Van de redactie


Hoe zal ik mijn gevoel aanduiden? Dit is een rare vraag, die – zonder enige toelichting - in een sfeer van mist verkeert. Ik moet dus ontmisten. Mijn gevoel heeft te maken met het afronden van mijn professionele werk. Anders gezegd: het betreft de laatste fase van mijn broodwinning. Kort en helder: ik ga binnenkort met pensioen. En mijn vraag hierbij is nu: vind ik dat leuk? Ja, dat vind ik. Het heeft echter wel een tijdje geduurd voordat ik zover was. Ik moet misschien toegeven dat bij mij een zekere vergroeiing met mijn werk is ontstaan. Van een persoon die juridische werkzaamheden verrichtte ben ik jurist geworden en vervolgens uitgegroeid tot senior juridisch adviseur. Na met pensioen gegaan te zijn kan ik die kwaliteit niet zomaar aan de kapstok hangen. Ik zal het moeten hebben van een ontwenningsproces. Het moet geleidelijk gaan, zonder te forceren. Dan kan pijn – ja, welke pijn eigenlijk? – worden voorkomen. En nu neem ik aan, dat dit ontwenningsproces veel beter kan verlopen, als ik met activiteiten aan de slag ga die mij voldoening en plezier geven. Ik denk inmiddels te weten wat ik met dit uitgangspunt ga doen.
Ik zal geen beroepsmatige verplichtingen meer hebben. Dat betekent dat ik over een grote hoeveelheid tijd zal beschikken. Er zullen echter grenzen blijven bestaan, die voortkomen uit andersoortige verplichtingen, bijvoorbeeld op sociaal gebied, op huishoudelijk gebied, in de sfeer van mantelzorg en op het terrein van lotgenotencontact. En dan zijn er ook nog diverse vormen van onderhoud van lichaam en geest, die erop neerkomen dat goed eten ertoe doet en blijvend bewegen is geboden. Dit betekent, dat ik niet zomaar mijn dagen laat vollopen en voortdurend inga op wat erop mij afkomt. Ik wil ruimte overhouden en creëren om veel te lezen – een activiteit die zeeën van tijd vergt – en te schrijven – een scheppende activiteit die orde oplevert en inspanning met ontspanning combineert.
In de eerste weken en waarschijnlijk ook nog in de daarop volgende maanden moet ik thuis, vooral in mijn studeerkamer, orde scheppen en opruimen. Als dat gebeurd is en er een beter overzicht is gekomen, kan ik aan de slag, met mijn leeshulpmiddelen binnen handbereik.
Als ik aan die toekomstige situatie denk en erbij fantaseer, krijg ik voorpret. Ik vind het heerlijk om mij een tijdje bezig te kunnen houden met een schrijver of schrijfster en zijn of haar oeuvre te lezen en te herlezen en daardoor inzichten te verkrijgen, soms ook door werk van andere auteurs erbij te betrekken. Voorbeelden zijn: Maarten ’t Hart, Hella Haase, Pramoedya Ananta Toer, Marcel Proust en Michel Houellebecq. En dan zijn er heel wat filosofische boeken die ik wil lezen en herlezen, zowel klassieke als eigentijdse werken. Ik ben geïnteresseerd in de ontwikkeling van het denken. En dan zijn er nog de geschiedenisboeken, waarin kennis en inzicht over vroegere tijden te vinden is. Vaak gaat het over ontwikkelingen die tot in het heden doorlopen. En dan is er – ik noem het als laatste , maar bedoel het zeker niet als minst belangrijk - geschiedenis, en wel in ruime zin. En hierbij vind ik het boeiend dat in nieuwe studies, o.a. door het vinden het van niet eerder bekende bronnen, andere visies ontstaan dan die als vaststaand werden beschouwd.
Een activiteit waarvoor ik ook tijd zal krijgen, is het luisteren naar muziek. Daarbij heb ik de laatste jaren een enorme achterstand opgelopen. En dan gaat het niet om kennis over muziek. Ik wil geen kenner worden, maar een belever. Ik wil dat mijn hersenen meer ontvankelijk worden voor muziek. Vooral voor ouder wordende hersenen schijnt dat goed te zijn. Ik heb onlangs het boek ‘Musicofilia’, van Oliver Sacks’, gelezen en dat heeft mij verassende inzichten opgeleverd.
Ik zou graag nog reisjes willen gaan maken als gepensioneerde. Tussen deze wens en de omzetting in daden staan echter wel eens praktische belemmeringen in de weg. Ik ben – en dat kan ik niet ontkennen – op het gebied van sommige activiteiten afhankelijk. Ik kan dan wel iets doen, maar niet zonder dat iemand mij erbij helpt. Bij reizen naar bestemmingen waar ik nog niet eerder ben geweest, is dat zeker het geval. Ik moet dan ook mijn verwachtingen niet hoog spannen bij reiswensen, om teleurstellingen te voorkomen. En in de tussentijd moet ik van mogelijkheden tot begeleiding of deelneming aan een reisgezelschap gebruik maken.
Hoewel ouder worden door veel mensen – vooral jongeren – als negatief wordt gezien, gaat het gepaard met vreugde. Er doen zich kansen voor waarvan tijdens jongere levensfasen geen sprake kon zijn vanwege gebrek aan tijd en doorgaans ook vanwege gebrek aan voldoende financiële middelen. Als daarvan geen gesprake meer is, kan de ideale toestand van (populair gezegd) ‘vrijheid blijheid en met poen kun je iets doen’ aanbreken. Het hoeft daarvoor zelfs niet eens hemelhoog te gaan. De voeten kunnen op de grond blijven. Goedbeschouwd is dat eigenlijk beter.
Zo ga ik vol vertrouwen en strijdbaar een leven na mijn pensionering tegemoet, samen met mijn vrouw Lanny. Bewegen is ons motto en zal dat zo lang mogelijk blijven.

28 november 2019, Jaap van der Hoest

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website