Van stal gehaald


een stukje van Jacob Batoeck

Bezuinigingen en veranderingen hangen dreigend in de lucht. Van het management wordt verwacht rechtvaardige besluiten te nemen. Dat sluit volgens de werknemers drastische maatregelen uit. Hoe moeten zij goed tegenspel leveren? Hebben acties zin of leidt dat tot ongewenste consequenties? Nodig is dan dat er voortrekkers zijn, mensen die verzet mobiliseren. Hiervoor moet de sfeer ontstaan.
De afdeling communicatie van het bedrijf zou wel gesprekken willen losmaken, maar vertoont schroom. En de ondernemingsraad schijnt voor stille diplomatie te kiezen. "Was er maar iemand die ten minste een beetje kan beschrijven wat hier gebeurt", oppert een communicatiemedewerker die als redacteur voor de website werkt. Zijn collega laat een denkrimpel zien en veert vervolgens op, uitroepend: "George, de columnist van het al weer een tijd geleden wegbezuinigde personeelsblad. Hij moet iets betekenen". En hij schiet raak. George wordt daarna, ondersteund door een lieftallige glimlach en een verzorgd kopje koffie, overtuigd van zijn nut. En hij zegt zijn medewerking toe.

De nieuw leven ingeblazen columnist zet zich dezelfde avond al aan te schrijven. Hij leeft zich in. Hij denkt aan gezucht en aan vrees. Er moeten verhalen worden verteld over zagen, waarvan het geluid al is gehoord. Gedacht moet worden aan het gereedschap dat gebruikt zal worden, aan zware motoren die voor het doorzetten zorgen, nadat met de hand het fijne voorwerk is verricht. Mensenkracht zal als ontoereikend worden gezien. Een forse verbouwing wordt voorzien. Het bedrijf moet een robuust bouwwerk worden en waar mogelijk van extra’s worden ontdaan. George – hij laat zich samenvallen met zijn pseudoniem – komt op verouderde woorden – uit tijden toen iets nog zonde kon zijn. Toen zou het heten, dat er gestreefd moet worden naar sober en doelmatig. ‘En geen cent te veel, hoor’, riep een Zeeuws meisje in volle klederdracht in een reclamespotje voor margarine. Ja, echte boter - beeld van een genietend leven, een beetje overdaad – valt buiten de sfeer van zuinigheid. Hij werpt de vraag op, of zijn bedrijf naar die tijd terug wil.
Hij geeft toe, dat alles onderhoud nodig heeft en dat niemand dit zal betwijfelen. Voorbeelden? Een huis moet worden bijgehouden en op langere termijn zelfs gerenoveerd. De tuin moet van woekeringen, overdadigheden en onkruid worden ontdaan. En wat is een menselijk gebit zonder tandarts? Dat zou beelden van Jeroen Bosch opleveren. Hoe ingrijpend moet worden opgeknapt, hangt af van de ernst van ontstane mankementen en van het geld dat ervoor is of beschikbaar wordt gesteld.
George weet dat er iets van hem wordt verwacht. Hij moet in woorden vatten om een drukkende stilte te doorbreken. Hij schrijft dat een bedrijf een verhaal apart is. Hoe kan het in de greep worden gekregen? Er is onderhoud nodig. Dat er dan gezucht wordt en ook gevreesd, is te begrijpen. En dan: met eenvoudig gereedschap kan niet worden volstaan. George worstelt met abstracties. Hij loopt erin vast. Hij moet schrijven in concrete elementen en daarmee opbouwen. Als columnist moet hij inzicht bieden en laten voelen. Bij veranderingen in zijn bedrijf moeten zijn collega’s niet met functies worden aangeduid, maar beschreven worden zoals zij zintuiglijk worden waargenomen: wezens van vlees en bloed, gewone mensen. Bij het onderhoud van het bedrijf zijn zij geen ‘deel van’. Zij moeten niet het gevoel hebben op een groepsfoto te staan die in een aanzienlijk kleiner lijstje moet. En mocht er uiteindelijk toch worden aangepast, dan moet dat niet met een motorzaag worden gedaan, maar met een schaar en het bijbehorende lichte geluid .
Hij schuift zijn laptop opzij. Een vraag bekruipt hem: wie beslist er nu over plaatsing op de website?

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website