Twee gedichten van Jaap van der Hoest


WETEND DAT DE ZEE WINT


Zomers aan het strand:
graven, vestingen bouwen
voordat de vloed opkomt,
al wetend dat de zee wint,
afwachten is niet genoeg,
deze afloop kan anders
zijn. Misschien kan voor
de eerste keer door extra
zand het werk blijven tot
afnemend getij rust geeft,
hersteld kan worden wat
de zee begeerlijk heeft
genomen, in golven weg-
gevoerd in oneindig water
tot voorbij, zichtbaar nog,
de horizon, waarachter
een iets in een alles over-
gaat, thans en toen ineen
wervelen in woeste golven.
Geen terug is er. Totaal in
oplossing van omvattend
water wordt geen deel meer
van een kindervesting, weer-
baar bedoeld zandkasteel op
een strand, strook van komen
en gaan, zomers in de zon.

Boekenmarkt


Een boekenmarkt trekt aan.
Moeilijk kan ik voorbij gaan.
Kramen waarin mogelijk ligt
iets moois waarvoor ik zwicht.
Te kunnen zien wat bestaat
als boekenhandel op straat.
Ik buig mij dan over alle waar,
alsmaar gevangen in gestaar.
En oog ik zo voor wie mij ziet
ingespannen, terwijl ik geniet.
Af en toe bekijk ik een boek.
Is dat wat ik vind, niet zoek?
Dan beslis ik, koop en betaal.
Handelingen die ik herhaal
bij andere, mooie kramen.
Zou ik mij ervoor schamen?
Ik hoef geen tabak of drank,
kies voor mijn boekenplank.
Ik beoog geen snel vergaren.
Het kan in de loop van jaren,
steeds als ontdekkingsreizen,
lettend op gunstige prijzen.
Het biedt mij rust, genoegen
en geluk. Ik wil niet zwoegen.


***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website