een verhaal van Aladar (uit het nagelaten werk van Alam Darsono)
"Zo eindigen Hanna's verjaardagen dus", dacht hij terwijl hij, met gulzige blik, naar de vrouw keek die in de hoek van haar canapé lag uitgezakt, laveloos, overmand door de drank. Er was weinig over van de dame die hem vroeger in de avond met een gemanicuurde hand had verwelkomd en nog minder van de koele secretaresse die met een gedecideerde stem had gezegd:"Je komt dus vanavond. Kom wat vroeger dan kunnen we samen eten. Je moet me wel helpen".
Zo had Hanna het geregeld. Hij had tegen de avond opgezien, gisteren, eergisteren, toen hij zich herinnerd had dat zij jarig was en hij niet wist wat hij moest doen.
"Nee", had zij op zijn vraag geantwoord, "Phyl komt niet. Zij heeft me vanochtend gebeld en we hebben bij KRUL een kop koffie gedronken en een gebakje gegeten. Ik heb een flesje lavendel van haar gekregen."
Ook later die avond, toen de bezoekers binnenkwamen, had zij alles goed opgevangen. Eerst kwam natuurlijk de oude mevrouw Koperveld die door iedereen Mops werd genoemd. Op haar vragende blik zei Hanna, alsof het heel gewoon was: "Egbert en Phyl zijn niet meer bij elkaar. Daarom is Egbert vanavond alleen."
Mops had hem enkel even aangekeken, maar haar anders zo nieuwsgierige mond had verder niets gevraagd of opgemerkt. Ook de andere vertrouwde gasten, Aurore en Iris, de oude heer Marsman, en de twee vrienden Col en Bernd, die allen in hetzelfde huis als Hanna woonden, hadden haar mededeling voor kennisgeving aangenomen. Daarna was de verjaardagsavond volgens het vaste ritueel, dat hij al meer dan twintig jaar kende, afgelopen. De onvaste gasten, die hij vaak niet kende, kwamen en gingen, dronken koffie, aten cake en voerden de gesprekken die hij, naar zijn gevoel, al jarenlang met iedereen gevoerd had.
Voor hem was de avond toch in zoverre anders geweest dat hij veel bezig was. Hij herinnerde zich dat het de voorgaande verjaardagen altijd Phyl was geweest die Hanna hielp met het binnenbrengen van de koffie, het ronddelen van de cake, het ledigen van asbakken. Phyl deed overal de huishoudelijke karweitjes, niet omdat iemand dat van haar verlangde, maar omdat zij die deed met zoveel zwier en gemak dat het bij niemand opkwam haar bij te staan. Iedereen bleef zitten, kouten, en liet zich bedienen. Ook Hanna's werklust verflauwde altijd snel en een uur later had zij de gastvrouwelijke plichten aan Phyl overgelaten en zat zij zelf tussen de gasten als één van hen. Niemand lette erop en pas wanneer ze samen in de auto zaten, begon Phyl te mopperen over Hanna's laksheid en over de gasten van haar die geen hand uitstaken. Hij luisterde maar half naar haar klachten, gewend als hij was geworden het gelag te betalen voor Phyl's hulpvaardigheid. Nu droeg hij zelf kopjes en bordjes af en aan, stond in de keuken achter een afwasbak lepeltjes en vorkjes af te wassen en af te drogen, sneed de cake in plakken en rangschikte de kleine sigaartjes in een houten doos. Ook wikkelde hij de bloemen uit hun papieren omhulsel, knipte de tenen van de stengels en zette ze in vazen, waarna hij de boeketten onder aanmoedigende lofprijzingen binnenbracht. Hij zag nu ook wat Phyl al die jaren had gezien en waaraan zij zich in stilte zo had geërgerd. Een ieder aanvaardde zijn bediening alsof het een gewone zaak was en Hanna zag hij al gauw op de canapé tussen de gasten zitten, levendig pratend en achteloos naar de koffie tastend die hij op het tafeltje voor haar had neergezet. Hij begreep dat het niet zozeer het werk, als wel die vanzelfsprekendheid waarmee allen de dienstbaarheid aanvaardden, was die Phyl zo nijdig had gemaakt, daar hij eenzelfde nijd in zich voelde. Hij keek op Hanna neer, zoals zij daar lag, haar benen gespreid en gestrekt, haar rok opgekropen zodat hij de bovenrand van een kous kon zien en de jarretel waarmee die over de blanke huid vast zat. Haar gezicht, dik van slaap, met opgezette oogleden waarvan de mascara half was afgewreven, hing slap omlaag, met een half open mond. Haar adem ging diep en snarchend. Hij bezag haar met een gulzig oog, vond haar begeerlijk zoals zij daar neerlag, ontluisterd en zonder enig overwicht. Hij zette voorzichtig, om haar niet wakker te maken, de glazen op het blad, daarna de bordjes die hij opgestapeld had nadat hij alle ongerechtigheden op het bovenste bordje had afgeschoven, en bracht alles naar de keuken. Terwijl hij ging, verkneukelde hij zich bij de gedachte dat zij net zo uitgeteld zou liggen wanneer hij weer kwam met de pedaalemmer om er de asbakken in uit te storten.
"Jij moet haar maar naar bed brengen, Egbert", had Bernd opgewekt verklaard toen hij als een van de laatsten de kamer uitging.
"Leg haar maar aangekleed op bed en smeer 'm, want ze is niet te genieten wanneer ze wakker wordt, onuitstaanbaar."
"Je moet haar naar bed brengen, hoor, Egbert", had de oude vrouw Koperveld gedreind. "Je mag haar niet zo laten liggen, hoor. Dan is ze morgenochtend helemaal stijf van de kou, die schat." Zij griende. "Die schat. Ik zou het zelf doen maar ik kan niet."
"Dat komt omdat je te veel gebruikt hebt, Mops", had Bernd gegrinnikt terwijl hij de oude dame de gang in en de trap afloodste.
"Vooruit, voorzichtig, val niet, oud kavalje. Col! Vang jij haar op als ze de trap af dondert. Vasthouden, de leuning vasthouden, lieverd. Pas op."
"Schreeuw niet zo tegen me", had Mops gejammerd. "Ik kan je moeder wel zijn."
"En de Paus mijn vader!", had Bernd gebruld. "Maar kijk wel uit, want als ik je ook nog naar huis moet dragen, overleef ik dat niet. Col! Col!" Hij gierde het uit.
"Sta toch niet zo stom te kijken en pak haar beet. Je weet dat ze in deze toestand de bocht niet kan nemen".
Vanachter de dichtgeslagen kamerdeur had hij Bernd en Col horen roepen en lachen, en even meende hij ook de stem van Aurore te vernemen. Dan sloeg de voordeur, drie verdiepingen lager, met een dreunende slag dicht. Hij keek neer op Hanna en was Mops en de jongens vergeten. Na tien uur, toen de laatste onvaste gasten waren vertrokken en er geen nieuwe meer kwamen, werd de avond voor hem ook anders. Alle jaren had hij tot de onvaste gasten behoord, ook al was hij een vaste gast. Phyl had er dan genoeg van en wilde ook naar huis. Hij moest erkennen dat zij daarin gelijk had gehad.Hanna haalde de flessen met sherry te voorschijn en glazen zo wijd als kerkklokken. Meer stond er niet op het vierkante stenen blad, behalve de sigaretten en de sigaren dan, en hij zag hoe de getrouwen langzaam en gerust begonnen te hijsen. Hij kon een zekere ceremonialiteit in de gebaren herkennen. Hanna schonk in, terwijl de anderen toezagen hoe het rode vocht in de glazen bollen klokte, als bloed van een offerdier. Na de schenking wachtten ze even voordat ze de voet van hun glas grepen, keken elkaar daarbij vragend aan totdat Hanna "cheers" zei en zij dat woord herhaalden. Dan namen ze het glas op en brachten het naar hun halfgeopende monden. Hij had stil naar de plechtigheid gekeken en was er getuige van hoe de sherry als een rose nevel rond de drinkers optrok en hen in een geurende wolk hulde. Hoorde hun stemmen luider worden, hun lach hoger, en aanschouwde hoe hun keurige gestalten langzaam uit hun voegen gleden. Al die tijd had hij roerloos naast de sputterende gaskachel gezeten en geen van de drinkers had acht op hem geslagen. Hij had langzaam meegedronken, met de behoedzaamheid van een matig drinker. Toch was de trage dronk voor hem voldoende geweest om hem in de lucide staat van afzondering te brengen die hem de gebeurtenissen als vanaf een verre planeet deed beleven. Hij zag de spelers en hoorde hun dialogen op afstand, duidelijke beelden en klare woorden, maar alles als door een telescoop gezien. Hij verwonderde zich over niets, was zeer geïnteresseerd en begreep de zin toch nauwelijks.
"Ik heb je foto gezien in BODY", teemde Aurore, haar woorden traag door de drank, "Je ziet er geweldig uit. Fotogeniek, hoor. Wist niet dat een naakte man er zo aantrekkelijk kon uitzien".
"Heb jij die baan bij MaTi gekregen, Iris?"
Col had de stem van een jongen al moest hij de veertig al gepasseerd zijn. Zijn kleding was trouwens ook die van een jongen, spijkerbroek, truitje.
"Wat! Moest je je meteen spiernaakt uitkleden? Die is sterk".
"Gerhart is weer geweest". Bij de oude Mops begon het grienen al.
"Hij moest natuurlijk weer geld hebben. Altijd weer geld, en ik, gek, geef het ook nog, van mijn AOW. Hij ..."
"Hou op over die vent van je,bromde meneer Marsman, "vertel niet altijd hetzelfde verhaal wanneer je boven je theewater raakt."
"MaTi is een sadiste", hoorde hij Iris vlak naast zijn oor fluisteren en hij merkte tot zijn verbazing dat het mooie goudblonde, eeuwig meisjesachtige, meisje bijna tegen hem aan zat en heftig met Col sprak
"Ze zegt gewoon dat ze je eerst wil geselen voordat ze je een baan geeft. Dan moet je in een schandblok, voorover, hoofd en polsen door gaten, je gezicht op een plank, een spiegel voor je zodat je jezelf kunt zien. Je voeten wijd uiteen in klemmen. En dan de knoet en jij krijsen".
Hij had het gevoel in een ijle dampkring te zitten, onder de kelk van een sherryglas. Hoorde alles en voelde niets, zag alles en verroerde niet. Hij hoorde muziek van Victor Sylvester en Charly Coons, zag Hanna met Bernd dansen en Col met Iris. Toen Bernd met Aurore en Col met Hanna. Later zag hij Hanna met Aurore en Iris, giechelend, met de oude Mops dansen. De oude dame, dronken en met zware stem orerend, kon haast niet meer op haar benen staan en hing tegen het mooie meisje aan. Niemand lette op hem of misschien maar even.
"Wij zullen maar niet samen dansen", zag hij, meer dan hij hoorde, Bernd tegen Col zeggen.
"Egbert zal er vast aanstoot aan nemen".
"Egbert heeft hier niets te nemen", gilde Hanna die steeds luider lachte en scheller praatte naarmate zij meer glazen achterover sloeg.
"Hij moet maar eens leren hoe grote mensen zich amuseren. Hij is nu onder de plak van zijn vrouw albedil uit en moet een grote jongen worden".
Zij lachte gierend en hikte.
"Hij heeft hier niets in te brengen dan lege briefjes, nietwaar Egbert, liefje? Haal eens een nieuwe fles voor tante Hanna en trek die open voor oom Col en oom Bernd, voor opa Marsman en oma..."
Zij schaterde gierend en trok aan zijn oor. Hij had zich goed van zijn taken gekweten. Na middernacht schonk hij alleen de glazen vol die hem door bevende handen werden voorgehouden of waarnaar een trillende vuurrode nagel wees. Opa Marsman snurkte, de oude Koperveld griende, de anderen spraken luid tegen elkaar zichzelf onderbrekend wanneer ze stikten van het lachen. Een brullende Bernd stond achter Iris die hij in een soort dubbele Nelson hield waardoor het meisje voorover stond en moest haar tepels laten bevoelen door Hanna die door Aurore vinnig op de vingers werd geslagen. Door alles heen klonk het bonzende ritme van Hilversum-drie.
Opeens was het feest afgelopen. De oude heer Marsman was wakker geworden, opgestaan en zonder een woord te zeggen de deur uitgelopen. Iris had van Aurore een oorveeg gekregen waarna de twee potten jankend de trap waren afgestommeld. Toen had Col zich uitgerekt, op een nichtentoontje "slaap lekker" gezegd en was ook de trap afgedaald, achterna geroepen door Bernd dat hij moest helpen het oude fregat Mops de trap af te loodsen. Hanna lag toen al laveloos in de hoek van haar canapé uitgestrekt, een wolk alkcohol om zich heen.
"Je moet haar naar bed brengen, hoor, Egbert", had Mops gedreind, voordat zij door Bernd de deur uit werd geduwd.Hij ruimde de kamer op en maakte de boel schoon. Hanna zou niet over hem te klagen hebben. Hij kwam steeds weer de kamer in om een gulzige blik te werpen op de slapende vrouw die daar in ontluisterde houding lag neergesmeten, met afgelikt gezicht, het bloesje in kreukels en open getrokken, de rok hoog opgeschort, een schoen van de voet gevallen, uitgezakt, onttakeld, helemaal geen dame meer. Hij genoot van haar, zo, verslond haar met vette blik, een lakei uit de Rococo die naar Marie Antoinette loerde na een orgie in het paleis van de Zonnekoning.
"Hanna ziet er altijd keurig uit en komt nooit uit de plooi", had Phyl hem gewaarschuwd, voordat zij hem voor het eerst meenam naar het huis van Hanna om hem aan haar vriendin voor te stellen "Ze is altijd hetzelfde, een beetje gereserveerd en uit de hoogte, maar je zult haar toch wel aardig vinden."
Hij was haar langzaam aardig gaan vinden. Vreemd genoeg vooral nadat hij gemerkt had dat Hanna helemaal niet zo uitgestreken bleek. Dat merkte hij aan haar lachen over schunnigheden, aan de manier waarop zij met hem danste en met haar ogen lonkte, al was dat meestal eerst na tenminste twee glazen sherry.
"Ik geloof dat ze stiekem drinkt", had Phyl meer dan eens bezorgd gezegd. "Ze had me toch een kegel en dat midden op zondag", of, "Ze lalde zo door de telefoon. Ze was zeker aan het pimpelen, in haar eentje. Zielig toch."
"Zeg", had hij geërgerd gezegd, "bemoei jij je met je eigen zaken."
Hij stond naast haar, aan het hoofdeind van de canapé, besluiteloos. Even bedacht hij dat hij zijn werk had gedaan, dat hij stil naar huis kon gaan. Maar dat zou niet aardig zijn. Zij zou koud en stijf als een plank worden, misschien niet de eerste maal, maar toch, nu was hij erbij. Toen besefte hij wat hem tegenhield: Phyl. En van Phyl was hij maandenlang al mijlenver verwijderd, nu helemaal. Hij nam een besluit. Voorzichtig bracht hij zijn arm onder haar schouders en duwde haar omhoog. Bemerkte met opluchting dat zij onmiddellijk meegaf, als een slapend kind. Hij vatte haar om haar middel en tegen hem aangeleund liet zij zich door hem naar haar slaapkamer loodsen. Daar stond hij weer besluiteloos. Hij kon haar gewoon op haar bed leggen met een deken over haar heen. Maar dat zou haar rok en haar bloes helemaal verkreukelen en dat was toch ook zonde vooral omdat hij die kledingstukken nog in de vouw had gezien. Hij besloot haar tenminste de bloes en de rok uit te trekken. Hij moest bij zichzelf lachen. Phyl had dergelijke intimiteiten nooit toegestaan, niet vanwege de intimiteit maar vanwege de kinderachtigheid die aan een dergelijke uitkleedpartij kleefde. Per slot had zij zich vanaf haar derde of vierde jaar altijd zelf aan- en uitgekleed. Hij zag dat Hanna onder haar bovenkleren een onderjurk droeg. Evenals Phyl wist zij zich te kleden en wist zij dat een onderjurk de bovenjurk beter doet vallen. Nu hem alles zo gemakkelijk afging, werd hij overmoedig en trok hij haar ook de onderjurk uit door de schouderbandjes over haar armen te stropen.
Geboeid keek hij naar haar witte lijf. Phyl was altijd, ook in de winter, min of meer gebronsd vanwege haar lust tot zonnebaden. Zij droeg geen hemd, Hanna enkel een kleine beha met stevige cups, een slipje, een jarretelgordeltje waaraan haar nylons waren bevestigd. Hij besloot ook de kousen uit te trekken nadat hij ze van de jarretels had afgehaakt, en ontdeed haar van het gordeltje. Hij sloeg de deken en het laken terug, en wilde haar juist met beleid op haar bed uitstrekken toen hij haar, metboze stem, hoorde zeggen:
"Moet een plas."
Hij keek haar verbouwereerd aan maar haar ogen bleven gesloten en heel haar gestalte drukte diepe slaap uit. Hij haalde zijn schouders op, nam haar weer om het middel en geleidde haar naar de wc. Daar aangekomen aarzelde hij, nu even echt in verlegenheid, maar omdat zij zelf geen voet verzette, ging hij met haar de badkamer binnen waarvan de wc deel uitmaakte. Hij schoof met onwennige hand het slipje over haar heupen en zette haar op de bril, verbijsterd opeens omdat hij dacht aan Madelon, zijn dochter, toen die nog kind was en van hem eiste dat hij haar bijstond wanneer zij voor het slapen gaan of in de nacht een plas moest. Die herinnering stelde hem gerust en deed hem gevoel krijgen voor het humoristische van zijn vaderlijke bezigheden. Hij spoelde de plas weg die zij kletterend had laten neerregenen, keek rond, zag op de wasbak een washandje en streek dat fors tussen haar benen. De reaktie hierop van zijn eigen lichaam deed hem een ogenblik ademloos staan, als luisterde hij naar een zwak geluid.
Hij geleidde haar terug naar haar bed. Toen hij bemerkte dat de slip in de badkamer was achtergebleven zodat zij enkel haar beha droeg, maakte hij ook die los en trok die van haar borsten alvorens hij haar in bed legde. Hij staarde op haar borsten, die slap waren, niet stevig zoals die van Phyl, en neerhingen met lange tepels als fopspenen. Opeens gaf hij toe aan een opwelling, een oude, zeer oude opwelling die hij allang vergeten dacht. Hij nam een van haar borsten in zijn hand, bukte zich voorover en sloot de tepel tussen zijn lippen. Hij zoog. Er voer een rilling door haar leden en er schoot een schok door de zijne. Hij voelde dat hij een erectie had, voor het eerst, sinds jaren. Haastig legde hij haar neer, sloeg een slordig laken over haar en kleedde zich haastig uit gulzig op haar neerziend.
Toen hij onder de deken naast haar en zijn arm onder haar nek schoof, vlijde zij zich onmiddellijk soepel tegen hem aan, alsof ze al jaren met elkaar naar bed gingen. Hij ervoer haar gehele lichaam: haar adem die langs zijn hals floot, haar haren tegen zijn voorhoofd, oogleden en neus, haar borsten, armen en handen tegen zijn borst, haar buik tegen zijn buik, haar venusheuvel tegen zijn geslacht, haar benen die zij wat had opgetrokken, tegen zijn benen, knieën, dijen, scheenbenen, de tenen van haar voeten op zijn enkels. Zijn ene hand wreef over haar schouderbladen terwijl zijn andere hand haar billen streelde.
Haar lichaam was totaal anders als dat van Phyl. Phyl had een stevig lijf, staande borsten waaraan de lippen van twee zuigelingen weinig af hadden gedaan, veerkrachtige spieren; een lijf dat gewend was aan veel lopen, zwemmen, fietsen, skiën, aan het werk in de tuin en het opzetten van tenten. Hanna was vanaf hun schooltijd Phyls vriendin geweest, waarschijnlijk juist omdat zij elkaars tegenbeeld waren. Hanna, het vrouwtje, altijd keurig, hoewel niet modieus, gekleed, veel gekapt met elk haartje op zijn plaats, onopvallend maar toch met zorg opgemaakt, altijd op hooggehakte schoentjes en bijna altijd in haar kleine tweezitter, altijd Austin, altijd al wat belegen, ook na de inruil, maar eveneens altijd goed verzorgd. Haar lichaam had zich aan al die verzorging en al dat gemak naar behoren aangepast: haar spieren waren zwak en werden losjes omsloten door het vel; haar borsten, buik, en de binnenzijden van haar dijen waren week. Wanneer Hanna een dag bij hen, bij hem, Phyl en de kinderen, had doorgebracht, was zij bekaf en moest zij, thuisgekomen, een paar borrels achterover slaan om weer bij te komen. Neergezegen in een van haar diepe crapauds of in de hoek van de canapé, de filtersigaret met het lange sigarettenpijpje tussen de vuurrode lippen, hervond zij haar behagelijkheid en klaarden haar ogen op.
"Ik ben te laat geboren", verklaarde zij vaak. "Ik ben een victoriaanse. Een grote hoed op, lange rokken, kanten ondergoed en hoffelijke dandies om me heen. Zalig."
"Denk maar niet dat je als kantoormeisje zo had kunnen leven in die tijd", pleegde Phyl dan te snibben, die altijd wat wrok tegen haar vriendin koesterde omdat die zo een duidelijke weerzin tegen huwelijk, kinderen en gezinsleven toonde en het huishoudelijk gejacht met superieur medelijden bezag. Phyl's hardnekkige onkunde van het onderscheid tussen een typiste en een secretaresse was een van haar kleine wraakoefeningen op Hanna. Zij vermocht Hanna daarmee overigens niet op stang te jagen.
Hij snoof haar geuren in, onderscheidde alcohol, nicotine, parfum en het begin van de pareling van zweet dat een mengsel kon zijn van hun beider lichaamsvochten. Hij drukte haar dichter tegen zich aan en zij gaf terstond mee. Hij genoot van zijn erectie, maar die zette hem niet aan tot snelle daden over te gaan. Hij voelde helemaal geen lust om zich te ontladen en de heerlijke spanning kwijt te raken. Hij wilde ook niet klaarwakker worden maar blijven sluimeren met gedachten die traag heen en weer schoven als zeewier langs het strand. Wel liet hij zijn hand dwalen, zijn lid rondtasten en zocht hij met zijn mond de hare.
Phyl hield niet van traagheid en slaperigheid in de liefde. Hun copulatie werd altijd ingeleid door gestoei, gegiechel, geworstel. Haar opwinding, ook de geslachtelijke, was altijd sterk gekoppeld aan bewegen, achterna rennen, klappen op het spartelende zitvlak, schreeuwen. Al die activiteiten brachten haar in de hoogste staat van verrukking. Na de daad was zij uitgeput, rolde zich op als een poes en sliep een gat in de dag.
Buiten het gestoei en het recht op en neer was in haar liefdesspel geen plaats. Laat dat! Niet doen! Dat wil ik niet! Bah, doe niet zo klef!! Jarenlang had hij ook niet anders gedacht dan dat vrijen, gezond vrijen, alleen kon gebeuren volgens de voorschriften van de natuurvrienden. Totdat Hanna hem, tot zijn eigen verbazing, begon aan te trekken. Wat van haar naar hem uitging, kon hij niet zeggen. Behalve goed dansen, in de stijl van de Engelse ballroom, kon zij, had zij, eigenlijk niets. Nu, nu zij zo willig tegen hem aan lag gedrukt, bevroedde hij het. Het moet in haar lach gezeten hebben, wanneer zij een glaasje te veel op had; in haar voorkeur voor bizarre persoonlijkheden, voor bejaarden, voor potten en flikkers. Hanna verborg geheime lusten achter haar hoog gesloten bloesjes, waar Phyl even bloot liep als in haar bikini. Een mens is een wereld, filosofeerde hij, en wanneer hij zich voor je opent, laat hij je in een nieuwe wereld toe.
Hij wist niet goed of Hanna gewaar werd wat hij met haar deed en wilde doen. Misschien lag zij nog helemaal gedompeld in haar dronken slaap, misschien waakte zij onder het oppervlak van haar bewustzijn. Het kon hem niet schelen. Als zij maar met zich liet doen wat hij verlangde. En wat hij verlangde, wat hij met haar zo vast in zijn armen begeerde te doen, waren onbeschaamdheden, onbetamelijkheden zelfs. Hij wilde niet alleen dat zij zich volkomen aan hem overgaf, zich aan zijn wil onderwierp, hij wilde ook dat zij wilde wat hij wilde, begeerde wat hij begeerde. Hij had het gevoel, bijna de zekerheid, dat dat ook zo was, dat deze leden, dit lijf, die zich zo weerloos naar de druk van zijn spieren schikten, niets liever wensten dan dat hij deed wat hij deed, dat hij zich uitleefde op haar. Hij opende met zijn lippen haar weke mond, dronk haar sherryadem in en liet haar zijn adem inhaleren. Intussen tastte hij met zijn vingers naar haar tepel en bekneep die. Voelde de tepel hard en puntig worden en in zijn hand opzwellen. Zijn tong lag op haar tong in haar wijdopen mond en met het genot van de overheersing liet hij zijn speeksel overvloeien in haar keel. Ervoer aan haar hals en borst hoe zij slikte en onderging de zwakke arm die over zijn schouder en om zijn nek gleed, als een dankbetuiging. Het maakte hem dronken van heerszucht. Hij moest haar pijn bezorgen, begeerde haar pijn te doen en te horen kreunen, een gil slaken. Terwijl hij met zijn ene arm haar vast tegen zich aan klemde, gleed de hand van zijn andere arm omlaag, over haar buik, haar navel, naar het weelderig wier van haar onderbuik. Even speelden zijn vingers met het dichte krulhaar, dan kon hij zich niet inhouden en trok hij met korte heftige rukken. Zij schokte tegen hem omhoog, een diepe zucht ontsnapte haar open mond gevolgd door een zwaar hijgen. Hij trok en rukte verscheidene keren en geraakte in vervoering daar heel haar lijf hem dank leek te zeggen voor die brute aanranding. Zelf zorgde hij ervoor dat hij steeds dieper inde slaap wegzakte. Hij deed als zij, onderging alles maar was er zelf niet bij. De opstand van zijn lid en het volstromen van zijn scrotum hielpen mee hem van het waken weg te houden. Niemand, hij niet en Hanna ook niet, was aansprakelijk voor de verwerpelijke handelingen die tussen hen voorvielen. Hij dacht niet aan de coïtus, het inbrengen van zijn zwaard in haar schede; dacht even, heel even, aan Phyl, met triomf, met leedvermaak. Daarna week Phyl voorgoed achter de bergkam van zijn begeerte.
Hij ontwaakte door de koerende roep van een duif op het balkon. Een blonde haarlok van zon viel door een spleet tussen de twee gordijnen. Hij wist dat een nieuwe dag was aangebroken en dat die dag een zondag was. Vanuit de verte hoorde hij vergeefse kerkklokken eentonig roepen. Het kon nog niet al te laat zijn. Hij keek neer op het asblonde haar van haar gebogen hoofd. De zonnelok had een glanzende scheiding over haar kruin getrokken. Zij was nog, of was weer, diep in slaap. Hij voelde haar adem langs zijn borstpunten huiveren. Voelde ook, en met trots, dat hij nog steeds een erectie had en dat ook haar lippen hem niet hadden doen ontbranden en jammerlijk leegstromen. Hij was ontwaakt met in elke hand een van haar borsten. Hij herinnerde zich dat zij wellustig had gekreund toen hij geniepig die borsten samenkneep. Hij was voor de eerste maal die nacht helemaal ingeslapen, nadat hij haar voor de eerste maal bevredigd had, niet met zijn penis zoals het behoorde, maar met zijn vingers. Het was ook voor de eerste maal dat hij nauwkeurig en totaal het gebied van de vrouw had verkend, waar de harp van haar verrukking school. Had de siddering door haar slapende lijf voelen gaan steeds wanneer hij de snaren ervan raakte. Hij wist dat zij hem geheel toebehoorde, nu hij haar zo onbarmhartig bespeeld had. Misschien was hij niet haar enige meester, dat deerde hem niet, in tegendeel, dat onthief hem van de verplichting consideratie met haar te hebben. Hij moest haar iets voor de voeten kunnen werpen, bijvoorbeeld dat zij zich liet zoenen door andere vrouwen, zodat zij beschaamd het hoofd moest buigen en haar gloeiende gelaat in zijn oksel verbergen. Na zo een reprimande zou hij haar mild bestraffen. Hij glimlachte over haar gouden scheiding heen. Voorzichtig sloeg hij het laken terug en bekeek haar zoals zij daar, onbedekt dicht tegen heem aangedrukt, lag. Hij rook enkel de geur van hun beider lauwe zweet, vermengd met het scherpere parfum van haar schoot. Hij hadhaar die nacht verscheidene malen, misschien wel drie maal, een orgasme bezorgd, steeds langs manuale weg, en, behalve door spastisch schokken van haar lichaam, had zij door niets te kennen gegeven de uitstortingen ook ervaren te hebben. Het had hem niet gedeerd. Hij had het als een bevrijding ondervonden dat zij niet ontwaakt was en gaan praten, hem oordelend. Hij wenste geloofd noch gelaakt te worden, wenste, alleen en onbekeken, zich over te gegeven aan haar lusten. Zoals nu, nu hij haar hoofd verder langs zijn buik omlaag duwde.Hij stond behoedzaam op, even bang dat hij haar zou wakker maken of dat zij zichzelf zou doen ontwaken om hem ter verantwoording te roepen en eisen aan hem te stellen. Maar zij rolde zich nog verder in en bleef in slaap. Hij keek neer op haar naakte bleke lichaam en een golf van tederheid overspoelde hem. Voorzichtig legde hij laken en deken over haar heen.
"Als je haar naar bed hebt gebracht, maak dan dat je wegkomt", had Bernd grijnzend aangeraden.
"Als ze uit haar roes ontwaakt, dan heeft ze een kater, oei, en een humeur, oei oei."
Even overwoog hij snel zijn kleren aan te trekken en geluidloos te verdwijnen. Toen aanschouwde hij zijn penis die nog steeds fier opgericht stond. Weer voelde hij de tederheid die bijna in dankbaarheid overging. Hoe lang geleden had hij zich zo sterk, zo machtig gevoeld. Wat betekent het de wereld te beheersen en die grillige spier niet? Naarmate zijn lid apatischer werd, zich meer aan zijn bevelen onttrok, naarmate geraakte hij meer ondergeschikt aan Phyl, moest zijn wil zich meer voor de hare buigen. Maar ook, naarmate hij meer boog, werd zijn lid lustelozer. Hij had getracht dat onwillig orgaan te vergeten, het te negeren, doch terwijl hij er nooit aan dacht dat hij oren, hielen, een kin had, drong dat lichaamsdeel telkens weer zijn geest binnen en deed hem tobben, maakte hem angstig, bracht hem tot twijfel aan zichzelf. Het beperkte zich niet enkel totovervallen op zijn gedachten, maar maakte zich ook duidelijk voelbaar onderaan zijn lijf, door zwaarte, scheuten, kriebeling. Hij vermocht het niet uit zijn overpeinzingen te bannen, het bleef hem bezighouden. Hij voelde zich gezonder en fitter dan ooitM meer dan voorheen vormden Phyl en hij een mooi paar, gerijpt, gebronsd, gearriveerd. Maar hij voelde zich als de oude stoere boekenkast, in welks hout ongenadig en onvermoeibaar de worm knaagde. De ruzies, verwijten, en het dagenlang mokken waren als de splinters van het doorvreten hout en op een dag zou het bouwsel met een krakende slag ineenzakken. Hij wilde die dag niet afwachten, niet met Phyl tenminste, maar wilde zich als een Chinese heremiet in stilte en afzondering, afzondering van zijn eigen vertrouwde wereld, aan zijn vermolming overgeven.
Nu stond hij hier als herboren, aan het bed van Hanna die hij eens, aan het begin van hun kennismaking, toen hij elke dag nog een paar keer met Phyl worstelde, elk sex-appeal had ontzegd. Hij zou van haar, van deze levenbrengster, niet wegsluipen als een dief in de nacht.Hij stond onder de douche en had moeite niet in sonoor gezang uit te barsten. Zijn roede was eindelijk slap gaan neerhangen, onwillig, zoals hij van binnenuit voelde, want hij behoefde maar aan Hanna's witte gestalte of aan een van de onderdelen ervan, een borst, de buik, de mond, te denken of die trok zich weer op en rechtte zich. Het was als in zijn twintiger jaren, toen hij er slechts een tik op behoefte te geven, laat staan Phyl, om zijn lid onbeschaamd naar voren te doen springen. Toch, ervoer hij, was deze driestheid een andere. In zijn jonge jaren, als tiener, als twen, spande zijn penis zich in reflex, nu behoefde hij daarvoor een voorstelling. Dat was het verschil tussen een jongeheer en een ouwe zak. Hij stelde zich voor dat Hanna een geheim verborg, dat Hanna wenste wat hij wenste, dat Hanna zich aan hem onderwierp; het waren zulke voorstellingen die hem zich deden uitstrekken. Hij besefte de wederzijdsheid tussen zijn voorstellingen en zijn herkregen macht, en ook dat hij beide niet verliezen wilde.
Nog geheel naakt, met de brede onverschilligheid van een bokser, stond hij in de keuken en zette koffie. Bezag de voorwerpen, de glazen, de bordjes, de prikkers, met andere ogen. Vannacht nog had hij hier staan spoelen als een Portugees bordenwasser. Had hij Hanna willen plezieren door zijn dienstbaarheid en haar onderwijl begluurd met de stiekeme ogen van de huisknecht. Nu stonden de overblijfselen van een losbandig feest daar ook als herboren, fonkelend in het vroege middaglicht, schoon en sterk, blakend van herwonnen kracht. Ze hadden zich in het feest begeven en zich er ook weer aan onttrokken. Ze stonden klaar voor hernieuwd gebruik en wachtten af. Ook hij zou afwachten. Nu meteen al wanneer hij een kop geurende koffie op een blad zou zetten en naar Hanna balanceren. Zij moest toch eens weer klaar wakker worden. Wat zou zij zeggen wanneer zij hem zo zag, onbeschut, maar ook ongebreideld? De slaapkamer leek helderder geworden. Het zonlicht viel nog steeds door de enkele spleet tussen de gordijnen, maar was voller geworden en had zich vastgezet op vele punten in de kamer.
Hanna lag op haar rug, haar oogleden, dik en groezelig, gesloten. Haar aangezicht naakt en slap. Hij merkte op dat zij prachtige lange wimpers had. Zette behoedzaam het blad op het kleine nachtkastje, daarbij het wekkertje bijna omstotend. Toen hij naar haar keek, zag hij haar zeegroen-kleurige ogen wijd open. Zij staarde hem aan met poppe-ogen waarvan de oogleden op en neer glijden over glazen oogappels. Hij voelde dat zij wakker was, al was zij nog niet geheel bij kennis. Hij schoof zijn arm onder haar nek en duwde haar omhoog. Stelde met opluchting vast dat haar onderdanigheid, haar gedweeheid, haar nog niet verlaten had.
Roerloos zat zij overeind, onaangedaan neerkijkend op haar slap neerhangende borsten die onbedekt waren, daar laken en deken op haar knieën waren gegleden. Zij leunde licht tegen zijn schouder en deed gehoorzaam haar lippen vaneen, toen hij haar de kop aan de mond zette. Langzaam dronk zij en hij kon het welbehagen door haar leden voelen stromen. De bleekheid verdween van haar wangen en een lichte blos verbreidde zich over haar hals en haar schouders. Voordat het kopje helemaal leeg was, schudde zij het hoofd en hij zette het op het blad. Zij bleef tegen hem aangeleund zitten. Hij voelde dat hij iets van zijn zekerheid verloor. Probeerde met zijn handen iets van de echo's in haar hersenen op te vangen, trillingen die zich meedelen aan spieren en vooraf gaan aan uitspreken van woorden, trage woorden, zinnen. Hij zou erop moeten antwoorden en er zou een gesprek gevoerd moeten worden dat motieven en standpunten zou vastleggen, dat een verhouding zou regelen. Doch Hanna zei niets. Haar lichaam bleef stom, leunde alleen stil. Het leek of zij weer in slaap was gezonken. Ook hij had het gevoel of hij weer insliep, kreeg zin om weer bij haar in bed te kruipen.
"Jullie wordt straks allemaal net als ik" ,jankte de oude Mops, terwijl zij snoof boven haar sherryglas. "Jullie kunt je nog jong voelen, mooi zijn als Iris en Col, menen dat iedereen nog op jullie staat te wachten, maar jullie wordt allemaal net als ik, aftands, een aftands oud wijf.
"Gelukkig is dat voor mij niet weggelegd", grapte Bernd.
"Spot jij maar, jongen, spot jij maar", riep de oude dame schel.
"Je weet best wat ik bedoel. Kijk die daar, die daar zo ongegeneerd ligt uitgezakt." Zij wees op Hanna. "Voor haar duurt het heus zo lang niet meer, hoor. Daarom zuipt ze zo."
"Hee", lalde Hanna en hikte, "hee, waar hebben jullie het over? Waarom wijst die ouwe heks zo naar mij?"
Bernd wees op zijn voorhoofd, maar het waarom kon Hanna al niet meer schelen.
Hij had haar glas voortdurend bijgeschonken, zoals zij het hem opgedragen had en misschien had zij daardoor meer gedronken dan zij gewoon was. Misschien had hij wel met opzet haar bevel zo letterlijk opgevolgd, om de uitwerking te zien, om haar laveloos te zien, ontluisterd. Hij vroeg zich af hoe zij weer het keurige vrouwtje zou worden, afgemeten stappend op haar hoge hakken en met gedecideerde stem pratend door de telefoon.
Hij kreeg zin om haar in bad te stoppen, nog liever in een sauna, haar te masseren en met een roede het bloed door de aderen te jagen, haar te kappen en op te maken, aan te kleden. Hij wist dat hij haar daarna weer dronken wilde voeren, in de armen van Aurore en Iris zien, laveloos uitgestrekt in de hoek van haar canapé. Wat hij eigenlijk wilde zien, besefte hij, was niet zozeer het eindresultaat als wel het proces van ontluistering, de ontluistering zelf. Hij wilde haar zien uitglijden, afglijden langs de helling van haar berg van keurigheid om haar beneden op te vangen en ontmanteld in zijn armen te houden. Op dat moment, dat hij haar in zijn armen drukte, zou hij herboren worden, weer krachtig worden. Haar neergang zou zijn opgang bewerken. Opeens hoorde hij haar stem, onverwacht, zodat hij schrok.
"Geef me koffie", beval Hanna, bits, boos, zodat hij aan de waarschuwing van Bernd moest denken.
"Nee", toen hij het kopje naar haar lippen wilde brengen, "Neem jij het eerst in je mond en geef het dan aan mij."
Hij dronk en liet het warme vocht vervolgens in haar wijdopen mond overvloeien. Hij voelde hoe zijn lid tijdens die meest volkomen handeling van verbondenheid als een stormram vooruitstootte.
"Ga nu weg", beval zij daarna, toen zij zich uit zijn omhelzing had losgemaakt door hem weg te duwen. "Ik moet eerst nog wat slapen en dan heb ik een heleboel te doen.
Hij kleedde zich aan, verslagen. Zij lag diep onder de deken met haar rug in een weerbarstige boog naar hem toe. Hij verlangde nu naar haar, haatte haar, had er spijt van dat hij haar niet met zijn zaad had vol gespoten en haar daarna als een vod had laten liggen. Waarom had hij zich iets aan Hanna gelegen laten liggen?
Toen hij bij de deur stond, met de klink in zijn hand, sprak zij, weer op bevelende toon:
"Volgende week, vrijdag of zaterdag. Bel me op."
Even een pauze.
"Dag lieverd."
Hij wist het. Zijn neergang was haar opgang en zijn opgang was haar neergang. Zij waren als zon en maan.
***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website