ik antwoordde: "Dank je, het zelfde." Als ik dan ook nog over Dogga had gesproken, was de grond onder mijn wiebelbenen helemaal verdwenen. Tocdh is het stiekem steeds Dogga gebleven, ook al noemde ik hem nooit meer zo.

Tante Mieke


Zoals oom Dolf het archetype van de oer-oom was, is tante Mieke de oer-tante. Dat is uiteraard mijn eigen optiek, want voor anderen kunnen tantes hele nare associaties oproepen. Tante Mieke heeft zich heel lang naar alle leeftijden kunnen voegen: Ze was kind met de kinderen, betrokken bij pubers, een steun voor de opgroeiende volwassenheid, een leidsvrouw voor de middelbare leeftijd en gezelschap voor de ouderen. Op gevorderde leeftijd sleedde zij nog met Eline van de dijk af, met Annemarieke rolde ze van het talud bij onze toenmalige bungalow. Allerhande spelletjes lagen in de kist en de kasten en er werd altijd wel gebald. Als haar zin begon met: "Anne, zullen we even....", dan wist het gezelschap dat vooreerst de discussie over abortus of hedendaagse politiek beëindigd was en tante weer even kind werd. Logeren bij oom Dolf en tante Mieke was een feest. Mijn jongste dochter Eline zeurt nog regelmatig om bij haar te mogen slapen, hoewel tante Mieke er zo langzamerhand wel wat oud voor wordt. Van alle onderdelen van de dag werd een plan gemaakt waar men zich op verheugde. Van het ontbijt tot de middagrust, van het boodschappen doen tot het naar bed brengen. In een tijd zonder pretparken en televisie moesten kinderen meer door hun omgeving bezig gehouden worden en zij was er onvermoeibaar in. Spannende achtervolgingen werden ingezet met de auto, vreemde verhalen deden de ronde, maar steeds zo dat je erna wel in slaap kon vallen. 's Morgens bij oom en tante in bed, lekker warm, oom eruit voor het ontbijt en de kachel en dan zijn plekje warm houden. In mijn jongere jeugd ging ik alleen, later met vriendjes. Ik herinner me de verbazing waarmee die jongens de logeerpartij ondergingen. De geschiedenis herhaalt zich, want Annemarieke en Eline bezocht tante Mieke in de afgelopen jaren ook met vriendinnen. Dan mochten ze zelf het diner samenstellen, de inkopen doen en het eten klaarmaken. Wij als ouders zouden dat nooit voor elkaar gekregen hebben. Als hoogtepunt van veel bezoekjes gold: Pannenkoeken eten bij Panoramahoeve. De laatste jaren gebeurde dat nog een enkele keer, maar meestal werd een restaurant dichter bij huis gekozen. Of die pannenkoeken nu altijd zo lekker waren, of die bistrohap nu wel zo culinair was, het deed er niet toe, want het ging en gaat om de vertrouwde sfeer van warmte en intieme gesprekjes. Het gaat over iedereen, alle markante personages die tot haar kudde behoren. Met de grootste betrokkenheid en integriteit hoor je de verschrikkelijkste verhalen van andermans ellende. Het heeft niets met roddel of achterklap te maken, het is enkel betrokkenheid waardoor je je al snel deelgenoot van het verhaal voelt. Ongetwijfeld zijn de minder prettige omstandigheden van mijn familie ook aan de orde geweest tijdens ontmoetingen met weer anderen, maar het deert me niet. Er schuilt geen dubbele bodem of leedvermaak in haar mededeelzaamheid, enkel betrokkenheid en warme interesse. Zo heb ik mijn visie op het maatschappelijk toneel mede te danken aan deze blik achter de schermen van andere bestaantjes en er nooit vermoedde zaken gezien, ontwikkelingen gevolgd en aflopen betreurd of bejubeld. En anderen zullen dat met onze belevenissen hebben gedaan, uiteindelijk zijn we één grote familie ook al kennen we elkaar niet of nauwelijks.

Tante Mieke is in sommige opzichten een goeroe, hoewel de Oosterse term niet erg bij haar past. Leermeester klinkt te mannelijk en een vrouwelijk equivalent ken ik niet. "Gids" komt in de buurt, ze wees een mogelijke weg, ze wees haar eigen weg, maar niet als een dweepster die mee wil slepen ter ere van zichzelf. Tante Mieke heeft ook niet één leer. Ze heeft een voortdurend zoeken gekend, zich afvragend welk pad ze toch zo eenzaam moest bewandelen en vroeg ons om een eindje mee te lopen. In mijn jeugd leerde ik nadenken over dingen waar ik nauwelijks weet van had, later leerde ik formuleren waar ik wel over nadacht maar niets over zei. Ik leerde luisteren naar redeneringen die in aanvang weerstand opriepen, die sterke reacties opriepen, die ik liet bezinken en me mezelf eerder deden afvragen hoe het kwam dat ze op die manier werden geformuleerd, dan dat ik me een oordeel vormde over de inhoud. Als ieder zich ingraaft in zijn eigen standpunt, kan men elkaar wel op goed geluk beschieten, maar als we even boven ons persoonlijk oordeel kunnen uitstijgen, zien we soms dat onze posities dezelfde zijn. We vormen stamelend ons een mening, de één met wat meer bedrevenheid dan de ander. Datzelfde talent om tot nadenken aan te zetten, kon bij menigeen tot irritatie leiden. Zeker in de periode van haar psychoanalyse was ze voor velen niet te volgen en vermoedde men hier en daar dat tante malende was. Vooral haar eigen zus, mijn moeder, wist er geen raad mee en met haar zwager, mijn vader, was ze niet op dezelfde golflengte. Ouderdom sleep de scherpe kantjes er weliswaar vanaf, maar ondanks hun wederzijdse sympathie, vermijden ze liever de discussie.

Het eerste interview


We hadden afgesproken op zondagmiddag na het rustuurtje. Het weer was redelijk, de wind was matig en waaide uit het westen. Omdat ik tijdens deze ontmoeting niet afgeleid wilde worden door mijn gezinsleden, besloot ik op de fiets naar Wageningen te gaan, ongeveer drie uur werk, iets sneller deze maal door de gunstige wind. Tante Mieke was wat nerveus, niet wetend waarover ik wilde spreken, maar was snel gerust gesteld toen ik de loop van de middag volledig aan haar over liet. Om later structuur aan te brengen, nam ik een bandopnameapparaatje mee, op gevaar af een onnatuurlijke sfeer te scheppen, maar na een half uurtje waren we ons nauwelijks meer bewust van het apparaat. Ik beloofde de opname te stoppen als ze dat wilde en dat is dan ook een paar maal gebeurd. In een appendix geef ik aan welke precaire zaken het betrof. Het eerste gesprek duurde bijna twee en een half uur, waarvan anderhalf uur opgenomen is. Hieronder geef ik de weerslag van de behandelde thema’s.

Familieleden en geschiedenis


Het leven van tante Mieke begon in Etersheim, een kleine agrarische gemeenschap aan de oever van de toenmalige Zuiderzee in Noord-Holland. Ze werd geboren in de pastorie naast het kleine kerkje.
Mijn grootvader werd geboren in 1878, mijn grootmoeder in 1881. Grootvader studeerde aanvankelijk aan de middelbare landbouwschool te Wageningen. Hij had plannen om naar Indië te trekken en zijn voorbereidingen gingen zo ver dat hij zich een gebedsmatje aanschafte om er als Mohammedaan te gaan leven. Zijn zoektocht in de Islam gaf toch niet de antwoorden die hij zocht, hij herontdekte het christendom en ging theologie studeren in Utrecht. Afgestudeerd werd hij kandidaat in Breezand bij Den Helder . In 1909 trouwde hij met grootmoeder, een telg van de familie Funke. Zij was lerares koken aan een huishoudschool in Amsterdam. Vervolgens stond hij een paar jaar op de kansel van Midlum in Friesland tussen Franeker en Harlingen. Onenigheid met de koster leidde ertoe dat deze bij de geboorte van het oudste kind Ko, de ramen ingooide. Niet helemaal duidelijk is wanneer hij zijn functie verwisselde voor die van geestelijk verzorger in het internaat Ruimzicht in Zetten. Jongens werden daar voorbereid op een studie tot predikant. Hij had daar de ondankbare taak een geliefde voorganger op te volgen en werd weggepest. Grootmoeder bleef, maar werd het onderwerp van roddel en achterklap. Uiteindelijk kwamen ze terecht in Bloemendaal, in huize Martinette bij mijn overgrootouders. Hier werd de tweede zoon Daan geboren in 1913. In 1914 werd grootvader beroepen in Etersheim waar hij ongeveer zes jaar stond. Na een jaar werd tante Mieke geboren en beleefde hier een voor haar belangrijke periode van haar jeugd. Ze had omgang met de lokale agrarische jeugd en voetbalde met doodshoofden op het kerkhof. Als grootvader zijn kroost van de basaltkeien bij de Zuiderzee kwam halen om te slapen, dan klonk het liedje: " …. en nu naar je bed en niet met je blote benen op deze koude stenen", of bij het naar bed gaan: "Kleine meisjes worden groot, als ze zitten op moeders schoot, kleine meisjes zijn verblijd, als ze zitten op de arm van heit". De ouders werden naar Midlumse spraak "heit" en "moes" genoemd. In Etersheim werd zoals ik al eerder schreef, het poppenhuis gemaakt naar model van de pastorie, als cadeau voor de vijfde verjaardag van tante Mieke. Een merkwaardigheid is, dat de kerk van Etersheim rond 1975 opgekocht is door een sekte die zich de Satanskerk noemde. Of dit een geloof dan wel een doodordinaire seksclub was, was niet op te maken uit het krantenartikel dat hierover berichtte. Tijdens een fietsvakantie kwamen Riet en ik er langs en keken stiekem door een raam naar binnen. Ik zag niets, maar Riet vond het er griezelig uitzien. Grootvader jaagde er in de grienden op eenden maar het plattelandsleven kon grootmoeder niet bekoren, vrouw van de wereld als ze was, afkomstig uit het grote Amsterdam. Het was naar aanleiding van een bezoek van een zekere professor Dieperink, hoogleraar landmeetkunde in Wageningen, dat grootvader een baantje aannam als assistent landmeter in Wageningen. Hij leerde er in door tot hij zelf landmeter was. Hij bleef in zoverre zijn roeping trouw dat hij privé-catechisatie gaf bij de deftige familie Laman-Trip, waarvan een zoon recentelijk nog verklaarde het geloof te hebben leren kennen door mijn grootvader. Er was een warme vriendschap tussen zijn moeder en mijn grootvader. Hij heeft voor haar diverse sieraden gemaakt uit koper en tin. De familie kwam elke zondag na kerktijd op de koffie, een traditie die nu nog voortgezet wordt door tante Mieke en Cliet Laman-Trip. Hij preekte soms in Hemmen en Hees en gaf lessen Hebreeuws. Oude boekjes verraden zijn interesse in de psychologie. De familie vestigde zich aanvankelijk aan de Bergstraat in een huurwoning. Door erfenissen uit de roggebroodfabriek van de familie Funke en van overgrootvader Rookmaaker kon men het huis aan het Bowlespark kopen voor 10.000 gulden. In Wageningen kwam grootmoeder meer tot haar recht, heit en moes werd vader en moeder. Om financieel de eindjes aan elkaar te knopen nam ze kinderen in huis waarvan de ouders in Indië verbleven en die in Nederland naar school gingen. Eens in de zes jaar kwamen de ouders met verlof, in deze tijd onvoorstelbaar waarin Indonesië een populaire vakantiebestemming is op nog geen dag vliegen. De persoonlijkheden van grootvader en grootmoeder waren in meerdere opzichten tegengesteld. Grootmoeder moest het gezin draaiende houden. Zorgen voor huishouden en financiën en was praktisch ingesteld. Er was een dienstbode voor dag en nacht en tevens een meisje voor de ochtend. De persoon van "oude Mien" herinner ik me als een vrij grove vrouw met sterk Wagenings accent en met een onvolprezen vrolijkheid. Grootmoeder bestuurde weliswaar het huishouden, maar deed er zelf niet actief aan mee. Zij was kritisch ten aanzien van leveranciers en woog het brood na. Ze was wars van verspilling van geld aan onnodige, maar plezierige uitjes of uitgaven. Misschien was onbekommerd genieten haar niet gegeven ten gevolge van altijd de angst voor nog meer kinderen, dus nog grotere financiële problemen. Daardoor leek ze voor tante Mieke soms hard en afwerend. Zeker toen ze verklaarde dat de geboorte van tante Mieke meer het gevolg was van een advies van de dokter, de wieg maar weer eens te vullen. Het zou wellicht de spanning tussen de echtelieden wat verminderen. Moederlijke afwijzing en, meer in het algemeen, de angst afgewezen te worden, was één van de thema’s tijdens haar psychoanalyse bij dokter Beins. Een illustratie hiervan is het volgende voorval: De psychiater vertelde alleen attenties van patiënten te accepteren als die door hen zelf gemaakt waren. Tante creëerde een "bijensteek", een ietwat agressieve taart, echter de man weigerde "als analyticus" het ding in ontvangst te nemen. De taartvorm is bij thuiskomst door de hele keuken gegaan. Grootvader was levenskunstenaar, met originaliteit, creativiteit en het altijd zoeken naar een soort waarheid. Hij leefde door de sociale klassen heen, voor zover dat in die tijd acceptabel was, was soms ingetoomd driftig. Hij trok zich dikwijls terug in zijn kantoor, nam om half vier een stukje kaas mee voor zijn muis en werkte daar voor zichzelf en anderen. Zijn creativiteit kwam tot uiting in het bewerken van koper tot schalen, broches en doosjes, in kalligraferen, boekbinden en schilderen en niet op de laatste plaats in de omgang met zijn 6 kinderen. Hoogtepunten vormen de trouwboeken, waarin hij een combinatie van zijn talenten verenigde. Als in het antieke Griekenland oefende hij zijn kroost in speerwerpen, het "slieren" aan een draad van de slaapkamer naar de tuin, ridderspelen met zelfgemaakte harnassen en houten sabels. Retrospectief ervaart tante Mieke de spelletjes als agressief wat me, gezien hedendaagse games, wel mee lijkt te vallen. Het spel waarbij elektriciteit die van hand naar hand gaat, opgewekt door de wrijving tussen twee schijven, kan misschien agressief genoemd worden, maar wie belaagt wie? In een ander ridderspel was originaliteit en techniek samengevoegd. Aan weerszijden van een plank stond een miniatuurkasteel van waaruit ridders te paard voortgetrokken werden door een band met een liertje. Als in een echt steekspel moest de ene ridder de andere met een lans van het paard zien te stoten om daarmee een jonkvrouw te veroveren. Bij het leeuwenspel moesten matrozen in het halfdonkere huis de staart van de leeuw te pakken krijgen, op gevaar af getikt te worden en op de trap het einde van het spel af te moeten wachten. Grootvader kon in zijn spel niet gestoord worden en verwees eenmaal een onaangekondigde professor naar zijn vrouw. Agressie, originaliteit en sociaal gevoel gingen samen wanneer hij met zijn kinderen in de trekwagen naar de Holle Weg trok om daar met zijn kruisboog een touw over de takken te schieten, om zo aan het andere einde een net met sinasappels op te hijsen. De armere kinderen werden dan verrast door deze speling der natuur, sinaasappels in de bomen van de Wageningse Berg. Smalend werd hem soms nageroepen: "Kijk, daar heb je de sik met z’n wagen". Hij had een puntbaardje. Elektrotechniek werd toegepast in Etersheim, waar hij door een windmolen stroom opwekte voor licht in de kamer. "De dominee heult met de duivel, hij heeft een molen in zijn tuin en licht in zijn huis". Het daar vervaardigde poppenhuis had oorspronkelijk ook een heel stelsel van draden en klemmetjes om de verschillende vertrekjes van licht te voorzien. Grootvader overleed in 1939. Grootmoeder bleef wonen in het huis aan het Bowlespark met Emke, Wout en Martien . Na de oorlog en de onderduikperiode vertrok grootmoeder rond haar 65ste levensjaar naar een rusthuis in Hilversum vanwege haar erfelijke aanleg voor epilepsie. Daar woonde ook een zus van haar, tante Gon, die ik me herinner als verplicht nummer wanneer we grootmoeder bezochten, een zeer oude, in het zwart geklede mevrouw. Het was geen optie voor grootmoeder om bij tante Mieke in te gaan wonen, die inmiddels het Bowlespark betrokken had. "Wat heb ik ten opzichte van jou toch verkeerd gedaan?" "Och moeder u zult zoveel goeds hebben gedaan!", moeder sparend, omdat tante niet eerlijk had durven en misschien ook niet had kunnen zijn, moeder kon er immers niets aan doen. Van jongs af aan was er de spanning wie van wie nu het meest hield. Tante wandelde eens met Emke van het zwembad naar huis toen ze plots aan Zusje vroeg: "Van wie houd je nu het meest, van vader of van moeder?", met de gedachte dat men van beiden evenveel diende te houden. Thuisgekomen vertelde Emke het voorval aan moeder die prompt reageerde met de woorden dat Mieke zeker meer van haar vader hield. In diepste wezen zal het wel zo geweest zijn. Moeder kon niet erg troostrijk zijn. Bij "nare gevoeltjes" werd er niet even op schoot geknuffeld. Onder het voorwendsel "je zult wel slaap hebben, ga maar naar je bed", werd de zaak afgedaan.

Godsdienst


Zoals ik al eerder heb opgemerkt, was in het gezin Rookmaaker de dienst aan de Heer verweven met alle dagelijkse dingen. Centrale lofzang was en is psalm 103, een psalm van David, met de haast mantra-achtige zin "loof den Heer mijn ziel …." In allerlei varianten. Met name werd de tekst gereciteerd of gezongen op verjaardagen. Om zeven uur stond Mien op, deed alle stoelen de kamer uit, poetste, boende, dweilde en schelde om half acht voor degene die corvee had, Mieke of Emke. Tien kopjes werden klaargezet, twee werden ingeschonken en boven gebracht, vader en moeder kregen thee op bed. Om vijf voor acht de bel als teken om aan tafel te gaan, want om acht uur ging vader Bijbellezen. Te laat komen stond gelijk aan het beledigen van God zelf. ‘s Zondags was het uitslapen en speelde het ritueel zich een half uur later af. Dan werden er liederen gezongen uit het Liedboek, de Sionsliederen. De Bijbellezing was elke dag voor het ontbijt, gebeden werd er voor elke maaltijd, gedankt erna. Grootmoeder en mevrouw Laman-Trip voelden zich aangetrokken tot de Oxfordgroep, later Morele Herbewapening, een groepering die vooral in de sociaal hogere kringen aanhangers vond. Men kende ’s ochtends de Stille Tijd: Nadat er Gelezen was, werd men stil, zodat de Heer kon spreken, kreeg een opdracht voor die dag, die werd gedeeld, openbaar verteld, gebiecht haast, evenals zondige gedachten of daden. Merkwaardig genoeg noemde men de bijeenkomsten houseparties.
De godsdienst bracht niet alleen zegen in het gezin, het bracht ook spanning. Bij Emke sloeg het door in bevlogenheid of een gevoel van uitverkiezing. Wanneer er druppels van het natte vensterglas liepen, zag Emke er een pijl in, de "stem’ van God, die haar aanwees om later zendeling te worden. Ze was nog heel jong toen ze deze opdracht kreeg. Emke had een geweldige fantasie, die ze later gebruikte in haar werk als kleuterleidster. Ze werd zelfs directrice van een freubelschool, zonder daarvoor de vereiste examens te hebben gedaan. In het gezin was ze niet erg loyaal naar broers en zussen, behalve naar Daan. Ze was alles behalve verlegen en was seksueel eerder wijs dan haar oudere zus. Emke leerde oom Henk kennen, trouwde en werd aanhanger van Stromen van Kracht, een nogal wervende religieuze sekte. Door gebedsgenezing gebeurden wonderen, ziek zijn kwam door een falend geloof. Emke kon echter ook geen kinderen krijgen en verklaarde dit door een door de Heilige Geest toegesloten baarmoeder. Toen ze toch de uiterlijke kenmerken kreeg van blijde verwachting, bleek het een schijnzwangerschap te zijn, toen vallend onder het beeld van de hysterie. Emke maakte het de gezinsleden moeilijk. De dag voordat grootmoeder haar 70ste verjaardag in Wageningen zou vieren, kreeg ze een aantal epileptische insulten. De verjaardagsvisite werd afgezegd maar ’s ochtends om half negen stond Emke op de stoep, negeerde de vermaning van tante Mieke liep naar de kamer waar grootmoeder lag die haar bij binnenkomst kuste. "Ik wil geen Judaskus", zei Emke vol goede bedoelingen maar in een dwaling van haar geest. Of was het wellicht de eerlijkheid waar het tante Mieke aan ontbrak? Emke heeft grootmoeder rond haar 80ste jaar ertoe overgehaald zich te laten dopen door onderdompeling. Grootmoeder heeft moeten toegeven dat er niets veranderde en is door de zus van ds. Buskes weer terug gebracht naar de hervormde kerk. Mijn eigen herinnering aan deze uitzonderlijke tante is er een van warme hartelijkheid en creativiteit. Zo moet ook haar aangenomen zoon Daan haar ervaren hebben, wanneer ze het sprookje van het verloren jongetje vertelde dat een goed tehuis vond. Emke overleed aan een hersentumor, liefdevol verpleegd door oom Henk, die een zware strijd moet hebben gestreden omdat ziekte en dood zoveel meer betekenden dan versterven. Over het sterfbed van Emke werd zelfs nog een religieuze strijd gestreden: Tante Mieke las psalm 103, oom Henk bad om genezing en tante Mieke sprak erna een gebed uit, om het liever maar aan God over te laten. Na haar verscheiden moesten geestelijke en vleselijke familie de plaats van het graf bepalen: 1ste klas voor het kruis, 2de klas erachter, 3de klas bij de armen. Er was verschil van mening tussen beide families. De begrafenisondernemer loste het elegant op door een plekje achter het kruis te adviseren en de uitvaart zou een rouwstoet vormen, wat weer duurder was. De geestelijke familie verhinderde op slinkse wijze dat de vleselijke aan het woord kwam bij het graf en de laatste werd en passent duidelijk gemaakt dat, tenzij men tot bekering kwam, het hen zo zou vergaan als zij die in de kist lag. Deze had eigenlijk niet mogen sterven, ze was een profetes.

In haar persoonlijke leven was het geloof aan God niet hetzelfde als het zich voor bereiden op de dood. God kan zich in het leven hier op aarde openbaren en niet omgekeerd dus, een menselijke projectie om zich tijdens het leven aan vast te klampen op weg naar die dood. Gods openbaring ligt in dit leven en moeiteloos citeert ze een psalm. "…. Zo ik niet had geloofd dat in dit leven mijn ziele Gods gunst en hoop genieten zou, waar was ik gebleven…." Ze schrijft in haar dagboek: "Laat me niet verdwalen God" en in kleine letters eronder "ik zal niet storen. Ik wil het ontduiken, maar houdt dat alsjeblieft tegen". Telkens wanneer tante Mieke enigszins depressief ontwaakt, denkt ze: "…. Maar dit heeft het laatste woord niet." Bladeren in de wind, opgewaaid en gedreven door dezelfde luchtstroom. Eenheid of chaos?

Seksualiteit


De beschrijving van een tijdsbeeld kent een aantal lagen. De bovenste laag is die van wat er leek te gebeuren en wat door meerdere getuigen ongeveer hetzelfde meegedeeld zou worden. Het is de wenselijke waarheid. Zoals het gemoeten zou hebben. Onder deze oppervlakkige laag zitten de stuwende krachten die af en toe doorstoten en een eruptie naar de eerste laag forceren. In ieder individu verloopt het evenzo als in de maatschappij. In het gesprek met tante Mieke bleek één van de stuwende krachten onder de soms onbegrepen gebeurtenissen van haar tijd en haar leven, het structureel ontkennen en sublimeren van seksuele driften te zijn. Als compensatie of als tegengif is er een andere stuwende laag en of die nu onder of boven de vorige laag staat, laat ik liever aan psychologen en theologen over. Het betreft de godsdienst, de religie, de theologie, of noem het liever het transcendente. Pas op hoge leeftijd is een kijken door de lagen heen mogelijk omdat ze elk afzonderlijk hun greep, hun dwang in verschillende leeftijdsfasen verliest. Er is een aspect aan seksualiteit dat voor tante Mieke levensbepalend is geweest, namelijk de vruchtbaarheid, of liever haar onvruchtbaarheid. Het vruchtbaar zijn in geestelijk opzicht lijkt een compensatie en misschien moet veel van haar hang naar het religieuze ook wel zo verklaard worden, opvallend blijft het telkens weer terugkeren naar deze woorden en naar "Het Woord". In den beginne was het woord en het woord is uitgezaaid door de landman om te ontkiemen wanneer het ontvangen wordt in vruchtbare bodem. Symboliek van geestelijke of lichamelijke aard? Daardoor neemt in de bijbel het Hooglied voor tante Mieke wellicht een speciale plaats in, een deel vol seksuele strekking en symboliek. In het huwelijk wordt de dualiteit man en vrouw weer verenigd tot het oorspronkelijk beginsel. In God is de man en de vrouw, of beter het mannelijke en het vrouwelijke. Als mensen mogen wij in onze meer of minder geslaagde seksualiteit een schaduw zijn van het goddelijk scheppen, in positieve spanning en zelfs in humor. De goddelijke androgynie draagt vrucht, maar de aardse afspiegeling deed het niet. Tante ervaart het als een handicap, niet als een frustratie en haar religiositeit ziet ze beslist niet als sublimatie van de gebrokenheid van de seksualiteit in haar leven. Het mag zijn plaats hebben en benoemd worden, juist omdat ze het hoger creërend beginsel heeft leren ontmoeten. Ten gevolge van tuberculeuze veranderingen bleek na medische onderzoekingen er geen goede remedie tegen deze handicap te bestaan. In overleg met oom Dolf is van verdere behandeling afgezien. De buik-tbc was het gevolg van een pleuritis. Tante vermoedt dat er psychosomatische factoren in meespeelden.Tbc was misschien wel de belangrijkste doodsoorzaak bij betrekkelijk jonge mensen, er was geen besef van preventie zodat de ziekte welig kon tieren. Verpleegsters en ander ziekenhuispersoneel werd veelvuldig geďnfecteerd, vooral op afdelingen waar patiënten met tbc waren opgenomen. Sputumpotten stonden naast eierkokers en bloedspuwingen werden opgevangen in de handdoeken van verpleegsters.


***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website