Ongekend hoge temperaturen heersen in dit land dat doorgaans gekenmerkt wordt door een gematigd klimaat. En dan is het geheel van cronabesmettingen er ook nog.
Het ziet er naaruit, dat wij, die in Nederland wonen, eigenlijk niet anders kunnen doen dan deze omstandigheden aanvaarden. Als dat zo lijkt, komt dit erop neer dat onze houding 'stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw' zou zijn, en dat wij ons in een - over ons gekomen - lot schikken. Dat wij dus fatalisten zouden zijn geworden. Nee, dat moeten wij niet willen.
Ik geef meteen toe, dat ik makkelijk kan schrijven. Voor de wereldwijde klimaatverslechtering en het doorwoekeren van het coronavirus bestaan geen eenvoudige oplossingen. Bovendien zijn er in niet geringe mate individuen die menen dat zij er zelf - in hun eentje - toch weinnig tot niets tegen kunnen doen en regels ter bestrijding van het coronavirus aan hun laars lappen. Dat is een ernstig misverstand, want het is juist belangrijk dat zoveel mogelijk mensen gezamenlijk een zeer besmettelijk virus bestrijden. Vrijheid van besmetting kan niet zonder de gelijkheid van bestrijding door iedereen. En effectief streven daarnaar kan niet anders bereikt worden dan door middel van broederschap en zusterschap (of het met elkaar in verbondenheid als mensen het doel willen bereiken). Dat is, natuurlijk, heel veel idealisme bijeen. Ik ontken dat niet. Maar hoe moet het anders?
Stil zitten en afwachten? Gevreesd moet worden dat er dan zeker onvoldoende wordt bereikt.
Samen dromen over, hopen op en streven naar een betere wereld doet ertoe. De droom van Martin Luther King heeft wat dat betreft betekenis gekregen. Woorden hebben geleid tot verbeelding en - met aanhoudende strijd - tot werkelijkheid, een nog steeds voortdurend proces.
Mensen kunnen niet zonder verbeelding. Een met creativiteit ingebeelde realiteit kan hoop als het ware tastbaar maken. Woorden en taal als geheel spelen hierbij een wezenlijke rol. Dat begint niet met dikke boeken, wel met liederen (protestsongs bijvoorbeeld), poëzie en betekenis verlenende verhalen (die op pamfletten en in krantenvorm kunnen verschijnen en in deze tijd vaak digitaal worden verspreid). Woorden en taal worden vervolgers de bouwstenen voor vormen van literatuur, zoals verhalen, romans, toneelstukken en andere scripts. Dat kan als een bont geheel gezien worden, waarbij verwijzingen naar en overname uit teksten van anderen kunnen voorkomen.
Op het vertellen en opschrijven van verhalen wil ik nog accent leggen. Ik meen dat het belang daarvan nogal eens miskend wordt vanwege het niet of onvoldoende toekennen van kwaliteit ervan. Het komt voor dat mensen iets te vertellen hebben, een gebeurtenis of ervaring willen doorgeven, omdat zij de betekenis ervan belangrijk vinden. Door het op te schrijven en te verspreiden wordt het niet aan de vergetelheid prijsgegeven. Bekend is het gezegde 'wie schrijft die blijft'. En er is meer, dat in dit verband belangrijk is, namelijk: als verhalen gelezen kunnen worden, kan er ook van geleerd worden, op diverse manieren (via onderwijs en ook in het algemeen). Als het kan, is het goed om een verhaal in literaire taal te schrijven. Wie dat kan, is - door dat te laten zien - schrijver. Er zijn echter mensen die dat niet, of nog niet, kunnen. Wel blijken zij op hun manier en in hun vorm te kunnen noteren wat zij hebben waargenomen of ervaren. Soms hebben zij dat in brieven of in een dagboek gedaan. Dat kunnen zij later - als zich daarvoor een gelegenheid voordoet - verwerken tot, bijvoorbeeld, een boek. Ook kunnen brieven en dagboeken in een archief opgenomen worden en dan dienen als bron voor wie, bijvoorbeeld, historisch onderzoek verricht. En wat in mijn visie geldt voor brieven en dagboeken, is eveneens van betekenis voor digitale versies, zeker voor e-mails. In verhalen kan non-fictie, fictie of een mengvorm van beiden geboden worden. Het is aan de schrijver om de lezer in staat te stellen hierover vermoedens te ontwikkelen. Wil een lezer hom of kuit hebben en is hij niet bereid pretenties van de schrijver voor zoete koek aan te nemen, dan ontkomt hij er niet aan het verhaal kritisch te benaderen.
14 augustus 2020, Jaap van der Hoest
***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website