Van de redactie

Oktober is de maand van de geschiedenis. Ik zie ieder jaar naar deze periode met extra aandacht voor geschiednisboeken uit. Daarbij behoort mijn belangstelling voor het essay dat in deze geschiedenismaand uitkomt. Dit jaar heeft het de titel ‘Crisis!’en het is geschreven door de bekende historica Beatrice de Graaf. Op de achterflap staat o.a. het volgende over de inhoud: “Nederlanders redden zich altijd wel uit een crisis. Ze worstelden en kwamen boven, Ze hielpen elkaar, en werden er vanaf de negentiende eeuw steeds meer bovenop geholpen door een zorgende overheid”. En een paar regels verder staat er: “Pas met de komst van het Koninkrijk in de negentiende eeuw en nieuwe wetten rondom volksgezondheid , rampbestrijding en crisisbeheersing nam de overheid de taken van de burger over. In de loop van de twintigste eeuw werd de rampbestrijding steeds complexer”. De laatste zin van deze korte samenvatting van de inhoud luidt: “Crisis! Schetst die historische ontwikkeling en stelt de vraag: is het niet tijd voor een nieuwe manier van omgaan met?”

Ik heb het essay zelf niet kunnen lezen. Voordat ik eraan wilde beginnen overleed mijn moeder. De laatste tijd ging haar gezondheid merkbaar achteruit. Haar lichaam en geest lieten verzwakking zien. Zij was 94 jaar geworden en bij zo’n hoge leeftijd werd haar verzwakking gezien als gevolg van haar ouderdom. Omdat mijn moeder nog maar weinig zelf kon doen, namen het gevoel en het besef van niet meer zelfstandig te zijn toe. De knop om een verzorgster te roepen moest ze regelmatig gebruiken. Zij werd goed verzorgd en was tevreden over het verpleeghuis waarin zij woonde. Ineens ging het slechter met haar. Onderzoek wees uit dat er een ontsteking in haar lichaam aan het werk was en dat haar bloeddruk erg laag werd en niet meer hoger wilde worden. Met een antibioticumkuur is wel begonnen, maar deze mocht niet baten. En toen ging het ineens zo ernstig slecht met haar dat er een einde aan haar leven kwam. Dat gebeurde in aanwezigheid van haar drie kinderen, schoonkinderen en een kleinkind.

Het overlijden van mijn moeder raakt mij behoorlijk, ook al was duidelijk dat zij – gelet op haar conditie – niet lang meer zou leven. Ik had de laatste jaren dagelijks telefonisch contact met haar en regelmatig ging ik haar bezoeken. We deelden ervaringen uit het heden en ook veel uit haar persoonlijke geschiedenis, zoals hoe het vroeger bij haar thuis was als de jongste van vijf kinderen en tevens nakomertje, haar ervaringen in de oorlog (bombardementen in Rotterdam , haar verblijf in Gelderland om daar beter te kunnen eten), haar baan op een verzekeringskantoor die zij na haar huwelijk moest verlaten (zo was dat in de jarean vijftig nog), de woningen waarin wij als gezin gewoond hebben (eerst nog inwoning bij haar ouders en daarna naar een nieuw gebouwde wijk, vol met jonge gezinnen), haar werk dat zij op 49-jarige leeftijd begon als secrearesse van een dominee die werkte in het oude wijken pastoraat op Rotterdan-Zuid en dan was er nog meer dat zij had gedaan, te veel om hier te vermelden.

Over een paar dagen na nu zal mijn moeder worden begraven, bij mijn vader (8 jaar geleden gestorven) op de Algemene Begraafplaats van Maassluis, waar de vader van schrijver Maarten ’t Hart ooit werkte. Maarten schreef er zijn roman ‘De aansprekers’ over.

Er moet in een korte tijd veel geregeld en voorbereid worden voor de waardige begrafenis die haar kinderen haar willen geven. Belangrijk is hierbij het werken aan de liturgie voor de dienst van woord en gebed die aan het begraven vooraf gaat en door een dominee geleid zal worden. Ik heb in dit verband veel teksten van psalmen en liederen gelezen, ook oude versies ervan. In oude psalmberijmingen, bijvoorbeeld die uit 1773, zie ik meer poŽzie dan in nieuwe berijmingen. Een voorbeeld hiervan is:
‘t Hijgend hert der jacht ontkomen, schreeuwt niet sterker naar ’t genot van de frisse waterstromen, dan mijn ziel verlangt naar God. Ja, mijn ziel dorst naar den Heer; God des levens, ach, wanneer zal ik naad’ren voor uw ogen, in uw huis uw naam verhogen?”

Ik beleef in deze dagen hoe belangrijk taal is om betekenis te geven en te herinneren.

Maassluis, 11 oktober 2022, Jaap van der Hoest, redacteur

 

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website