Twee gedichten van Jaap van der Hoest


Buigzaam willen zijn

Bamboe wil ik planten, in mijn tuin.
Krachtige buigzaamheid heb ik dan
levend dichtbij. Ik zoek iets anders
voor strak en ferm rechtop staan.
‘k houd niet van te moeten breken.

Als levenslust ervaar ik beweeglijkheid,
het liefst samen ritmisch in een dans,
en het buigen van hoofden naar elkaar
bij muziek die afstanden doet vergeten,
overgaand in aanraken, eerst nog subtiel.

Ik houd van buigzaam zijn, van elastiek
getuigen, kunnen meegaan, terugveren.
De natuur kent veel dat zomaar flexibel is,
waaronder ook souplesse bij ’t beminnen.
Ik weersta hardheid, die tot breuken leidt..

Gedachten die er zijn, voel ik vaak
vanuit mijn binnenste, onaanwijsbaar,
maar aanwezig. Vervlechtingen merk
ik in vervolg erop. Die zetten mij zonder
mogelijk tegenhouden tot een begin van
denken aan. Ben ik ermee op dreef dan
schiet in mij vanuit een waakvlam vuur op.

 

Verlangen

Ze woont in een verpleeghuis, mijn moeder.
Dagelijks bel ik haar op, tenminste tweemaal.
Haar leeftijd heeft de 90 reeds overschreden.
Aan haar lichaam, haar hoofd voelt zij de jaren.

Hoe ben ik hier eigenlijk terecht gekomen? Dat
vraagt zij zich dikwijls af, kijkend uit het raam.
Dan richt ze zich naar de foto van mijn vader.
En onhoorbaar zegt zij: Oh, was je er nog maar.


***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website