STILLEZEN


Een kort verhaal van Julius Schellens

1.


In het vierde jaar van de lagere school zat ik bij meester Baal. In werkelijkheid heette hij Emiel Van Bael, maar iedereen in ons dorp noemde hem meester Baal. Als we hem persoonlijk aanspraken was het gewoon meester zonder verdere plichtpleging. De brave man was ongehuwd en woonde samen met nog twee andere ongetrouwde broers en een al even maagdelijke zus. Dit fenomeen van broers en zussen die bleven samenwonen in het ouderlijke huis was in mijn jeugd geen uitzondering. Het hield het familiebezit bijeen in onverdeeldheid.
De meester miste aan zijn linker hand enkele vingers, wellicht van bij de geboorte. Op de korte stompjes waren kleine vingernagels gegroeid. Telkens als een leerling het in de klas wat te bont maakte werd hij met strenge blik vooraan geroepen tot net voor de tree, dat was een kleine verhoging aan het bord. Van op die hoogte greep hij met de nageltjes van die stompvingers de zondaar bij de korte haartjes aan de zijkant van diens hoofd en trok dat zo ver mogelijk opzij. Om niet om te vallen wrong je dan als reactie je hoofd naar de andere kant. Maar daar was dan de ongeschonden rechterhand van de meester voor een ferme mep tegen je wang. Met een fel rode blos, niet alleen van de kaakslag maar vooral van schaamte, kon je daarna terug naar je plaats.
Meester Baal was naast onderwijzer ook bibliothecaris van de plaatselijke boekerij die gevestigd was in het voormalige koetshuis van de pastorij. Iedere zondag na de zogenaamde kindermis van 9 uur, waar de meester toezicht hield, holde de leesgrage jeugd van ons dorpje naar dat armtierige boekentempeltje. Hij moest eerst wat rake klappen uitdelen vooraleer hij zich een weg kon banen doorheen het gejoel, de poort kon ontsluiten en zijn plaats achter zijn tafel innemen. We stormden dan naar binnen om zo snel mogelijk een boek uit de schamele collectie te kunnen bemachtigen. Ontelbaar zijn de exemplaren die ik 1, 2, 3 of nog meerdere keren heb ontleend om toch maar leesvoer te hebben voor de volgende week. We leverden dan ook iedere zondag een ware veldslag om een 'recent' boek te bemachtigen dat door een andere lezer werd teruggebracht. De term 'recent' werd hier uitgedrukt niet in weken of maanden, maar in vele jaren.
Meester Baal noteerde zeer zorgvuldig met potlood de uitgeleende en terug binnengebrachte boeken in een brouillon cahier, 'De Zaaier', van 200 pagina's onder je naam en stamnummer. Ik had het gemakkelijk te onthouden stamnummer 10 dat ik gerfd had van mijn twee oudere broers.

Dit voorhistorische gebeuren heeft op mij een onuitwisbare indruk nagelaten door zijn sfeer, charme en vooral de geur van de versleten inkt op het beduimelde en bevlekte papier. Nu beweren dat daar het zaad werd gestrooid voor mijn latere leeshonger zou sterk overdreven zijn, maar het heeft wel het ontkiemen bevorderd.

2.


In die tijd hadden wij op zaterdag nog een hele dag school en op donderdag een vrije namiddag. Op zaterdag mochten wij klas per klas naar het stortbad van de school, een nutsvoorziening die in een landelijk dorp als het onze nog in geen enkele arbeiderswoning aanwezig was. Voor ons leerjaar was dat in de late namiddag. Dan wandelden we met ons pakketje waarin handdoek, washandje en proper ondergoed onder de arm naar het sanitair lokaal in het oude schoolgebouw aan de overkant van de speelplaats, waar geen les meer gegeven werd. Iedere leerling beschikte om de beurt over een aparte douchecel. De watertoevoer en de temperatuur werden centraal geregeld door de meester. Maar wat voor de n te koud was, vond de ander weer te heet of omgekeerd. Het was dan ook een voortdurend gejoel en geschreeuw in die kleine hokjes. Wanneer de meester het beu werd om steeds maar met de kranen bij te regelen, zette hij de ganse toestand op ijskoud om de gemoederen te bedaren. Meermaals ben ik nog volledig ingezeept van onder het water weggevlucht en heb me dan maar afgedroogd zonder me af te spoelen.
Netjes gewassen en afgekoeld gingen we daarna 2 per 2 in rij zwijgend terug naar onze klas. Daar deponeerde meester Baal op de tree stapeltjes prentenboeken, soort bij soort: 'Suske en Wiskes', 'Nero's', 'Jommekes', 'Bessy's'... Volgens een bepaalde rangorde, die ik nooit heb kunnen ontcijferen, mochten we dan één voor één een boek uitkiezen om daarmee het laatste lesuur van de week af te sluiten in stilte. Een slim bedachte manier om een meute gezonde tienjarige bengels toch nog wat eenvoudige wijsheid bij te brengen. Anders zouden die in het vooruitzicht van een lange vrije zondag toch niet geconcentreerd zijn. De prijs van het ontleende boek hing af van de soort en de dikte, en bedroeg al naargelang 10, 20 of 25 centiemen.
Een soortgelijke truc paste meester Baal toe tijdens het laatste lesuur van de donderdagvoormiddag, dus in het vooruitzicht van een ongedwongen vrije namiddag. Dan deelde hij aan iedereen een leerboek uit met op het voorblad de titel 'Stillezen'. Daarin een aantal stichtende verhalen die we mochten lezen volgens de instructie op de voorzijde. Maar of die aanmaning altijd letterlijk gerespecteerd werd is een heel ander verhaal.

Dit verhaal dateert van circa 1960 uit mijn geboortedorp Voortkapel, gemeente Westerlo België
***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website