Schemerlicht


een verhaal van Natasja van Dijk

Het schijnsel van een laagje platgetreden sneeuw hult haar huis in een zachte, mystiek sfeer. In de hal gooit ze haar jas en schoenen uit en loopt de woonkamer in. Daar doet ze een paar lampen aan en ploft op de bank. Ze haalt de papieren uit de plastic tassen en legt ze op de salontafel, haar voeten in warme sloffen er boven op.
Ze pakt haar mobiel om Fahir te bellen. De voicemail. Ze spreekt niet in. Er staan geen berichten van hem. Zij heeft hem de afgelopen week 12 keer gebeld en 21 keer ge-sms’t. Vanmiddag had ze bij hem op de bel gedrukt, maar hij reageerde wederom niet. Ze pakte zijn huissleutel uit haar tas en opende de voordeur. Het was stil in de kleine flat, het vale winterzonlicht scheen door de half openstaande lamellen naar binnen. De keuken zag er netjes uit. De slaapkamerdeur stond half open, het bed was opgemaakt. In de woonkamer werd ze overspoeld door duizenden woorden die haar vanaf enorme stapels papieren op stoelen en tafels aanvielen. Aan één kant van de bank lagen een paar comfortabele kussens op een bergje, een teruggeslagen fleecedeken aan de andere kant. Ze liep rond en tilde hier en daar papieren op. Op de salontafel lag een stapeltje foto’s. Ze pakte de bovenste. Samen staan ze daar breed lachend met een paar van zijn vrienden. Hij had de ene grap na de andere verteld en ze lagen de hele tijd dubbel van het lachen en bleven hem opjutten om door te gaan. En dat deed hij! Er klonken voetstappen op de galerij en er gleed een schaduw voor het raam langs. Ze bekeek de rest van de foto’s. Meer herinneringen, niet allemaal zo plezierig. Lang was het onduidelijk geweest waarom hij soms zo vreemd reageerde op normale situaties. Hij kon compleet in lachen uitbarsten over de meest triviale en zeer ernstige situaties. Dat gold ook voor zijn huilbuien en woede-uitbarstingen. De tragiek was pas na veel onderzoeken zichtbaar geworden. Ze veegde een traan van zijn sombere gezicht en legde de foto weg. Ze bekeek meer papieren en fronste haar voorhoofd. Bijna allemaal kopieën van bladzijden uit boeken. Teksten over Atlantis, de Maya’s, de piramides in Egypte. Er zaten Bijbelpassages en koranfragmenten bij en ingewikkelde tijdsberekeningen. Ze verzamelde alles op de eettafel. In de keuken vond ze plastic tassen en daar lag ook zijn agenda. Ze nam hem mee en stopte alles in de tassen en fietste terug naar huis.
Ze is verbaasd dat ze zo’n drie uur in zijn flat bezig is geweest.
Hoe goed kent ze hem eigenlijk? Het is logisch dat je kind als jong volwassene een eigen leven opbouwt waar jij als ouder niet meer zo bij hoort, maar dat van hem leek wel heel anders dan zij had gedacht.
Een jaar of twaalf geleden kwamen ze samen naar Nederland. Hij was toen tien jaar, zij zesentwintig. Over herinneringen aan de tijd daarvoor sprak ze niet met hem. Zo hoopte ze hem een nieuw leven te geven. Met nieuwe herinneringen. Herinneringen aan vrije keuzes die je zonder angst kunt maken.
Er ritselt iets buiten in het donker. Ze trekt de gordijnen dicht.
Maar slijten herinneringen ooit echt, ook al was je nog zo jong toen je de ervaringen beleefde? Hij had natuurlijk veelal dezelfde dingen meegemaakt als zijzelf. Dezelfde fatalistische spookbeelden voorgehouden gekregen. Over man - vrouw verhoudingen, over god, over de Enige Juiste Wereldorde … Kon hij uiteindelijk toch niet leven zonder zo’n vaste overtuiging? Was dat waar naar hij op zoek is? Zit het verlangen naar zo’n wereldbeeld vast gebeiteld in je overlevingsmechanismen, in je hersenstructuur, in je DNA? Maar zij heeft dat niet meer. Of toch wel? Was ze de afgelopen jaren zelf wel zoveel veranderd? Ze zet de vragen van zich af en richt haar aandacht weer op de spullen uit Fahirs flat. In zijn agenda staan voornamelijk afkortingen, maar waar die voor staan, is haar een raadsel. De rest van de avond zal ze zich verder verdiepen in waar haar zoon zo al mee bezig was, zo meteen eerst iets eten.
Het gezang van vogels die hun schemeringsliederen laten horen, ebt langzaam weg. Ze beweegt onrustig. Een zware stem dondert: 'Allah akbar!'
Haar ogen sperren zich wijd open. Waar gaat dit in ‘s hemelsnaam over?
'Er zal een nieuwe wereldorde komen!'
Oh god, een psychose? Alsjeblieft niet! Ze strekt haar armen uit.
De wind blaast de wolken uiteen en biedt ruimte aan het bijtend felle zonlicht. Daar staat hij.
'Waar ben je mee bezig?' Ze draait haar hoofd naar hem toe. 'Godsamme, hou hier mee op!'
'Lichtstormen zullen over de aarde blazen'. Een kleine trilling mengt zich in het tumult. 'Deze duisternis is eindig, dat zullen wij spoedig zien!' Zijn wangen krijgen een lichte blos.
Ze heft een hand op en haar palm kletst neer op zijn gezicht.
'Stom wijf, waarom sla je me nou?!'
'Omdat je onzin uitkraamt! Ik dacht dat we onze Islamitische achtergrond achter ons hadden gelaten. Zo heb ik je toch niet opgevoed, of wel dan?!'
'Je weet niet eens waar ik het over heb, mam!' Een zacht geluid dringt de discussie binnen.
'Ja, dat weet ik heel goed. Ik heb twee keer zo lang als jij in dat land geleefd met die cultuur en die geloofsovertuiging. Probeer me niks wijs te maken, jongen!'
Fahir zegt niets. Hij kijkt naar haar.
Het geluid klinkt ritmischer en luider. Ze draait zich om en tast naar de bron ervan. Het oplichtend alarm vertelt haar dat het 8:57 uur is, op vrijdag 21 december 2012.
'Welkom in de nieuwe wereldorde, mam.'

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website