Van de redactie

Het is stralend zomers weer. Tussen hemel en aarde zijn geen zichtbare wolken aanwezig. Het uitspansel mag dan blauw genoemd worden. Die kleur neem ik niet waar, maar dat is niet nodig. Voor mij kan weten ook zien betekenen. Het gaat als volgt: Is er sprake van zomers weer met een stralende zon, terwijl er geen wolken aanwezig zijn? Dan moet de hemel blauw zijn.

Om via weten te kunnen zien moet ik wel een opgeslagen geheel van waarnemingen in mijn geheugen verzameld hebben, en wel zodanig dat ik er vlot een beroep op kan doen. Ik wil het hier alleen over met ogen verrichte waarnemingen hebben, niet die met andere zintuigen gedaan zijn. De reden voor mij is, dat ik visueel gehandicapt ben. Aan andere menselijke waarnemingsinstrumenten mankeer ik niets bijzonders en deze kan ik daarom zelf rechtstreeks gebruiken.

De visuele informatie die ik in mijn geheugen moet opslaan, kan ik niet zelf inbrengen. Hiervoor heb ik de ogen van anderen nodig. De eenvoudigste vorm is, dat iemand wat hij of zij kan zien voor mij in woorden omzet en dat ik deze woorden onthoud. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Bij een voorwerp dat op een directe manier beschreven kan worden, zal dat niet meteen lastig zijn en er kan ook nog een ander zintuig bij worden benut (de tast,bijvoorbeeld). Gaat het om een ingewikkeld te duiden voorwerp, een stof of een handeling die wordt verricht, dan zal dat ingewikkelder worden, zowel qua ervoor te gebruiken woorden als qua zintuig dat zou kunnen meewerken. In een dergelijk geval zouden tevens woorden ingezet kunnen worden die reeds in het geheugen aanwezig en voorhanden zijn. Aldus kom ik tot het standpunt, dat het voor een visueel gehandicapte van niet geringe betekenis is over een uitgebreide woordenschat of vovabulaire te beschikken. En de inhoud ervan moet goed beschikbaar zijn, paraat als het ware. Immers, het zal vaak niet alleen gaan om slechts één woord. Hiermee bedoel ik dat doorgaans combinaties van woorden nodig zijn waarmee via denkwerk tot gewenste duidelijkheid gekomen kan worden. Ik verwijs naar de eerste zinnen van deze column, waarin ik met kennis van gegevens over de weersgesteldheid (zomers weer en geheel onbewolkt) kan weten en zodoende niet visueel kan zien dat de lucht blauw is.

Met het voorgaande heb ik over mijn stokpaard geschreven, dat ik reeds had toen ik als redacteur van Pointe begon. Ik had de stelling geponeerd dat uit woorden bestaande taal kon dienen als hulpzintuig voor mensen van wie de ogen falen. En daarbij ging ik niet alleen maar uit van praktisch en zakelijk gebruik. Ik dacht vooral aan taal die meer van het leven zou kunnen maken, goed zou zijn voor ontplooiing in ruime zin en intermenselijk genoegen zou kunnen bevorderen. Taal zou volgens mij bovendien toegang kunnen geven tot een wijze van verbeelding die geen relatie heeft met een ervaren werkelijkheid . Zo concludeerde ik tot het belang van veel lezen in passende leesvormen, maar daar zou het niet bij mogen blijven. Visueel gehandicapten moeten ook actief met taal bezig zijn door zelf te schrijven. Dat zou er wellicht toe kunnen leiden dat zij vanuit eigen beleving en in eigen woorden een verhaal of een gedicht op papier zetten.


Maassluis, 15 augustus 2022 Jaap van der Hoest, redacteur

***
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website