De margrieten zijn teruggekomen.
Vorig jaar voegde ik hen toe. Mijn
tuin werd hun thuis. Zij bloeiden en
lieten overblijvend groen na. Zou
een wederkeer hun toekomst zijn?
Ik zie knoppen. Mijn vingers voelen
wat ook mijn ogen zeggen. Zeker,
de bloemen zullen zich ontvouwen.
Rondom dominante harten klaren
licht gekleurd de blaadjes dan op.
Margrieten vind ik mooi. Zij sieren
hun omgeving, zijn duidelijk bloem.
Nee, van schaamte is geen sprake.
Hun schoonheid is voor ieders blik.
Zij springen in menig menselijk oog
als spontane aandacht, welverdiend.
Stoppels ontstaan, groeien tot haartjes.
Afwachten leidt tot een wordend vachtje.
Eens is bedacht mannengezichten te ontdoen
van haren. Scherpe voorwerpen te halen langs
vormgevende huiden die kaken omspannen.
Hoe lang geleden werd de eerste man geschoren?
Er kan geen geheugen zijn, dat zoiets presenteert.
Waren bedekkende haren de man dan soms tot last?
Was het de vrouw die ervan hield gezichten te zien?
Scheren is een manier om een lichaam te ontharen.
Mensen hebben iets met een huid-aan-huid-gevoel.
Ja, de beharing van andere plekken valt hier buiten,
hoewel nabijheid in het spel geen echte regels kent.
Mijn tuin behoeft onderhoud.
Vaak komt het er niet van.
Vooral snoeien stel ik uit.
Liever behoud ik het groen.
Een Franse stijl wil ik niet.
Moe word ik ervan, te strak.
Mijn voorkeur is de Engelse.
Natuur heeft recht op kans.
Tussen grindtegels groeit gras,
ietwat gênant. Ik laat het staan.
Wie wil nu van onkruid spreken?
Een stad is al genoeg versteend.