De praktijk Yes


Het zevende deel van een verhaal in 8 delen van Menno L. Hoeksema

In het volgende Pointe-nummer zullen deel 8 en de epiloog verschijnen.
Nu volgt deel 7.

1.


Naast haar was Johan Hendrik als een blok ingeslapen. Sofie en An hielden haar wakker.
An, met grote stelligheid: Afhankelijkheid, daar komt het allemaal door. Wij vrouwen zijn door en door afhankelijk. Wij hebben voortdurend anderen nodig om ons te bevestigen. Vooral mannen natuurlijk. Mooi zijn, aantrekkelijk zijn, eventueel intelligent zijn, goede minnaressen zijn en de mannen bevredigen, kinderen voortbrengen. Dat is wat van ons wordt verwacht.
Sofie: Nou ja, dat laatste toch minder dan vroeger.
An: Zeg liever: anders dan vroeger. Kinderen in het juiste aantal en op de juiste momenten. En wie bepaalt die aantallen en momenten? De pil is niet door vrouwen uitgevonden, bedenk dat wel. Als ongewenste zwangerschap al bestaat, dan kan dat een vrouwenprobleem zijn als zij geen man heeft. Anders is het nog meer een mannenprobleem dan een vrouwenprobleem. Eigenlijk zijn wij niet meer dan een bijzonder soort vee. Kijk maar naar onze alleraardigste praktijk Yes.
Sofie, snibbig: Daar ben je zelf gaan werken. Je wist dat daar risico’s aan zitten.
An: Ik zag het als een mogelijkheid om het eens echt anders te doen. Om uit die kleinburgerlijke vrouwenrol weg te komen. Om eens iets te gaan meemaken.
Sofie: Prostitutie en vrouwenemancipatie horen toch niet bij elkaar? Of wel soms, volgens jou dan. En bovendien, vrouwenemancipatie is toch niet nieuw? Er is de laatste eeuw veel veranderd. Je kan moeilijk volhouden dat de vrouw van nu nog steeds eigenlijk een slavin is.
An: Toch wel ja. Nog steeds. De vrouw is op haar best geïntegreerd. Net als migranten en mensen met beperkingen. Ze mag allerlei posities innemen waarvoor vrouwen vroeger niet in aanmerking kwamen, maar wel op de geldende condities. Zij is degene die zich moet aanpassen. Zij moet zich de kennis, vaardigheden en attitudes eigen maken die door anderen nodig worden gevonden. Zij moet zich net zo gaan gedragen, net zo gaan worden als de mannen in wier midden zij komt te functioneren. Verder verandert er door haar aanwezigheid niets. Emancipatie is toch echt iets heel anders. Dat is meedoen op eigen voorwaarden of op voorwaarden waarover je het als gelijkwaardige partijen eens bent. Integreren is aanpassen. Emanciperen is vrij worden. Van wat je van iets of iemand anders moet zijn.
Sofie: In het sociale leven zijn wij vrouwen anders best invloedrijk. Feminiene waarden en feminien gedrag zijn sterk bepalend voor sociale correctheid. Juist van mannen.
An, heftig knikkend: Maar dat is een kwestie van tolerantie. Niet van emancipatie. De meerdere is tolerant tegenover de mindere. Ondanks alle taboes is de diepere laag nog steeds masculien. Assertiviteit, prestatiegerichtheid, materieel succes. Ook de middle class vrouw gedraagt zich hiernaar.
Allebei zwijgen ze even.
Dan vraagt Sofie: Wat is er de laatste eeuw dan eigenlijk wezenlijk veranderd?
An: Het is allemaal binnen het zelfde systeem gebleven. Wij vrouwen zijn gaan meedoen met de dingen die de mannen altijd al deden en de dingen die wij altijd deden zijn we blijven doen.
Sofie: Dus zelfs als de mannen nog meer zouden overnemen van bijvoorbeeld onze zorgtaken, dan zou er volgens jou nog niets veranderen. Dan zou nog niemand uit de lijst stappen.
An, met een knik: Ja precies. Dat is het. Wil er ooit echt iets veranderen, dan moeten wij er uit stappen.
Sofie, met een diepe zucht: Nou ja, dat ga jij dan doen. Definitief zelfs, als het gaat zoals ze willen.
An: Reken maar niet dat het gaat zoals ze willen.
Sofie: Dat hoop ik van harte. Je bent mijn zusje An. Ik houd van je, meer dan van wie ook.
An: Mijn allerliefste Sofie. Zonder jou is er niets.

2.


Op voorstel van zijn therapeut lunchten Niels en hij samen. Zo hadden ze gelegenheid het gesprek met Karl Lundquist van die middag voor te bereiden. Ze spraken vooral over het managen van verwachtingen. Je moest je er van bewust zijn, zei de therapeut, dat je niet zozeer te veel, maar vooral de verkeerde dingen kon verwachten. Het resultaat daarvan was altijd teleurstelling.
‘Dat heb je mij al eens eerder voorgehouden’, zei Niels met een grijns. ‘Maar toen ben ik allerminst teleurgesteld.’
‘Nee’, zei de therapeut, ‘maar het gevolg is wel dat wij nu hier zitten. Denk er aan dat je op twee manieren teleurgesteld kunt raken.’
‘Om wat de rapportage oplevert’, probeerde Niels.
‘Ja’, knikte de therapeut. ‘Op twee manieren, zoals ik zei. Het kan zijn dat er inhoudelijk toch niet zo veel uitkomt. Dat het min of meer blijft bij een verslag van werkzaamheden, dat inhoudelijk niet veel nieuwe gezichtspunten oplevert. Dat kan zijn omdat die er gewoon niet zijn. Het kan ook zijn dat er niet veel extra’s is ontdekt, of dit er nu is of niet.’
‘Dan moet er misschien meer onderzoek worden gedaan’, zei Niels.
‘Ja misschien’, zei de therapeut. ‘Dat moet dan eventueel worden beoordeeld, vooral door jou natuurlijk. Maar er is nog een andere mogelijkheid.’
Niels keek hem aan en zei: ‘Dat er wel iets is ontdekt.’
‘Juist’, zei de therapeut. ‘En dat je je daarvan een ongeluk schrikt.’
‘Denk jij dat dat kan?’
De therapeut knikte.
‘Heeft hij dan tegen jou al iets onthuld?’
De therapeut schudde zijn hoofd en zei:
‘Nee. Maar ik heb wel eens last van voorgevoelens. Volkomen irrationeel natuurlijk, dus let er maar niet op.’

3.


Naast zijn laptop had Karl een beamer meegebracht. Handig installeerde hij de apparatuur en schakelde deze in. Nadat de therapeut een paar inleidende en sfeerbepalende dingen had gezegd en er koffie was gebracht, begon Karl:
‘Ja, ik heb toegezegd na drie weken zo volledig mogelijk te zullen rapporteren. Die tijd is nu verstreken en dus is het mijn taak deze toezegging waar te maken. Altijd wel even spannend natuurlijk, vanwege de vraag of het onderzoek voldoende resultaat zal hebben opgeleverd. Ik kan beginnen met jullie op dit punt gerust te stellen. Ja, het onderzoek heeft voldoende resultaat opgeleverd om vandaag te rapporteren en met elkaar te bespreken. Ook al heeft mijn rapportage in dit stadium een voorlopig karakter. Ik heb hier het een en ander op de laptop in de vorm van sheets en foto’s. Ik heb ook een schriftelijk concept-rapport, waarin alles nog eens zo nauwkeurig als nodig en zo kort mogelijk is opgeschreven. Bij dit laatste moet ik jullie op voorhand verzoeken om uiterste discretie. Het is niet de bedoeling dat buiten ons drieën iemand anders op de hoogte komt van de inhoud daarvan. Dat zou zeer schadelijke gevolgen kunnen hebben.’
Ze knikten ter bevestiging.
Karl projecteerde een sheet met de vraagstelling. ‘Onderwerp van het onderzoek is mevrouw An van de Loo en dit zijn de vier componenten van de vraagstelling’, zei hij:
‘ 1. Haar individuele persoon en haar persoonlijke relaties.
3. Haar relaties tot Brazilië en zo mogelijk de ontwikkeling daarvan en
4. Wat zij te maken heeft met het grote programma en met het Amazonegebied en hoe zij kan weten wat zij over de bij het programma betrokken partijen heeft gezegd. Liefst ook wie die betrokken partijen zijn. Ook overige relevante of interessante aspecten die aan het licht zouden komen, worden tot de vraagstelling gerekend.’
‘Ik begin met een kort verslag van werkzaamheden’, ging hij verder en projecteerde een bijpassende sheet met enige punten. ‘Ik denk te kunnen zeggen dat ik geluk heb gehad. Een search-actie op internet bracht me bij een cliënt van haar naaste collega in het topsegment van Bureau Yes, de praktijk Yes volgens henzelf. Ik moet wel zeggen dat Yes inderdaad tot de top in zijn soort behoort. Ze hebben een uitstekende naam, vooral de dames natuurlijk. Van de contactpersoon wist ik dat deze topgirl goed Zweeds spreekt. Zo vroeg ik bij Bureau Yes om een spoedarrangement van één etmaal bij voorkeur met iemand die Zweeds sprak, natuurlijk in de hoop dat er niet meer waren. Die truc lukte. Toen ik eenmaal met haar in een hotelkamer zat, heb ik open kaart gespeeld. Ik heb mij als politieman bekend gemaakt en gezegd dat ik haar moest spreken in verband met een onderzoek naar activiteiten van haar collega An van de Loo. Ze bleek ervaren in de omgang met autoriteiten en politie. Maar op de een of andere manier wilde ze wel iets kwijt en we lagen elkaar wel. Hoe dan ook, we zijn tot een deal gekomen en ze heeft me het nodige verteld. Verder heb ik via een kennis een rechercheur bij de Nederlandse landelijke politiediensten ontmoet. Die had haar antecedenten laten natrekken. Maar niet alleen dat; hij bleek in dezelfde plaats te wonen als zij en haar ook persoonlijk redelijk te kennen. Door zijn toedoen heb ik haar in haar woonomgeving kunnen zien en fotograferen. Hij heeft mij ook de nodige privégegevens over haar verstrekt.’
De therapeut knikte en zei: ‘Heel interessant.’ Niels knikte ook, nogal gespannen.
‘Ook heb ik via een connectie iemand kunnen spreken in de diplomatieke dienst, uit de Braziliaanse sfeer zullen we maar zeggen. Afijn, de details daarvan willen jullie me wel schenken, neem ik aan.’
Ze knikten.

4.


‘Nu naar de inhoud’, ging Karl verder. ‘Punt 1, haar individuele persoon en haar persoonlijke relaties. Anna Sofia van de Loo is momenteel 37 jaar. Ze is geboren te Oegstgeest bij Leiden, Nederland. Sinds ruim 10 jaar is ze gehuwd met Johan Hendrik Clemens Hardenberg, hoofd ICT bij een gemeente. Er zijn twee kinderen; dochter Irma van 8 en dochter José van 6.’
Daarop volgde informatie over haar gezinsomstandigheden, loopbaan tot nu toe en verdere activiteiten. De therapeut stootte Niels aan en zei:
‘Zie je wel, Sofie. Of denk je soms dat dat Ans tweelingzus is?’
Niels schudde zijn hoofd en zei: ‘Nee, het is duidelijk.’
Karl keek hen een voor een aan en zei: ‘Ja, dat verhaal over een tweelingzus heb ik ook weer gehoord. Van mijn Nederlandse collega, die goede redenen had het niet te geloven. En in het onderzoek is er ook niets van gebleken. Ik heb wat zelf gemaakte foto’s. Interesse?’
Beiden knikten, waarop hij de foto’s projecteerde en van toelichting voorzag.
‘Kijk, op de tennisbaan. Druk aan het trainen voor het toernooi dat komend weekend plaatsvindt. En een partijtje aan het spelen.’
Een stuk of zeven foto’s gleden voorbij. Niels probeerde zijn heftige gevoelens onopgemerkt te laten blijven bij het zien van die lieve An in haar tennistenue, dat de vormen van haar figuur en haar prachtige benen schitterend liet zien. Het haar opgemaakt in een paardenstaartje.
‘Zo’, zei de therapeut, ‘dat is ze dus. Klopt dat Niels? Is ze het echt?’
Niels knikte heftig en zei met wat dichtgeknepen keel: ‘Ja, dat is ze. Dat is An. Helemaal.’
‘Nou’, zei de therapeut, ‘je hebt zeker niet overdreven. Ze overtreft mijn stoutste verwachtingen.’
‘Ja, dat was mijn idee ook toen ik haar zag’, zei Karl. ‘Echt een heel mooie meid hoor. Mijn complimenten voor je goede smaak Niels.’
‘Nog niets te zien van haar zwangerschap hè’, zei de therapeut.
Daarop volgden foto’s van haar woonomgeving en haar huis.
‘Kijk’, zei Karl, ‘dit is haar huis. En die linker man is haar echtgenoot Johan Hendrik Hardenberg. En kijk, dat meisje is haar jongste dochter José.’
‘Nu ken je haar hele gezin Niels’, zei de therapeut. ‘En zeg nu zelf, dit beeld wijkt niet af van wat wij al dachten hè?’
Niels zweeg. Zijn therapeut had gelijk. Tegelijkertijd hoorde hij binnenin zich een stemmetje zeggen dat hijzelf helemaal niet zo slecht afstak bij deze al wat kalende, enigszins corpulente goedzak van een echtgenoot. En wie zou haar de laatste tijd het lekkerst…? Voorzichtig, daaraan droeg ze zelf het nodige bij, dat wist hij immers uit eigen ervaring.
‘Punt 2’, ging Karl onverstoorbaar verder. ‘Haar werkomgeving en cliëntenpatroon. Mevrouw Sofie Hardenberg alias An van de Loo werkt dus sinds tweeënhalf jaar als escortdame bij de Praktijk Yes te Amstelveen, dicht bij Amsterdam. Ze opereert merendeels internationaal en wereldwijd, in het hogere marktsegment. Ze kan buitengewoon goed schieten, ook met zware wapens en omgaan met allerlei explosieven en andere materialen. Ze fungeert regelmatig als vrijwillig veiligheidsagent aan boord van vliegtuigen.’
De therapeut floot tussen zijn tanden en zei: ‘Zo, dat is niet niks.’
Niels herinnerde zich de opmerking van zijn Duitse collega op die laatste morgen van het congres in München. Nee, je kon inderdaad beter geen ruzie met haar krijgen.
‘Allerlei cliënten is ze van dienst geweest’, ging Karl verder. ‘Heel verschillende. Wat ze gemeen hebben is dat ze belangrijk of hooggeplaatst zijn. Zakenmensen, industriëlen, kunstkenners, topdiplomaten, bouwkundigen en hoogleraren, onder andere uit Zweden.’
Hij keek Niels aan en wachtte op zijn bevestigende hoofdknikje, waarop hij verder ging:
‘In Rotterdam en later in Lissabon een Braziliaan uit de meest vooraanstaande kringen, waarop ik nog terugkom. En tot de allerhoogst geplaatsten aan toe. Ik heb hier een paar foto’s die ik jullie eigenlijk niet mag laten zien. Die niemand mag zien. Ze zijn gemaakt met beveiligingscamera’s. Data en tijd staan er op, alsmede de identificatiecode. Kijk, hier wandelt ze in een tuin. Willen jullie weten waar dat is?’
Ze knikten en Karl zei:
‘Een privélandhuis van de Nederlandse koninklijke familie. En weten jullie wie dit is, die hier zo hartelijk afscheid van haar neemt?’
Ze zagen wel iets bekends aan de uitstekend geklede en verzorgde heer van in de veertig, die haar in zijn armen hield en stevig kuste, maar wisten het niet.
‘De Nederlandse prins. De koningin kent ze ook. Net een echte prinses hoor, die An van jullie.’
‘Goeie genade Karl’, zei de therapeut. ‘Dat fotomateriaal is zeer explosief. Wat ga je daarmee doen?’
‘Niets’, zei Karl. ‘Daar kan je niets mee doen, zelfs niet als je zou willen. Ze ontkennen gewoon en zeggen dat het een elektronische truc is.’
‘Weet je zeker dat het dat niet is?’
‘Ja’, bevestigde Karl, ‘dat weet ik zeker.’
Hij ging verder: ‘De aandelen van de praktijk Yes zijn in handen van een Amerikaans hedgefonds. Er bestaan sterke vermoedens over betrokkenheid van de eigenaren en vanuit dit bureau bij activiteiten in de criminele en terroristische sfeer. Yes heeft de aandacht van verschillende nationale en internationale inlichtingen- en opsporingsdiensten. Waarschijnlijk is er actieve betrokkenheid bij recente verdwijningen van vrouwen. De investeerders willen meer en vooral sneller cash zien dan de escortservice opbrengt. Daarom doen ze wat zo veel investeerders tegenwoordig doen; ze verkopen de assets.’
Niels keek een beetje wazig in de verte, maar de therapeut knikte alert en vroeg:
‘Wat gebeurt daar dan mee? Mensenhandel?’
‘Illegale orgaanhandel en dergelijke’, zei Karl. ‘Te walgelijk voor woorden.’
‘Dus ze verdwijnen definitief’, vroeg de therapeut.
‘Inderdaad’, zei Karl. ‘Bewezen is er nog niets, maar daarvan kan je wel uitgaan. Er is er tenminste nog niet een teruggekomen. Er is een lijst. De transferlijst. Daarvan gaan ze op hun beurt.’
‘En zij’, vroeg de therapeut weer.
‘Ze staat één met stip. Zeer binnenkort. Volgende week dinsdag om precies te zijn. Naar Rio de Janeiro. Inside information, gisteravond van mijn zegsvrouw. Vermoedelijk weet ze het zelf ook. Er wordt net gedaan alsof ze voor een belangrijk arrangement gaan. Ergens op een luchthaven in het buitenland worden ze opgewacht door iemand die ze naar een bepaalde plaats brengt. Nou ja, de rest kan je raden. Zij heeft dat bericht al gehad. Volgens zeggen kent ze de betekenis daarvan heel goed.’
‘En gaat ze iets doen?’
‘Ja, daar ziet het wel naar uit. Maar daarop kom ik zo dadelijk terug. Eerst Brazilië. Vinden jullie het goed dat ik de punten 3 en 4 combineer?’ De therapeut knikte. Niels draaide wat heen en weer en zei: ‘Begrijp ik het goed dat ze in groot gevaar is? Moeten wij het daarover dan niet eerst hebben?’
‘Ja’, zei Karl, ‘maar het heeft alles met Brazilië te maken.’
‘Ok’, zei Niels. ‘Geef jij het dan maar aan.’
‘3’, ging Karl verder, ‘haar relaties tot Brazilië en zo mogelijk de ontwikkeling daarvan en 4 Wat zij te maken heeft met het grote programma en met het Amazonegebied en hoe zij kan weten wat ze over de bij het programma betrokken partijen heeft gezegd.
Om te beginnen heeft ze een Braziliaans paspoort en vermoedelijk dus ook de Braziliaanse nationaliteit, naast de Nederlandse. Ze heeft een account bij een bank in Sao Paulo. Het is aannemelijk dat ze zelfstandig over ruime financiële middelen kan beschikken. Die zullen voor een deel afkomstig zijn uit haar escort-activiteiten. Maar volgens bepaalde inlichtingen is het saldo wel zodanig, dat er ook andere bronnen moeten zijn. Ze heeft dus een leven in Brazilië. Ik noemde al een Braziliaan uit een vooraanstaande familie, die ze heeft ontmoet in Rotterdam en later nog eens in Lissabon. Hij is die cliënt die eigenlijk geen cliënt is. Ze moet hem al heel lang kennen, van ver voor haar tijd bij Yes. Hij is degene die haar de papieren overhandigde, die ze bij jou heeft gebracht.’ Bij deze laatste woorden keek hij Niels aan, die bevestigend knikte.
‘Deze man heeft zich dus als cliënt voorgedaan, zoals jijzelf trouwens ook’, onderbrak de therapeut hem, waarop Karl knikte en met een glimlachje zei:
‘Ik had dat idee dus niet als enige, maar dat is wel eens vaker zo. Hij is speciaal voor haar naar de praktijk Yes toegekomen. Het is heel goed mogelijk dat ze hem op de een of andere manier te hulp heeft geroepen. Hij is degene die haar gaat helpen, al heb ik geen idee hoe. En van hem is ze zwanger.’
‘Zo, dat weten we dan allemaal’, zei de therapeut.
Niels zweeg en Karl wachtte ook even af.
‘Wat concluderen we hier nu uit’, vroeg de therapeut tenslotte.
‘Die vraag mag je straks nog eens stellen’, zei Karl. ‘Er is eerst nog iets anders.’
‘Iets ernstigs?’
‘Ja, iets ernstigs, dat kan je wel zeggen.’

5.


Er werd geklopt en gevraagd of ze nog iets wilden drinken. Toen ze allen weer van het nodige voorzien waren, nam Karl opnieuw het woord. Hij richtte zich tot Niels en zei:
‘Toen An dat weekend bij jou was, dat privébezoek bedoel ik, toen heeft ze met jou over dat grote programma in Brazilië gesproken hè?’
Hij knikte en zei: ‘Ja, ze kwam die documenten overhandigen. Brieven op hoog regeringsniveau. Een verzoek om ermee te stoppen en een aanbod van compensatie voor de Europese betrokkenen. Van dat laatste zei ze dat ze het zelf had bedongen. Dat kan ze kennelijk. Ze schijnen er in Brazilië vanaf te willen. Ook daar is het natuurlijk een machtsstrijd tussen belangen. Momenteel schijnt het belang van de inwoners van het gebied aan de winnende hand te zijn. Bij de stukken was een introductiebrief voor een audiëntie bij de president, in geval wij op het verzoek en aanbod zouden ingaan.’
‘De Brazilianen schijnen inderdaad van dat programma af te willen’, zei Karl. ‘Wat zei ze over de betrokken partijen?’
‘Om te beginnen dat de partij waarmee wij zaken deden al niet zo fris was’, zei Niels. ‘Dat was ons op zichzelf niet aan te rekenen, want dat wisten wij waarschijnlijk niet. Maar onze grootste concurrent was een keiharde Amerikaanse partij. Echt meedogenloos. Volgens haar bestond het vermoeden dat zij in België die documenten hadden laten roven, waarbij twee doden waren gevallen. En dat zij het ook waren die in Wenen die Chileense diplomate hadden laten liquideren, waarbij ook Ans collega was omgekomen. Die diplomate wist bepaalde dingen, wist in ieder geval te veel.’
‘Zei ze nog meer’, vroeg Karl.
‘Nou ja, ze waarschuwde mij. Met die harde jongens moest je erg voorzichtig zijn. Volgens haar kon ik ook zelf in groot gevaar zijn, zonder het te weten. Mijn bedrijf, maar mijn persoon ook. Ik moest maar eens aan die vrouw in Wenen denken. Ach, ik heb het maar niet al te serieus genomen.’
Na zijn woorden bleef het stil. Toen dat even duurde begon hij steeds ongemakkelijker rond te kijken. Karl zat met gebogen hoofd, in een diep nadenkende houding. De therapeut keek weinig zeggend voor zich uit.
‘Denk je, denk je dat dat niet terecht is’, vroeg hij tenslotte aarzelend in Karls richting.
Het bleef nog even stil. Toen hief Karl zijn hoofd op, keek hem aan en zei:
‘Ik denk dat dat niet terecht is nee. Het is inderdaad heel goed mogelijk dat je in groot gevaar bent. En zij kan dat heel goed weten. Ben je al ergens wezen praten?’
‘Nee, nog niet. Hoezo?’
‘Wacht daar dan ook nog heel even mee.’
‘Waarom?’
‘Ze zei dat die Amerikanen vermoedelijk de opdrachtgevers waren voor die roofoverval en die moord hè?’
Niels knikte: ‘Ja, daarin was ze vrij stellig.’
‘Zei ze ook iets over de mogelijke daders?’
‘Nee. Niet meer dan wat daarover in de kranten heeft gestaan.’
Karl zweeg weer heel even, slaakte een zucht en zei:
‘Er zijn sterke aanwijzingen dat ze zelf de dader is. Van die moorden in Wenen. En van het schietwerk bij die roofoverval in België. De vrouw die daar bij was, dat was zij waarschijnlijk.’
Nadat het weer een hele tijd stil was geweest vroeg de therapeut:
‘Als dat zo ernstig wordt vermoed of zelfs al zeker is, waarom loopt zo’n crimineel dan nog vrij rond?’
‘Het is nog niet bewezen’, zei Karl. ‘En dat is ook heel moeilijk. Er zijn geen getuigen en geen signalementen. En bovendien geniet ze immuniteit op het allerhoogste niveau. Door de politie of door wie dan ook mag haar geen haar worden gekrenkt. Zal wel komen door haar activiteiten op koninklijk niveau.’
Het was weer even stil totdat Karl zei:
‘We moeten maar eens goed nadenken hoe het nu verder moet. Deze dame kan echt levensgevaarlijk zijn. We hebben nog geen idee hoe ze bij de verschillende dingen betrokken is en welke belangen ze dient.’

6.


Niels zat als verdoofd. Het duurde een hele tijd voordat hij iets kon uitbrengen. Tenslotte, terwijl de therapeut nog bleef zwijgen, wendde hij zich tot Karl en vroeg:
‘Doe jij nu verder nog iets?’
Karl keek hem aan en zei: ‘Dat hangt in de eerste plaats af van jou als opdrachtgever. Of jij wilt dat er nog iets wordt gedaan. En vervolgens van de mogelijkheden die zich voordoen.’
‘Heb jij daar ideeën over?’
‘Wel iets maar nog niet veel’, zei Karl. ‘Onze horizon strekt zich uit tot komende dinsdagavond. Hier in ons werelddeel tenminste, want dan vertrekt ze naar Rio. Daar zal ze woensdagochtend plaatselijke tijd aankomen. Als het plan van die, zeg maar, criminelen die haar daar naar toe laten komen slaagt, nou ja, dan zal ze er waarschijnlijk binnen zeer kort na haar aankomst niet meer zijn. Ik neem aan dat daarmee dan onze activiteiten eindigen. Maar als dat andere plan slaagt, zeg maar van haarzelf en die Braziliaan uit Rotterdam en Lissabon, dan gebeurt er iets anders. Wij hebben geen idee wat. Verondersteld mag worden dat ze dan in leven hoopt te blijven en op de een of andere manier te verdwijnen. Het zal wel de bedoeling zijn dat voorlopig niemand haar terugziet. Maar ja, als ze inderdaad die moorden heeft gepleegd, bij die overval betrokken is geweest, daar als schutter heeft gefungeerd, dan vind ik het toch moeilijk haar zomaar te laten weglopen en ons verder van de domme te houden. En ook als ze al die dingen toch niet heeft gedaan, wat ik van harte hoop, dan blijft het moeilijk haar zomaar te laten gaan. Dan is ze op zijn minst een belangrijke getuige.’
Niels zweeg. Zijn gedachten waren verward. Er kolkte van alles door elkaar heen. Hij had geen idee wie of wat An werkelijk was. Kennelijk kon hij daar geen idee van hebben. Dat paste trouwens wel goed bij een echte prinses. Prinses An ja, zo moest hij maar aan haar blijven denken.
De therapeut sprak tenslotte en vroeg aan Karl:
‘Heb jij je voor de periode tussen nu en dinsdagavond nog bepaalde activiteiten voorgenomen?’
Karl zei, bedachtzaam: ‘Ikzelf niet direct. Maar ik heb een goed contact met mijn Nederlandse collega over wie ik sprak. Hij houdt tot dinsdag onopvallend een oogje in het zeil. Dit weekend heeft ze een tennistoernooi en als lid van de club kan hij daarbij gemakkelijk aanwezig zijn. En maandag en dinsdag zal hij zelf zijn dochter naar school brengen. Dinsdagochtend belt hij mij in ieder geval. Ik denk dus redelijk zeker te kunnen weten wanneer ze vertrekt.’
Nadat ze nog wat hadden heen en weer gepraat, besloten ze het eerst op zich te laten inwerken. En om morgen, zaterdagmiddag om vier uur hier in de praktijk van de therapeut weer bij elkaar te komen. Om te bespreken of ze het hierbij zouden laten, of welke aanvullende activiteiten eventueel ondernomen zouden moeten worden.

7.


‘Hij is een politieman in hart en nieren. Van het beste soort. Waren ze allemaal maar zo’, zei de therapeut nadat hij Karl had uitgelaten. ‘Hij heeft goed werk geleverd, vind je niet?’
Niels knikte. ‘Ja, we weten nu heel wat meer van haar. Ook van haar privéleven en omstandigheden.’
‘En ben je verbaasd over wat je van haar privéleven hebt gezien? Op die foto’s bijvoorbeeld?’
‘Wat haar tennisspel betreft wel ja’, zei Niels en de therapeut bevestigde dat.
‘Als Karl eenmaal op een spoor zit, dan laat hij een mogelijke misdadiger niet graag los’, ging de therapeut verder.
‘En daar ziet hij An voor aan’, vroeg Niels.
‘Ja en daarvoor heeft hij redenen genoeg’, meende de therapeut.
‘Wat wil hij nu verder doen’, vroeg Niels. ‘Zorgen dat ze in handen van de politie komt?’
‘Geen idee’, zei de therapeut. ‘Zal hij zelf ook nog wel niet precies weten. Bovendien, het zijn natuurlijk niet meer dan ernstige vermoedens. Er is nog niets zeker. Zijn collega in Nederland houdt haar voorlopig een beetje in de gaten. Dat is alles. Tot dinsdag dan. Daarna weten wij het helemaal niet. Daarover moeten wij het morgen hebben.’
Ze zwegen even, waarna de therapeut hernam:
‘Jij kijkt er natuurlijk vanuit een ander gezichtspunt tegenaan. Jij kent haar min of meer persoonlijk en sinds kort ook zakelijk. Als ik jou was zou ik me even op dit laatste concentreren. Het zakelijke belang dat je bij haar hebt. Zij was de contactpersoon voor de belangrijke boodschap die je bereikte. Maar na wat je vanmiddag hebt gehoord, weet je niet wat de positie van de Braziliaanse regering is. Je weet alleen dat ze met jullie willen praten over de voorwaarden waarop jullie betrokkenheid bij dat programma kan eindigen. Dat kan zijn omdat ze de zijde van de oorspronkelijke bewoners van het gebied hebben gekozen. Of juist omdat ze dat niet hebben gedaan en alles willen gunnen aan jullie tegenpartij. Ik denk wel dat je er belang bij hebt inzicht te krijgen in de verschillende posities. En daarbij is An van de Loo een sleutelfiguur.’
‘Dank je voor deze heldere analyse’, zei Niels. ‘Je bent een goede gesprekspartner in een moeilijke situatie, zoals gewoonlijk.’
‘Mag je van mij verwachten’, zei de therapeut droog.

8.


Daarna besloten ze samen te gaan eten. Het kwam hem eigenlijk allemaal redelijk goed uit, verklaarde de therapeut op de door Niels gestelde vraag of het voor hem niet al te bezwaarlijk was. Nee, het kon wel, want hij was dit hele weekend alleen. Hij zei niet welke omstandigheden hiertoe hadden geleid.
Ze aten goed en dronken er een uitstekende wijn bij. Later nog een paar glazen cognac en een whisky. Allebei optimistisch gestemd keerden ze aan het eind van de avond huiswaarts.

9.


‘Ik heb er nog eens goed over nagedacht en slecht van geslapen’, zei Karl de volgende middag. ‘Maar ik zie geen andere mogelijkheid dan zelf naar Rio de Janeiro te vliegen. Dan zal ik ervoor zorgen dinsdagavond plaatselijke tijd te arriveren. Als zij inderdaad dinsdagavond uit Amsterdam vertrekt, vliegt ze via Parijs en komt woensdagochtend kwart voor zes plaatselijke tijd in Rio aan. Dan ben ik daar in de aankomsthal om te zien wie haar opwachten of afhalen. En wat er verder gebeurt. Eventueel probeer ik haar te volgen. Uiteraard zijn de kosten van deze reis en bijbehorende activiteiten niet voor jouw rekening Niels. Ik zal proberen ze op de politie te verhalen. En anders is het jammer.’
Nadat ze even stil waren geweest zei de therapeut:
‘Gisteren nadat jij was vertrokken, kwamen Niels en ik tot de conclusie dat hij een aanzienlijk zakelijk belang bij An heeft. Zij was immers de boodschapster van het bericht dat hem bereikte. Maar na wat hij gisteren van jou te horen heeft gekregen, weet hij niet wat de positie is van degenen die hem dit bericht zonden. Hij heeft er groot belang bij dit te weten te komen en zij is hierbij een belangrijke schakel.’
‘Zou je haar zelf nog te spreken willen krijgen’, vroeg Karl aan Niels.
Niels knikte: ‘Ja, of anders weten waar ze blijft.’
‘Dan zou je met mij mee moeten gaan’, zei Karl. ‘Voordeel is dat ze jou daar helemaal niet verwacht en dat je kunt proberen haar te verrassen en daardoor misschien kunt laten praten. Er zijn natuurlijk ook evidente nadelen. Mij kent niemand. Als ik alleen ben kan ik onopgemerkt blijven en doen wat ik wil. En er zullen anderen zijn die haar komen afhalen en haar niet graag uit handen zullen geven. Als het ons al lukt om ergens met haar naar toe te gaan, dan zullen ze ons zeker volgen. Jij zou het dus zeker niet alleen moeten doen, maar samen met mij is het te proberen. Alleen, houd er rekening mee dat er een grote kans is dat het niet lukt. Dat wil ik nadrukkelijk gezegd hebben. Maar misschien is ze opgelucht als ze jou ziet en wil ze meegaan. Er zijn natuurlijk wel manieren waarop ik dat kan aanmoedigen. Bijvoorbeeld door haar te arresteren.’
‘Kan jij dat dan?’
‘Ook ik heb een internationale licentie. Ik kan de plaatselijke collega’s van tevoren inlichten. Haar immuniteit zal daar wel niet gelden. En anders maar wel. Dan wordt dat pas ontdekt nadat wij met haar hebben gepraat.’
Ze spraken hier over door en werkten het idee uit tot een concreet plan. Als ze dinsdagochtend om half negen van Göteborg vertrokken, konden ze om half tien in Amsterdam zijn. Vandaar konden ze om kwart voor elf door naar Lissabon, waar ze kwart voor twaalf plaatselijke tijd zouden aankomen. Dan hadden ze daar tijd om te lunchen, want om kwart voor drie konden ze verder naar Rio de Janeiro. Daar zouden ze om kwart voor elf in de avond plaatselijke tijd aankomen. Een hotel regelen moesten ze dan ter plaatse maar doen. Of anders de nacht doorbrengen op de luchthaven.
Dinsdagochtend om tien uur zou zijn Nederlandse collega Karl bellen om te berichten of ze die dag inderdaad ging vertrekken. Dat zou dan tijdens hun overstap in Amsterdam zijn. Mocht ze onverhoopt toch niet gaan, of mocht de collega haar uit het oog verloren hebben, dan konden ze vanuit Amsterdam terugkeren naar Göteborg.
Ze beklonken deze afspraken met een glas cognac uit de voorraad van de therapeut. Niels zegde toe hem zo spoedig mogelijk uitgebreid verslag te zullen uitbrengen. Ze hadden alle drie een wat samenzweerderig gevoel, zeker na hun tweede glas.

10.


Toen Jan Kleiberg dinsdagochtend zijn dochter naar school had gebracht, zag hij haar inderdaad. Juist toen hij achter haar langs liep in de richting van huis, maakte zij zich los uit de kring van moeders met wie ze had staan babbelen. Ze kwam naast hem lopen en zei:
‘Dag Jan. Dochter weer veilig op school? Alles goed met Hetty?’
Hij vond het heel vriendelijk van haar, tijdens deze laatste ontmoeting. Morgen zou ze hier niet meer zijn. En overmorgen zou ze misschien niet eens meer in leven zijn. Hij zou er heel wat voor over hebben zijn geheim nu met haarzelf te kunnen delen. Hij zei:
‘Dank je Sofie. Ja hoor, thuis alles goed. En bij jullie ook?’
Ze knikte: ‘Zeker wel hoor. Johan Hendrik is druk aan het werk.’
En wat ga je vandaag zelf doen, had hij best willen vragen. In plaats daarvan zei hij:
‘En? Ben je al een beetje bijgekomen van het tenniskampioenschap?’
Ze knikte weer. ‘Ja hoor. En het was natuurlijk wel heel fijn.’
Nog een twintigtal meters liepen ze zo naast elkaar. Kon hij nu maar iets zeggen. Zoiets als: Sofie, wees alsjeblieft verstandig. Denk aan je man en twee schatten van dochters. Je kan toch beter in de gevangenis zitten dan je leven riskeren? In plaats daarvan groetten ze elkaar en gingen ieder hun eigen kant uit. Zij naar het fietsenhok, hij in de richting van zijn huis. Ze hadden afscheid genomen. Als goede kennissen. Als vrienden?

11.


Precies om tien uur belde Jan volgens afspraak Karl Lundquist. Deze bevond zich in een lawaaiige omgeving, maar ze konden elkaar toch goed verstaan. Ja, Jan had haar zojuist nog bij school gezien. Uiterlijk wees niets ook maar ergens op, maar ze moesten ervan uitgaan dat ze vandaag ging vertrekken. Karl bedankte hem en ze wensten elkaar veel succes en tot ziens.

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website