Via de nieuwe lijn


een verhaal van Jacob Batoeck


De metro reed al een paar dagen op de nieuwe lijn. Ik was nog niet gewend ermee te reizen. Wat was het beste gedeelte om in te stappen, zodat ik vlot bij de trap in het station van bestemming zou kunnen zijn? Welke zitplaats zou favoriet voor mij kunnen zijn? Ik moest het uitvinden. En dat zou tijd vergen. Wachten en zien, leek mij de beste houding. Die moest ik dus aannemen. Maar kon ik wel zien zonder mijn blik op iets of iemand te richten? Nee, antwoorde ik mijzelf. Ik keek rond, mijn omgeving en medepassagiers visueel aftastend. Buiten was de wereld nog niet zo wakker. Er viel niet zo veel te zien. Mijn ogen stuitten als het ware op het glas van de ramen.
Ik zat op één stoel van een tweezitter. Naast mij nam een jonge vrouw plaats, haar smartphone in haar slanke, verzorgde hand. Ik bekeek haar kort, voldoende voor een inprint op mijn netvlies. Op een vergelijkbare manier observeerde zij mij. Ik bekeek haar nog even: donkerbruin haar, halflang, licht getinte huid. Hoe zou ik – wellicht zo’n tien jaar ouder – bij haar overkomen?
Zij deed haar oordopjes uit en legde deze met smatphone op haar schoot, een beweging die ik vanuit mijn ooghoek volgde. Subtiel wendde zij zich tot mij, zocht mijn oor en fluisterde, met lichte trilling: 'Meneer, 'k heb een groot probleem. 'k Word gestalkt. M’n achtervolger zit in deze metro. Wilt u me helpen?'
Ik werd overdonderd door het beroep dat deze aantrekkelijke vrouw op mij deed. Ik voelde mij ineens zenuwachtig worden en raakte lichtelijk opgewonden. Een antwoord kon ik niet achterwege laten. Ik draaide mij naar haar toe, mijn mond bracht ik dicht bij haar oor, rook haar aangenaam geurende parfum, en zei zacht: 'Hoe kan ik je helpen? Wat wil je dat ik voor je doe?'
Ik ging weer recht zitten en zij vond opnieuw mijn oor: 'Sorry dat ik dit doe. Ik ben in nood. 'k Wil met u bij Beurs uitstappen. Ik neem u bij de hand. U hoort even bij mij'.
Het was mij duidelijk, dat zij wilde ontsnappen aan haar stalker. Zij was in paniek. Ik moest haar helpen. Haar gezicht straalde hoop en verwachting uit. Ik knikte en fluisterde haar toe: 'Da’s goed. Ik volg je'. Daarna pakte zij mijn hand en legde deze met de hare even op haar schoot. Zij keek mij aan, vriendelijk en zenuwachtig.
Wij reden station Eendrachtsplein uit, op weg naar station Beurs. Zij sprak zacht en gespannen: 'We staan niet meteen op. Met de stroom stappen we uit'. Op haar moment stonden wij op. Zij nam mijn hand en dicht bijeen verlieten wij de metro. Ik hoorde haar stem weer: 'Eerst doorlopen, weg uit dit station. Daarna gaan we ergens koffie drinken, praten. Goed?' Ik reageerde met 'oké'. Fluisteren hoefde niet meer.
Zij leidde mij door het metrostation. Wij gingen niet direct naar buiten, maar liepen via een perron van een andere lijn naar een verderop liggende uitgang. Zij gaf het tempo aan. En dat betekende doorstappen, nog steeds hand in hand. Ik keek haar aan, kennelijk met een vragende uitdrukking. Zij zei toen: 'We gaan via de Koopgoot naar een koffiehuis'. Met 'prima' stemde ik in. Ik zag uit naar een gesprek, wilde haar volle aanwezigheid beleven. Maar eerst wilde ik weten in welk avontuur ik terecht was gekomen. Had ik mij niet te spontaan laten meevoeren door een aantrekkelijke vrouw?
'Hier is het', zei ze, 'laten we naar binnen gaan'. We namen achterin plaats. Onze bestelling werd opgenomen: een cappuccino voor haar en een zwarte koffie voor mij. Ze moest naar de wc en liep er resoluut heen, gedreven door hoge nood. Het leverde mij een pauze op, een gelegenheid om mij te bezinnen. Hoewel ik haar een indrukwekkende vrouw vond, had ik maar beperkte tijd om nu bij haar te zijn. Ik raadpleegde mijn agenda en stuurde een whatsapp naar mijn teamleden op kantoor: 'Ben zo’n twee uur later door omstandigheden'.
Zij kwam terug en keek opgelucht. 'Zo die spanning ben ik kwijt'. Ze nam plaats tegenover mij. 'Maar er is ook nog een andere spanning, waardoor wij samen in een soort vlucht zitten. Wat is er met je aan de hand? En hoe heet je eigenlijk? Ik heet trouwens Jacques'.
'Ja, natuurlijk, ik heb nogal wat van je verlangd en vergeten me voor te stellen. Ik heet Charlotte. Toen ik in de metro stapte, zag ik plotseling de man die mij al een tijdje achterna zit, mij stalkt. Hij moet gek op mij zijn en ik gruwel van hem, heb hem duidelijk afgewezen. Hij pikt dat echter niet, blijft proberen. Ik haat hem en ontwijk hem als ik hem zie, zo ook vanmorgen. Hoe kon ik ontsnappen? Ik kreeg het benauwd, ging gauw zitten en kwam naast jou terecht. Je zag er rustig en betrouwbaar uit. Er flitste een vluchtplan door mijn hoofd. En nu zitten wij hier, alsof we een date hebben'.
Ze wachtte mijn reactie af, glimlachte bescheiden. Ik zuchtte zacht, bijna geluidloos en keek haar vriendelijk aan.
'We zitten in een bijzondere situatie: rust na de stress van een vlucht, en gesteld voor de vraag wat je nu moet doen. En wat kan ik op dit moment voor je doen? Ik wil je uit de rats helpen. Maar, Charlotte, zou het niet beter zijn dat je mij eerst iets over je zelf vertelt? Dat je je in het kort aan mij voorstelt en dat ik het andersom aan jou doe?'
Zij ging verzitten, legde haar onderarmen op het tafeltje tussen ons in en boog naar voren: 'Wil je nog even bij mij blijven, Jacques? En kan dat ook? Ik heb je, natuurlijk, uit je dagpatroon getrokken. Maar ik heb je nabijheid nodig. Strek, alsjeblieft, je handen naar mij uit, dan kan ik je een beetje vastpakken'.
Hoe kon ik haar toenadering weigeren? Mijn handen legde ik in die van haar. Ik had haar wel in mijn armen willen sluiten en tegen mij aan willen drukken. Ik liet mijzelf echter niet gaan. Om hulp te bieden was gepaste nuchterheid nodig. 'Het is goed, Charlotte, om elkaar te voelen en zo gesproken woorden aan te vullen. Wil je over jezelf vertellen?'
Haar vingers, slank en verzorgd, begonnen met mijn handen te spelen. Moest ik er een betekenis aan geven, of was het alleen maar een manier van verfijning van ons contact? 'Jacques, ik leef op dit moment in mijn eentje. Ik voel mij kwetsbaar, mis zoals het in een smartlap zou klinken ‘twee warme armen om me heen’. Het is alsof bepaalde mannen dat aanvoelen en met mij willen aanpappen, mij willen versieren. En dat zijn juist mannen die ik, soms op afstand al, als voor mij niet acceptabel zie. Een jaar geleden ben ik gescheiden van mijn man Laurens. Hij was echt mijn maatje. We waren als twee helften voor elkaar. En toen, plotseling, ging hij vreemd. Het was niet zomaar een slippertje na een feestje met veel drank of iets dergelijks. Nee, het werd meteen een relatie waar niet meer op in te breken viel. Hij vertrok en liet mij alleen in ons mooie, grote huis achter. Maar wat had ik daaraan, eenzaam en alleen? Het is niet zo, dat ik geen vriendinnen en lieve collegaatjes heb. Eigenlijk heb ik die meer dan genoeg. Ik ben directiesecretaresse bij een groot, toonaangevend bedrijf, dat vlakbij station Blaak ligt. Die functie zorgt voor veel en leuke contacten, iedere werkdag. Maar dat levert eigenlijk niet meer dan oppervlakkigheid op. Dus veel praatjes en nauwelijks diepgang, geen gesprekken van hart tot hart. En dan zit ik nu bij jou en heb je vast. Ik beleef je als mijn redder en wil je claimen voor mijn bescherming. Kun je mij afhelpen van die engerd die mij stalkt? Lukt dat met jouw baan? Wat doe je trouwens voor werk?'
Zij had mij een beeld van haarzelf gegeven: een alleengaande vrouw die haar ex-man miste en weer naar een warme relatie verlangde. Zij had last van mannen die op haar uit waren en die zij niet mocht. Ik was voor haar een ander type man. Ik zou haar kunnen beschermen. Ze had het niet direct gevraagd, maar mij wel haar bedoelingen voorgehouden.
'Charlotte, je hebt mij inzicht gegeven in wat momenteel je bestaan is en waarmee je geconfronteerd wordt als gescheiden vrouw. En vanmorgen kreeg de schrik je te pakken, toen op weg naar je werk geheel onverwacht je achtervolger bij jou in de metro was gestapt. In mij, medereiziger en onbekende, trof je een welwillend redder. Nu zitten wij hier en moet er voor jou iets gebeuren, zodat je niet nog een keer die kwal tegenkomst. Wat te doen? Ik zal proberen je te helpen. Hiervoor moet ik mij voor deze morgen wel vrij maken van mijn werkverplichtingen. Ik heb een baan als journalist en schrijver. Ik werk in een team en moet zodoende afspraken maken om klussen op tijd te voltooien. Dat doe ik zo meteen. Overigens, ook ik ben gescheiden, drie jaar geleden. Mijn ex-vrouw Suzanne wilde onze relatie uitbreiden met haar vriendin Gertrude en daar voelde ik niets voor. Ik vreesde allerlei ingewikkeldheden en heb toen besloten voorlopig maar alleen te leven, ook al ging dat met pijn in mijn hart. Maar dat in-mijn-eentje vind ik wel erg saai worden de laatste tijd.
Goed, we moeten aan de slag. Als jij deze morgen vrij speelt op je werk, regel ik het een-en-ander met mijn team. Ik loop naar het hoekje bij die kapstok om te bellen. Jij kunt dan hier blijven zitten om het aan jouw kant te regelen. Ik kom zo terug'.
Ik liep rustig naar de kapstok toe, vond daar een opzij geschoven stoel en nam erop plaats. Ik kreeg mijn teamgenoot John aan de telefoon en maakte met hem een paar praktische afspraken om vlot deze morgen vrij te spelen. Dat lukte. Via de wc, waar ik iets langer mijn gezicht in de spiegel bekeek dan gebruikelijk, begaf ik mij naar Charlotte, die nog aan het bellen was. Haar stem klonk kalm. Ze gebaarde mij te gaan zitten en stak haar duim omhoog. Oké dus. Ze had het geregeld. Ik richtte mijn wijsvinger op mijn borst en toonde een opgestoken duim. Haar lippen ontspanden heel even tot een mooie glimlach. Zo ontspannen had ik haar nog niet gezien. Er was, terwijl ik wachtte tot zij klaar zou zijn met het telefoongesprek, gelegenheid om haar te bekijken. Daar hoefde ik mijn ogen niet toe te dwingen. Integendeel, mijn blik werd door haar aangetrokken. Ik bewonderde haar lichaam en mooie, verfijnde kleding. En haar prachtig gevormde benen, terughoudend bedekt door een korte rok, deden mij sneller ademhalen.
Zij had haar smartphone op tafel gelegd en was dus klaar met bellen. 'Hoorde ik ‘jeetje’ uit je mond komen, Jacques?'
Ik moet haar een beetje betrapt hebben aangekeken. 'Ja, het ontsnapte mij. Ik was ineens zo onder de indruk van jou, en hoe je ontspannen bent geraakt na de hectiek van vanmorgen. En toen mijn ogen op je mooie benen vielen, flapte dat ‘jeetje’ eruit'.
Zij lachtte, voor het eerst hoorbaar. 'Ik waardeer je oprechtheid en ook je beheerste gedrag. Daarom vertrouw ik je, loopt mijn hart warm voor je'.
Er viel een stilte, terwijl wij blikken en glimlachen licht nerveus uitwisselden. Ik sloot dit moment af. 'Wij moeten iets gaan doen. Zullen we een gelegenheid zoeken om te praten over hoe je van je belager, die rare stalker, zou kunnen afkomen? En zullen we dat in een gezellige sfeer doen?'
Zij toonde enthousiasme. 'Goed, goed, we kunnen veel voor elkaar betekenen. Ik wil graag bij je zijn. Ik denk eraan om naar het Hilton te gaan en te kijken welke service te vinden is voor een aangenaam samenzijn zolang de morgen duurt'.
'Oké', zei ik.
We pakten onze spullen bijeen. Charlotte rekende af en hand in hand liepen wij naar buiten.

Bij de receptie van het Hilton zette ik onze wens uiteen: 'Graag een kamertje, waarin wij ongestoord een vertrouwelijk gesprek kunnen hebben. We mogen niet gehoord en niet gezien kunnen worden'.
De receptioniste knikte: 'Ik heb wel iets voor u. Loopt u maar met mij mee'. Dat gebeurde. Ineens stonden wij voor een deur in een zijgangetje, die voor ons werd geopend. 'Wat denkt u ervan?' Wij namen het vertrek met een inspecterende blik op en stelden samen vast dat het goed was.
'Akkoord. We willen er tot 12 uur gebruik van maken', zei ik. De sleutel, een kaartje, werd ons overhandigd en de receptioniste zegde op ons verzoek toe dat de koffie binnen een kwartier bezorgd zou worden.
We namen plaats aan de aanwezige tafel, midden in het kamertje. De sofa bleef ongebruikt. 'Voor straks, nadat de koffie is gebracht', zei Charlotte, terwijl zij mij er met een subtiele draai van haar hoofd naar wees.
'Weet je wie die vent is? Ken je hem?', vroeg ik.
'Ik heb nu niet zo’n zin om ons samenzijn te bederven door over die engerd te praten. Het moet wel, dat snap ik, maar dan een andere keer. We kunnen dat toch straks afspreken'.
Ik begreep haar goed. Zij wilde geen roet in het eten. Ik reageerde op haar: 'Charlotte, lieverd, je hebt gelijk. We zijn hier voor elkaar. Mijn bedoeling was om een soort plan te maken voor jouw veiligheid. Dat doen we dan later. En we schuiven dat niet op de lange baan'.
Er klonk geklop op de deur. 'Binnen!', riep Charlotte met harde stem. Een goudblonde vrouw, jong met een optimistische uitstraling, verscheen als serveerster met een plateau in haar handen. De erop staande thermoskan en de twee kopjes zette zij op tafel. 'Alstublieft, uw koffie. Hebt u verder nog wensen?'
Charlotte ging rechterop zitten: 'Is hier, vlakbij dit kamertje, een gelegenheid om mij straks wat op te frissen, mijn make-up bij te werken en zo?'
'Ja mevrouw, als u links de gang oploopt, ziet u naast een deur een bordje ‘Toiletten en douche’. Daar moet u zijn'.
Wij waren weer alleen. Ik draaide de koffiekan open en schonk in. Wij dronken de koffie zwart en aten van de bijgeleverde koekjes.
Zij schoof haar stoel naar achteren, ging staan en trok het jasje van haar vlotte mantelpakje uit. Meteen hing ze het over de rugleuning van een stoel. 'Ik wil dichterbij je zijn, Jacques. Als jij je colbertje ….
Ik stond zonder aarzelen op en deed wat zij had gedaan. Zwijgend gingen wij buik aan buik staan, armen om elkaar heen. Zij drukte zich tegen mij aan, ik tegen haar. Wij voelden elkaars lichamen, elkaars warmte en hoorden elkaars ademhaling. Haar handen wreven over mijn rug en ik wreef over de hare. Zij maakte ineens ruimte tussen onze lichamen, haar handen pakten mijn hoofd en haar lippen vonden mijn mond. Ik voelde mij gegrepen door opwinding en een diep verlangen om samen te zijn. Ik meende te merken dat zij hetzelfde ondervond.
We kwamen even los uit onze innige omhelzing, alsof we een hevige beklimming hadden afgerond. 'Mijn liefste Jacques, dit was ontdooiing'. Dat was ook de beleving die ik had en dat zei ik ook. 'Ja, lieverd, de verharding die greep op ons had gekregen hebben wij even weggejaagd. We zijn echter bij een moeilijk punt gekomen'. Ik zweeg toen en zij wachtte even, voordat ze de gespannen stilte verbrak: 'We moeten ons beheersen en het is moeilijk om niet verder te gaan. Ik heb zo’n zin om met je te vrijen, maar het kan niet, verdorie. En waarom niet? Ons werk heeft ons in de tang!'
Ik kon niet anders dan haar gelijk geven, voor meer dan honderd procent: 'Zeker, zeker, Charlotte, we hebben het voorgerecht geproefd en vlak voor het hoofdgerecht moeten wij het restaurant verlaten, terwijl wij een enorme trek hebben. We moeten elkaar dit aandoen'.
We waren op de sofa gaan zitten, raakten elkaar af en toe aan en het leek of we allebei op de handrem stonden om een gang naar beneden te voorkomen.
'Voordat ik mijn kleding weer in fatsoen breng en me ga opfrissen wil ik je nog kussen en ook door jou gekust worden'.
Daar had ik niets tegen. 'Dat wil ik ook, lieverd'. En uit mijn geheugen schoot plots de oude uitdrukking ‘zo gezegd, zo gedaan’ naar boven. Ik sprak die woorden niet uit, het kussen ging voor.

We vonden de toiletten meteen. Charlotte verdween achter de damesdeur en ik stapte het gedeelte voor heren binnen. Een mogelijkheid tot opfrissen kon ik niet vinden. Kennelijk moest ik het van de wastafels, niet veel groter dan normaal, en het plenzen met water hebben. Zouden er voor dames meer voorzieningen zijn? Ik had er geen voorstelling bij, tot ik ineens aan een bidet dacht. Ik had mij, bleek later bij navraag, drukker gemaakt te hebben dan nodig was.
We gingen nog even naar het kamertje en bespraken wat nog te doen voordat we uiteen moesten gaan, naar twee werkplekken.
'Jacques, we kunnen in de binnenstad wel ergens lunchen. Laten we naar de Markthal lopen, dan moeten we onderweg zeker iets tegenkomen dat geschikt is'.
'Ik vertrouw op jou', reageerde ik.
Binnen iets meer dan een halfuur hadden wij een verkwikkende lunch genoten. Een afspraak voor een ontmoeting na ons werk kwam vlot tot stand. Wilsovereenstemming vonden wij belangrijker dan gekibbel over details. Dat wisten wij van elkaar zonder er over gesproken te hebben.
Ik liep met haar mee in de richting van haar kantoor, waarvan zij de plek had aangeduid. 'Jacques, in deze omgeving zou iemand van mijn werk ons samen kunnen zien. En om vragen van nogal nieuwsgierige collega’s te voorkomen, wil ik vandaag voor hen nog niet zichtbaar hand in hand lopen. Het is jammer dat het zo moet, maar beter voor mijn privacy. Ik merk dat een jonge, gescheiden vrouw vragen oproept zoals: hoe zou ze toch leven? En met wie?'
'Charlotte, Het is niet vreemd, dat je je hierover zorgen maakt. Je hebt vandaag binnen een paar uur al veel doorstaan zonder tijd te hebben gehad voor verwerking. En dan moet je niet ook nog door nieuwsgierige kantoorgenoten bevraagd worden'.
Met glimlachen en kleine knikjes namen wij afscheid op een manier die ons – ondanks onze warme gevoelens voor elkaar – voorlopig niet anders kon.

Tegen het einde van de middag, om half 6, wachtte ik op het punt waar de Hoogstraat-zijde van de Koopgoot in het Beursstation overgaat. Hier had ik met Charlotte afgesproken om samen richting Hoek van Holland te reizen. Zij kwam aanlopen, in gezelschap van een vrouw met wie zij druk in gesprek was. Ik groette haar op de gespeelde rustige manier, waarmee wij ook afscheid genomen hadden aan het begin van de middag. Ze stelde mij aan de vrouw voor als haar begeleider in de situatie waarin zij nu verkeerde. En, andersom, stelde ze de vrouw, Janna heette zij, voor als bedrijfsjuriste van het bedrijf waarbij zij werkt. 'Jacques, laten we nog meer aan de zijkant gaan staan. Dat is iets rustiger'. Nadat we beter, meer buiten de stroom van langslopende mensen, stonden, sprak zij verder, 'Vanmiddag, om ongeveer half 3, kwam er een man bij de receptie van ons bedrijfsgebouw. Hij liet daar een foto zien, die op het beeldscherm van zijn telefoon stond. Hij vroeg toen aan de receptioniste of zij de mevrouw kende die hij toonde. Nee, nooit gezien was het antwoord dat hij kreeg. Hij herhaalde zijn vraag en voegde eraan toe, dat die mevrouw in dit gebouw moest werken. En dat hij een boodschap voor haar had die erg belangrijk was. De receptioniste bleef ontkennen, maar wist wel beter. Ze had duidelijk gezien dat ik op die foto stond. En nadat die vent was vertrokken, belde zij mij en vroeg of ik naar beneden wilde komen, naar het koffiekamertje achter de receptie en dat ik Janna van Juridische Zaken moest meenemen. En toen we met z’n drieën in dat koffiekamertje waren, vertelde de receptioniste, Marianne, wat zij zojuist had meegemaakt: een rare man had een foto van mij laten zien en naar mij gevraagd. Hij wilde mij spreken, want hij had een boodschap voor mij. Toen ik dat hoorde, schrok ik hevig en dat was kennelijk goed aan mij te zien. Ik kreeg een glas water en vervolgens vroegen Janna en Marianne wat er aan de hand was. Waarom was ik zo geschrokken? Ik heb toen verteld, dat ik de laatste tijd last had van een stalker, ook vanmorgen nog in de metro en dat ik moest vluchten om hem kwijt te raken. Janna heeft mij daarna meegenomen naar een kamer voor vertrouwelijke gesprekken om met mij te praten over stalking en wat eraan gedaan zou kunnen worden. Ook heeft zij mij haar hulp beloofd. Daarom is zij nu met mij meegelopen, nadat ik over jou als redder en begeleider van vanmorgen had verteld'.
De woorden waren in een ononderbroken stroom uit haar mond gekomen. Toen zij klaar was, stond ik perplex. Dat moest haar belager zijn geweest, die knakker die haar achtervolgde. Hij liet zich niet zomaar afschudden. Ik gaf mijn eerste reactie: 'Je stalking is nu zo erg gebleken, dat die vent met spoed aangepakt moet worden. Allereerst moet je aangifte doen bij de politie. Wellicht dat Janna je daarbij wil helpen, want het is een ernstig geval van belaging, zoals stalking juridisch heet, die niet opzij mag worden gelegd, omdat de politie het te druk zou hebben of iets dergelijks. En daarom is het misschien ook nodig om een advocaat in te schakelen, die druk op de ketel zet via andere wegen. Via de krant, of was het de televisie, heb ik wel eens gelezen of gehoord, dat er in Amsterdam een advocate bestaat die manieren kent om stalkers onschadelijk te maken'.
Janna deed een stapje naar voren en richtte zich tot mij. 'Ja, het klopt dat er juridische manieren zijn om een verdachte van belaging aan te pakken. Vergeten mag echter niet worden, dat er niet meteen sprake kan zijn van resultaat. Is het, bijvoorbeeld, reeds bekend wie die man is? Als dat niet het geval is, moet er het nodige gebeuren voordat identificatie kan plaatsvinden'.
Het gezicht van Charlotte kreeg sombere trekken. 'Wat moeten we nu doen?'
De plek waar wij stonden werd door toenemende drukte ongemakkelijk voor het gesprek waarin we terecht waren gekomen. Ik deed een voorstel: 'Kom, laten wij weggaan, naar het Stadshuisplein bijvoorbeeld. Daar kunnen we rustig zitten, iets drinken en een paar afspraken maken'. Dat was akkoord. We liepen erheen, via het andere deel van de Koopgoot en de Lijnbaan.
We waren net het Stadhuisplein opgelopen, toen Charlotte ineens mijn arm pakte en mij stilhield. 'Daar', zei ze, 'links voor ons … dat is die vent. Hij komt hierheen, loopt langzaam’.
Mijn hersenen stonden direct op scherp en ik wendde mij tot Janna en wees met een terughoudende wijsvinger: 'Die kerel daar is die stalker volgens Charlotte. Kan jij onopvallend een paar foto’s van hem maken?' Zij deed zo ongemerkt mogelijk wat ik haar had gevraagd. De man liep ongestoord door. Ik ging schuin voor Charlotte lopen en fluisterde haar toe: 'Je pas een beetje inhouden'. Dat lukte. Hij liep op ongeveer vijftien meter afstand voorbij. Terwijl hij dat deed, ging ik schuin achter Charlotte lopen. Janna blikte een seconde naar achteren en rapporteerde: 'Niet te merken dat hij zijn slachtoffer heeft herkend'.
Snel maakten we een keuze welke horecagelegenheid de beste voor ons zou zijn.
Getreuzel moesten we achterwege laten. We bestelden drankjes zonder alcohol, om ook maar de geringste vorm van beneveling te voorkomen. De vraag ‘wat nu te doen?’ hing boven tafel. 'We moeten een paar afspraken maken', begon ik, ''maar eerst moeten we terugzien naar wat er zojuist is gebeurd'. Janna reageerde: 'In mijn hoofd zit de vraag, of die man echt niet waarnam dat zijn slachtoffer hem op korte afstand voorbij liep. Ik acht het mogelijk, dat hij zich onnozel hield. Hij zou Charlotte, die hij als stalker boven in zijn geheugen heeft, al op grotere afstand in ons gezelschap gezien kunnen hebben, Jacques'.
Charlotte reageerde direct: 'Onmogelijk, dat hij mij herkend heeft. Hij liep te suffen. Dat zag ik. Waarschijnlijk had hij niet gedacht mij op die plek tegen te kunnen komen'.
'Dat kan, natuurlijk, ook', zei Janna, 'maar laten wij oplettend blijven. Mijn voorstel is, dat jij, Jacques, met Charlotte richting haar huis reist per metro. En dat jullie met z’n tweeën nadere afspraken maken over bescherming en veiligheid. Ik merk, dat er een goede band tussen jullie bestaat, ook al kennen jullie elkaar nog maar kort. Ik neem op mij, dat ik vanavond, na het koken en eten met mijn gezinnetje, op internet naar informatie zal zoeken voor het effectief doen van aangifte. Dan kunnen Charlotte en ik wellicht morgenochtend al de nodige stappen zetten. Ik ga er vanuit dat wij hiervoor van de directie van ons bedrijf gelegenheid krijgen'. Nadat wij telefoonnummers en e-mailadressen hadden uitgewisseld om elkaar snel te kunnen bereiken, stapten wij op.

Op de automatische piloot waren wij op weg naar metrostation Beurs en spraken over haar kwetsbaarheid. 'Hoe kan ik zorgen dat jij je veilig voelt vanavond en de komende dagen?' Met een vleugje verlegenheid glimlachte zij, zocht mijn wang en drukte er een kus op. 'Ik voel me veilig als jij bij mij blijft, dicht bij mij', zei zij. Ik sloeg mijn arm om haar schouder en trok naar tegen mij aan.
Het was voor mij duidelijk, dat het in de komende uren niet van het bereiden van een maaltijd zou komen. 'We gaan hier maar in de buurt eten. Heb jij een idee waar?' Ze dacht na. 'We kunnen naar een echt Chinees restaurant gaan. Is dat goed?' Daar had ik niets tegen, integendeel zelfs. 'Ja, goed. Waar lopen we heen?', antwoordde ik. 'Naar de Mauritsweg. Loop maar met mij mee'.
Tijdens het eten, dat wij buitengewoon lekker vonden, raakten wij in een aangename conversatie verzeild, waardoor we elkaar beter leerden kennen. In mij begon echter de vraag te broeien hoe de belaging, die haar nu zo erg hinderde, eigenlijk was begonnen. 'Charlotte, kun je mij iets vertellen over het begin van je stalking. Kende je die vent toen al?'
Haar gezicht betrok enigszins. Ze nam eerst een slok water. 'Ik heb hem ontmoet tijdens een feestje van een oude schoolvriendin, die ik toevallig was tegengekomen in boekhandel Donner op de Coolsingel. Zij was gaan samenwonen met een nieuwe vriend en dat was reden voor een feest in hun tuin. Na de barbecue en een paar glazen rode wijn begon spontaan het dansen. Opeens stond die man voor mij met een uitgestoken arm en de ouderwets klinkende woorden ‘mag ik deze dans van u?’ Op dat moment kon ik hem niet weigeren. Zodoende danste ik met hem op een soort terras, dat niet groot was. Gevolg was dat de onderlinge afstanden klein waren. Ik had moeite om niet tegen hem aan de dansen. Hij probeerde dat juist wel te doen en bovendien begon hij aan mij te zitten, me te bepotelen. Gruwel sidderde door mij heen. Het woord ‘gluiperd’ zat op het puntje van mijn tong. Ik hield het nog net binnen. Het toppunt was, dat hij vroeg of ik iets onder mijn rok aan had. Ik verwijderde mij meteen van hem. Hij stopte nog snel iets in één van mijn rokzakken. Ik liet het zitten, want ik had haast. Na een kort afscheid, ging ik naar huis met de taxi die ik meteen had gebeld. Een dag later zag ik hem lopen, toen ik op de bus stond te wachten, twee straten van mijn huis af. Gelukkig duurde het maar een paar tellen voordat de bus voorreed en ik kon instappen. Hij haalde het niet. Ik zag dat hij een kwaad gebaar maakte. Op de terugweg verliet ik de bus een halte eerder uit vrees dat hij me zou opwachten bij de halte van vertrek. Er waren nog meer momenten dat ik hem zag lopen en ik tijdig voor zijn blik kon wegduiken. Toen kwam de gebeurtenis in de metro vanmorgen, waaruit jij me hebt gered. En ook nog zijn actie bij de receptie bij mijn kantoor'.
Ze had haar verhaal verteld. De vraag die ik had vastgehouden om haar niet te onderbreken, stelde ik: 'Je zei dat hij iets in je rokzak had gestopt. Wat was dat?'
'Jacques, je zult het niet willen geloven. Het was een visitekaartje en dat moet van hem zijn. Waarschijnlijk om mij de mogelijkheid te geven contact met hem op te nemen. Nu kan ik het gebruiken voor mijn aangifte en dergelijke'. Ik volgde haar gedachte. 'Ja, dat lijkt mij ook', zei ik.
Het was rustig in station Eendrachtsplein. We wachtten op de metro. Er was niets bijzonders te zien. Charlotte was licht nerveus. Ze was dat geworden, toen ze haar verhaal vertelde. Ik dacht dat het een herbeleving van haar nare ervaringen was,. Vermoeidheid kon echter ook een rol spelen. Mij viel ook op dat zij bij ieder station de instappende mensen geconcentreerd bekeek. Was dat een uiting van vrees voor verschijning van haar belager? Ik trok haar steviger tegen mij aan en fluisterde: 'Ik ben bij je'. Ze keek mij zacht aan: 'Gelukkig wel''.
Zoals we hadden afgesproken stapten we bij station Steendijkpolder uit, om naar mijn huis te gaan. Ik wilde er wat spullen ophalen, voor mijn logeerpartij. Ik liet haar ook vluchtig mijn woning zien. Het huis van Charlotte zou onze eindbestemming zijn, in ieder geval voor deze avond en de komende nacht. En zeer waarschijnlijk voor veel langer. Ik sloot mijn voordeur en deed deze extra op slot. Het zou nog maar een kort ritje met de metro naar Hoek van Holland zijn. En daar zouden wij ons kunnen afsluiten van de boze buitenwereld. Morgen zouden wij verder zien.

***
terug naar de inhoudsopgave
terug naar de beginpagina van Pointe
terug naar de beginpagina van de website