Bergenbootje

Een verhaal van Martin Doorn, gepubliceerd in Pointe van oktober 1996

Karel van Noord was vertegenwoordiger bij een firma die aan boord van schepen elektrische apparaten verkocht. Van radio's en tv's tot ladyshave. Dat laatste was wel een paar keer per dag goed voor de opmerking van een zeeman, of vrouwen er ook hun schaamhaar mee konden scheren.
’s Morgens kreeg Karel op welke schepen hij die dag moest bezoeken. In het begin had hij natuurlijk de slechte schepen gekregen waarop geen droog brood was te verdienen. Maar nu kreeg hij al wat betere schepen en had hij ook wat vaste klantjes. Een van die slechte schepen uit het begin was "ms S..." een klein bootje dat een lijndienst onderhield tussen Rotterdam en Bergen in Noorwegen.
Toch was Karel blij dat de “S...” vandaag op zijn lijstje stond. In de loop der tijd had hij met de donkeyman een leuke relatie opgebouwd. Zakelijk wel te verstaan! Dat zat zo:
Karel verkocht aan vrienden en kennissen wel eens een transistorradiootje. Om de prijs te drukken deed hij dat belastingvrij, maar dan moest de radio eerst uitgevoerd worden. Dus verkocht Karel de bewuste radio aan de donkeyman die hem onder douanezegel aan boord kreeg. Karel rekende de radio af met zijn baas. De donkeyman haalde de radio op zee uit de zegelkast en overhandigde hem de volgende reis weer aan Karel, die hem van boord smokkelde. Als tegenprestatie kocht Karel sneeuwkettingen van de donkeyman die hij in zijn vrije tijd aan boord maakte. De sneeuwkettingen verkocht Karel weer aan de man van de autoaccesoireshandel en zo was iedereen gelukkig. De donkeyman, de automaterialenhandelaar, de vriend of kennis, de baas van Karel vanwege de verkoop van een radio en natuurlijk Karel. Karel verdiende aan de verkoop van de radio aan vriend of kennis, kreeg provisie van zijn baas over de verkoop van de radio aan de donkeyman, en verdiende aan de verkoop van de sneeuwkettingen. Met één transactie vijf mensen gelukkig maken was toch prachtig?
Vandaag zouden er weer vijf mensen gelukkig worden, echter met een klein verschil. Maar dat wist Karel nog niet.

Karel kwam aan bij de IJsselhaven waar de "S.." lag te lossen. Zijn auto liet hij buiten de poort staan. Het was maar een klein haventerreintje en een vorkheftruck reed zo een deuk in je deur. Hij haalde het foldermateriaal uit zijn aktentas, want er moest ruimte komen voor de radio. Langs de portier, even de hand omhoog, je moest die lui altijd te vriend houden, het terrein over en aan boord. Hij ging naar de hut van de donkeyman en deed de deur achter zich dicht. De donkeyman deed de kast open en haalde de radio tevoorschijn. De sneeuwkettingen lagen al klaar op de bank, netjes in een plastic zak. Karel pakte de radio in zijn aktetas en rekende de kettingen af. Om de tijd te doden rookten ze een sigaretje, het staat immers raar als je binnen vijf minuten weer van boord gaat.
Karel stapte na een half uurtje met aktetas en plastic zak aan wal en liep ogenschijnlijk ontspannen naar de uitgang van het haventerrein. Na een meter of twintig hoorde hij naast zich een stem: "Gaat u even met mij mee?". Het was een douaneambtenaar die waarschijnlijk achter een stapel pallets op hem had staan wachten. Het hart van Karel bonkte in zijn keel. "Nu ben ik de lul”, dacht hij. Uiterlijk doodkalm liep hij met de ambtenaar mee naar zijn kantoortje. Een kantoortje van een douaneambtenaar ziet er overal hetzelfde uit. De betonnen vloer is roodbruin geverfd, de wanden grijs, er staat een metalen bureau, een metalen kast, een metalen prullenbak, alledrie in licht en donkergrijs. Op het bureau staat een grijze bureaulamp en in de prullenbak liggen: sinaasappelschillen, lege pakjes sigaretten en peukjes. Op de grond zie je een looppad van de deur naar het bureau en van het bureau naar de kast. Dat looppad ontstaat doordat daar door het lopen het stof opwaait.
“Zo wat heeft u in die plastic zak", vroeg de ambtenaar toen ze binnen waren.
Karel zette de zak op het bureau en schoof tegelijkertijd de aktetas onder het bureau. Hij verbaasde zich over zijn eigen koelbloedigheid.
"De beste sneeuwkettingen ter wereld", voegde hij de ambtenaar toe. De ambtenaar nam de kettingen en spreidde ze op de stoffige grond uit.
“Moet ik er invoerrechten voor betalen?" vroeg Karel onschuldig. Er kwam geen antwoord. Na een paar minuten vroeg de ambtenaar "Passen ze ook om een Kadett?".
"Passen altijd", zei Karel en hij voelde dat zijn handelsgeest weer boven kwam.
"Ik ga volgende week naar de wintersport", ging de ambtenaar verder. "Kosten die dingen?"
De ambtenaar en Karel keken elkaar aan en zonder woorden begrepen ze elkaar maar al te goed.
"Geef maar f 45.-, dan heeft u ze voor weinig", zei Karel.
De ambtenaar pakte zijn portemonnee, er zat maar f 35.- in.
"Doe er maar een slof sigaretten bij", zei Karel en 'weer keken ze elkaar even aan.
Er is in de Rotterdamse haven natuurlijk geen ambtenaar te vinden die geen belastingvrije sigaretten rookt, al geven ze het niet toe.
De stalen kast ging op een kiertje open en er kwam een slof Camel tevoorschijn. Karel nam het geld, de sigaretten en de aktetas (met de radio) en liep zichtbaar opgelucht naar zijn auto.
De ambtenaar had vandaag de plaats ingenomen van de automaterialenhandelaar, maar toch waren er vandaag weer vijf mensen gelukkig, Karel nog het meest.

Het ging nog bijna twee jaar goed. Toen reed de donkeyman op verlof in Noorwegen in een ravijn. In de zomer!

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de eerste pagina van de website