BOEKEN TE LEZEN


een gedicht van Jaap van der Hoest

Een boek kan ik in mijn handen nemen,
het betasten, vormen ervan waarnemen,
het open slaan, de vellen papier door mijn
vingers laten gaan en dan onder mijn neus
brengen om de geur van jaren tot mij te
laten komen. Voordat ik zon ontmoeting
afsluit weeg ik het boek terloops nog even.
Steeds speelt weer de vraag op: hoe te lezen?
Letters zijn er voor ogen, vaak geholpen door
geslepen glazen in een montuur. Ontoereikend
is die hulp voor mij. En vergroten? Mijn kijkers
zetten mij aan het werk, prikkelen verlangens
tot uitlezen, wat vermoeit en toch niet gaat.
Mijn ogen zien hun mankement, worden zo
hun tekort gewaar. Tekens worden geen letters.
Boeken zijn soms als marathons op visuele paden.
Maar er is techniek, ook voor het kunnen lezen.
Falende ogen zijn geen stuitende grenzen meer.
Vingertoppen kunnen tasten. Woorden worden al
door oren opgevangen.



***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website