HET TEKEN VAN DE MUILBAND
Deel 3


van Yves Taffin

Het derde en laatste deel van het vrij uitgebreide verhaal van Lilian, de ex van Corneel. Daarna volgt er nog wel wat, maar dat is dan een ander verhaal. Zoals bij deel twee ook nu weer nog even de laatste alinea van het vorige deel.

Enfin, ik had na dat miskraam verstandiger moeten zijn, mijn boeltje pakken en bij Corneel weggaan. Dat was, achteraf gezien, toch het beste geweest. Maar ja, wat doet een mens in zulke omstandigheden. De weg van de minste weerstand kiezen, zeker? Al goed dat ik toen niet wist welke ellende me daardoor weer boven het hoofd hing.

8.


Ik weet dat er van Corneel een verhaal circuleert over onze verzoening na mijn miskraam. De eerlijkheid echter gebiedt me te zeggen dat veel van wat daarin staat klinkklare onzin is, en alleen ingegeven door zogenaamd literaire en egoístische ambities van mijn ex. Het is waar dat wij op dat moment nog steeds apart sliepen en dat ik op een keer, toen ik ’s nachts niet kon slapen, naar zijn kamer ben gegaan om eens met hem te babbelen. Maar dat ik daar schreiend in zijn armen ben gevallen en me heb gedragen als een willoos seksobject, zoals hij schrijft, klopt absoluut niet. Dat hij me gemanipuleerd heeft tot ik toegaf aan seks met hem, DAT is de waarheid. Dat ik hem gezegd zou hebben dat ik alle schuld op mij nam en bereid was van hem te scheiden, is ook een fabel. Nog meer bizar wordt het als je in dat verhaal leest dat ik mezelf vrijwillig zou hebben aangeboden voor een pak op mijn billen en nog meer vernederingen als boetedoening voor het feit dat ik hem er met die nu afgebroken zwangerschap bij had gelapt, is er al helemaal over. Je vraagt je af: waar haalt die vent dat in ’s hemelsnaam! Literaire vrijheid zullen zijn collega’s en andere lettervreters in koor zeggen. Maar dat vind ik niet kunnen. Als je iets schrijft over levende mensen en hen met naam en toenaam noemt, dan moet je je aan de feiten houden. En dat geldt ook voor Corneel: hij mag er godverdomme mee ophouden, hoor!

Goed, waar was ik? Ah, ja, bij die bedscène toen ik me, dwaze trien die ik was, met hem verzoende in de hoop dat verdomde huwelijk van ons toch nog een kans te geven. In dat verhaal doet hij precies of hij was de edelmoedige, maar het omgekeerde is waar. Als het niet geweest was dat hij zo heet stond toen...
Om een lang verhaal kort te maken, het marcheerde de daaropvolgende tijd terug een beetje tussen ons, en wat zelfs de gynaecoloog in dat ziekenhuis in Ukkel voor onmogelijk had gehouden, gebeurde toch wel niet, zeker? Drie maanden later, een paar dagen voor Kerstmis, bleek dat ik verdorie terug zwanger was. Corneel en zijn ouders natuurlijk in de wolken. Ik hoorde er terug bij: ik mocht blijven. Wie zou ik dan zijn geweest dat ik die emotioneel beladen feestdagen zou hebben verknoeid door op mijn strepen te staan! Al heb ik verdorie soms wel op mijn tanden moeten bijten, hoor.

Deze zwangerschap was veel moeilijker dan de vorige. Had waarschijnlijk te maken met de complicaties na mijn eerdere miskraam. Maar op 16 augustus, twee dagen voor mijn eigen verjaardag, beviel ik dan in het moederhuis van Meervoorde inderdaad van mijn dochter, die we op aandringen van Corneel zijn moeder Sabine noemden; iets waar ik ten ande-re de rest van mijn leven spijt van heb gehad, zodat ik haar later Kristel noemde, naar haar tweede voornaam Christine, de naam van mijn moeder die gelukkig haar doopmeter was. Ah ja, we konden moeilijk anders dan haar laten dopen.
Waarom Corneel zijn moeder absoluut wilde dat wij ons kind die afschuwelijke ouderwetse voornaam gaven? Na de ook al moeizame geboorte van Corneel was zij nog één keer zwanger gewor-den. Het kind, een meisje dat zij voorbestemd had Sabine te noemen, was ook bij een miskraam gestorven toen. Pas op, ik kan daar allemaal inkomen, maar waarom moest ze ons daarvoor zo pressen? Ik had die Sabine liever als tweede naam gezien, maar goed, ons Kristel heeft er nooit veel last van gehad. Iedereen noemt haar nu bij haar tweede naam, gelukkig.

9.


De rest van het verhaal had zich kunnen laten voorspellen toen ik voor het eerst Corneel en die Lisa samen zag. Het ging nog een tijdje redelijk tussen ons, en hoewel ik voorvoelde dat hij toch weer in de armen van die ander zou belanden, bezwoer hij me dat dat niet het geval was. Stop dan tenminste met die klotejob in Brussel, zei ik, maar daar had die egocentrische man van mij natuurlijk geen oren naar. Die job was een belangrijk stuk van zijn leven, zei hij. Kom zeg, een uur of zes per week pianoles geven aan blinden en halfblinden die amper een do uit een sol kunnen houden, hoe kan dat nu een belangrijk stuk van iemands leven zijn! Behalve als hij daar de bloemetjes kan buitenzetten met één of andere griet, natuurlijk. Voor een vent is ieder excuus goed, als hij maar van onder de ogen van zijn vrouw kan weg geraken. Als reden gaf hij dat hij blij mocht zijn met die lessen, aangezien ze hem nergens anders zouden aannemen zonder het vereiste diploma, want dat had hij in feite niet. Dat was natuurlijk waar, maar hier in Meervoorde was hij ook nodig. Zijn pianohandeltje begon nu wat te lopen en meneer zat twee dagen en half per week in Brussel. Dat was toch ook geen doen. Enfin, soit.

Ik werd een jaar later nog een keer zwanger, maar na drie maanden kreeg ik weer een miskraam, minder erg dan de vorige keer, maar toch. Het was ook de periode waarin duidelijk werd dat ze Corneel ginder in Brussel komend schooljaar zijn ontslag zouden geven. Ze hadden daar namelijk in hun hoofd gehaald een drietal van die blindenscholen bij elkaar te voegen en dan maar meteen het toen al fel onder vuur liggende Vernieuwd Secundair Onderwijs in te voeren. Een hervorming die het katholieke onderwijs in Vlaanderen nadien erg zuur is opgebroken, en waarvan ze onder het mom van alweer een hervorming enkele jaren later met stille trom terug zijn gekomen. Feit was dat in de meisjesschool waar Corneel al enkele jaren werkte, hij niet meer nodig zou zijn omdat ze een benoemde leraar met wel de juiste diploma's van een fusieschool over kregen. De aap kwam dus uit de mouw. Als het erop aankwam, moest de laagste, gehandicapt of niet, hoe dan ook de duimen leggen. Ik zei hem dat, maar dat vond hij negativisme van mij. En toch had ik gelijk. De kleine mens is altijd de klos. Ik zie het toch al!
Ik weet dat hij nog schone woorden is gaan spreken bij de directie of ze hem dan niet in een andere functie konden in dienst houden, als braillekopiïst bijvoorbeeld, want hij kende voldoende blindenschrift. Tegenover hem zeiden die januskoppen dat ze dat zeker in overweging zouden nemen, terwijl achter zijn rug zullen ze hem wel smakelijk uitgelachen hebben. Wat dacht die onnozelaar wel! 't Is nu niet voor 't één of voor 't ander, maar nu ziet ge toch maar weer eens, hé. En die mensen noemen zich dan katholieken, opkomen voor de minstbedeelden en wat voor zever meer. Ja, de kaloten kunnen het mooi zeggen, maar luister naar hun woord en kijk vooral niet naar hun daden. Zo is het altijd geweest, en zo zal het wel altijd zijn, vrees ik.

Tussen Corneel en mij ging het alsmaar slechter, en vlak voor het einde van dat schooljaar gebeurde iets ergs: Corneel nam zonder boe of ba de benen naar Merchtem of ergens daar in de buurt. Ook zijn ouders waren onder de voet en zeker zijn vader, overigens een erg serieuze mens waar ik geen kwaad woord over wil zeggen. Ik kon blijven met mijn dochtertje tot Corneel tot inkeer ging komen. Nu, dan zouden ze lang kunnen wachten, dacht ik. Ik hield echter mijn mond voor de minste ruzie.
En ze zouden nog lang wachten, want Corneel is nooit meer weergekeerd naar Meervoorde. Zijn ouders en ik hebben nog heel wat miserie gehad daarmee. Administratief was hij in rook opgegaan en ze dachten dat wij daar voor iets tussen zaten. Op een bepaald moment verscheen zelfs het parket met een huiszoekingsbevel. Er waren vermoedens dat ik of zijn ouders hem van kant zouden hebben gemaakt en zijn lijk ergens... Enfin, te dwaas voor woorden. Maar typisch voor de politiediensten in dit land. Als je ze nodig hebt, geven ze niet thuis en als je ze niet nodig hebt, komen ze je judassen met allerlei verdachtmakingen.
Later is Corneel terug opgedoken ergens in Antwerpen. Wat hij er deed of doet en met wie, ik wilde het niet weten. Het interesseerde me allemaal niet meer.

Kort daarop stierf mijn vader plots. Ik had met mijn moeder te doen en besloot toen om definitief met mijn kind bij haar in te trekken. De ouders van Corneel verzetten zich niet. Ze waren waarschijnlijk blij dat ze van me af waren. Alleen Corneels vader informeerde de komende jaren als ik hem op straat tegenkwam al eens naar zijn kleindochter, de lieve mens. Zijn moeder echter... Enfin, dat ze stikt, dacht ik.

10.


De rest van mijn verhaal is niet meer zo interessant, vrees ik. Toch even in het kort. Mijn moeder en ik verhuisden enkele maanden later naar een sociale woning die we door bemiddeling van een socialistisch gemeenteraadslid iets sneller dan voorzien toegewezen kregen. Het was ook beter dat we mijn schoonfamilie niet meer te veel onder ogen kwamen, al was dat in een provinciestadje als Meervoorde niet altijd even eenvoudig, natuurlijk.
Nu we dachten met ons drieën een rustige tijd tegemoet te gaan, sloeg het noodlot weer maar eens toe: mijn moeder werd ongeneeslijk ziek en dus zorgde ik nog bijna een jaar voor haar zo goed en zo kwaad als dat ging, terwijl mijn dochter opgroeide. Een tijd later overleed mijn moeder en ik bleef achter met Kristel, mijn enige schat.
Begin de jaren negentig dan was het de beurt aan de ouders van Corneel die samen verongelukten tijdens een reis ter gelegenheid van een verlengd weekend, het was ergens in Duitsland als ik me niet vergis. Dat zou voor mij geen gevolgen hebben gehad noch voor Kristel, ware het niet dat ik nog altijd niet officieel gescheiden was van Corneel. Ik bleek dus plots mede-erfgename van al wat Corneels ouders nalieten, en eerlijk: het was de moeite. Al zijn de gebouwen in de Prof. Denullestraat toen wel zwaar onder de echte waarde verkocht. Ten eerste het was weer maar eens crisis, en ten tweede, het zou gediend hebben voor één of ander goed doel, een vzw. voor thuislozen of zoiets. Als puntje echter bij paaltje kwam, werd het wel in eigen naam gekocht door de zogenaamde bezieler, een kniesoor die daarover valt, zeker?, van de vzw. En die doekte enkele jaren later zijn hele santekraam op, splitste de eigendommen weer in de drie oorspronkelijke percelen, en verkocht alles apart voor… tja, ik heb nooit willen weten voor hoeveel. Zijn dubieuze reputatie in Meervoorde kennende, zal hij dat wel niet gedaan hebben zonder er een dikke smak geld aan te verdienen, de smeerlap.

De eerste keer in al die jaren dat ik Corneel terugzag was bij de notaris. Hij was opvallend ouder geworden en hij leek me geen gelukkig man. Hij zei me dat hij in Antwerpen woonde, en daar nu naast ergens een administratieve job voor wat weet ik al niet meer, schrijver was. Enfin, schrijvelaartje, zal hij bedoeld hebben.
Hoe dan ook, het geld van die erfenis stelde me in staat de komende jaren wat comfortabeler te leven, en ik kon Kristel een behoorlijke studie laten volgen aan de Hogeschool in Kortrijk. Ik ben dan de geschriften van Corneel wat gaan volgen. Veel soeps was dat allemaal niet en ik geloof ook niet dat hij er veel succes mee heeft. Toen hij echter die onzin over mij begon te publiceren, tja, toen ben ik wel even uit mijn haak gegaan. Maar wat kun je doen daartegen? Zo goed als niks eigenlijk. Je kunt tegenwoordig een blog op het internet starten zeggen ze, of via de sociale media je gal spugen. Maar in de eerste plaats, ik heb geen computer en er Kristel mee lastig vallen doe ik liever niet. Die heeft ten andere haar vader nooit gekend. Hij was er nooit en zal er ook nooit zijn voor haar. Jammer, want hij mist heel veel. Maar goed. Het zij maar zo.
Kristel heeft een goede, stabiele betrekking nu: ze werkt als orthopedagoge voor de grootste scholengemeenschap van Meervoorde en omstreken. Scholen zie ik niet zo gauw failliet gaan, dus dat zit wel goed voor haar. Ze heeft een lieve man en twee schatten van dochters, dus zij mist haar vader zeker niet. Ik raad haar dan ook niet aan naar hem op zoek te gaan. Zo inte-ressant is die man niet, al denkt hij zelf van wel, en het zal voor haar toch maar een ontgoocheling zijn, vrees ik.

En ik?
Ik woon sinds enkele maanden op een flatje dichtbij de Grote Markt, dat mijn dochter en schoonzoon onlangs kochten als belegging. Slim van hen in deze onzekere tijden, waarin spaargeld minder dan niks opbrengt.
Al die dingen van vroeger hebben zich bij mij intussen wel samengeklit in een ongeneeslijke ziekte, waar ik hier nu niet verder over ga uitweiden. Ik heb een paar maand geleden de diagnose gekregen en weet dat mijn dagen nog niet meteen om zijn, maar wel geteld. Ik zou nog graag mijn kleinkinderen zien opgroeien, maar ik weet absoluut niet of me dat nog gegund zal zijn.
In ieder geval, Corneel, het ga je goed. Dat huwelijk van ons was een absolute vergissing, en het aandringen daarop verkeerd van mijn kant. Je hebt nu mijn schuldbekentenis, dus houd alsjeblieft op met je vuilschrijverij.
Ze zeggen wel eens: het enige belangrijke in het leven is dat wat belangrijk is op je sterfbed, en ja, ik denk wel dat dat waar is. Voor mij is dat onze dochter en haar kinderen. Ik kan begrijpen dat je in het licht van je verdere leven niet naar hen hebt willen omkijken. Het is je eigen keuze geweest, en die weze gerespecteerd. Zonder rancune overigens, zoals ze hier zeggen.
Het ga je goed, Corneel... Absoluut, en dat meen ik. Al geloof jij er misschien geen snars van. Dan nog! Het zij zo. Alles wat moest gebeuren, is gebeurd. Wat nog komen gaat, weet niemand. Voor mij zal dat waarschijnlijk niet zoveel meer zijn. Voor jou daarentegen… Hoe dan ook: het beste, Corneel. Adieu. Ex van me. Adieu.

Lilian

Weerwoord van Corneel


Ik heb met veel belangstelling kennis genomen van Lilians verweerschrift en eerlijk gezegd: ik ben niet weinig onder de indruk. Eigenlijk ben ik wel blij dat ze dit heeft gedaan, al is het dan iets dat je van iemand als zij niet meteen verwacht.
Kijk, ik ga niet vitten op details. Maar de dingen die ze me verwijt ten aanzien van ons spaak gelopen huwelijk, zijn toch met een korrel zout te nemen. Ik heb juist alles geprobeerd om het te redden, echter zonder resultaat. En ja, het is waar: op een bepaald moment heb ik de handdoek in de ring gegooid. Ik heb de benen genomen omdat er me geen andere oplossing meer restte. Het was gewoon op tussen ons. We waren op den duur beter af zonder elkaar.
De laatste keer dat ik Lilian heb gezien is een jaar of twintig geleden om onze scheiding te regelen. Een scheiding die ze nota bene ook maar ingezet heeft nadat mijn beide ouders waren overleden en zij zonder blikken of blozen de helft van mijn erfenis had ingepikt. Ook dat moet gezegd. Maar goed, het is zoals ze zelf zegt: het zij zo.
En ja, dat van die gebouwen is waar. De vent die me dat heeft gelapt, een zekere Jean Destadsburger, die heeft verdomme geluk dat hij me niet meer voor de voeten komt. Het zou anders best wel eens kunnen dat ik jegens hem en zijn gebroed heel erg strafbare feiten zou plegen! En als ze me daarvoor in de gevangenis draaien, dan met veel plezier. Als ik daarmee gedaan kan krijgen dat die godverdomde rotzak eindelijk van de wereld verdwijnt, dan is het maar zo.
Maar kom, het zijn allemaal oude koeien. Gedane zaken nemen geen keer. Ik had destijds maar zo stom niet moeten zijn, zeker?
Wat mijn dochter betreft, daar heeft Lilian absoluut een punt. Ik heb al die jaren nooit naar haar omgezien, noch alimentatie betaald. Maar dat laatste zal inmiddels wel ruim zijn goedgemaakt aan de hand van die erfenis. De reden waarom ik altijd schroomvallig contact heb vermeden is omdat ik voor eens en voor altijd schoon schip wilde maken; met een nieuwe lei beginnen, zoals dat heet. Maar daar kan Sabine, enfin, ik hoor dat Lilian haar om begrijpelijke redenen Kristel noemt, daar kan Kristel dus niets aan doen, natuurlijk. Van de andere kant, of ze me mist nu ze een volwassen vrouw is met zelf een relatie en kinderen? Ik geloof het niet. Ze mag me natuurlijk altijd een seintje geven als ze contact met me wil. Maar zelf zal ik het initiatief daartoe nooit nemen. Daar heb je mijn erewoord op, Lilian.
Verder spijt het me echt te horen dat je ongeneeslijk ziek bent. Ik hoop niettemin dat je nog een aantal aangename jaren mag beleven. Ik van mijn kant beloof dat het de laatste keer is dat ik iets over je schrijf. Vergiffenis vragen ga ik niet doen. Dat klinkt zo pathetisch en is weinig ter zake.
Neen, lieve Lilian, gedane zaken nemen inderdaad geen keer. We waren jong en onbezonnen, zullen we maar zeggen, zeker? De ene kakt in zijn hand en het is een pannenkoek. Bij ons was het gewoon een drol.
Het ga je alleszins goed, Lilian. En ook ik meen dat voor het volle pond.

Corneel

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website